Weduwe Soumokil krijgt 147,81 euro smartengeld van de Nederlandse Staat

Birmaspoorweg De weduwe van de door Indonesië geëxecuteerde president van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) Christiaan Soumokil voelt zich beledigd door de hoogte van het bedrag van het smartengeld: „Mijn man heeft ruim drie jaar dwangarbeid verricht in Birma.”

Mevrouw Soumokil wordt in 1966 op Schiphol ontvangen door een grote menigte Zuid-Molukkers
Mevrouw Soumokil wordt in 1966 op Schiphol ontvangen door een grote menigte Zuid-Molukkers Foto Ron Kroon, Nationaal Archief

Josina Soumokil-Taniwel, weduwe van de in 1966 door Indonesië geëxecuteerde president van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) Christiaan Soumokil, ontvangt in totaal 147,81 euro aan smartengelden voor de jaren dat haar echtgenoot als Japans krijgsgevangene dwangarbeid verrichtte aan de Birmaspoorweg. Dat heeft Stichting Administratie Pensioenen Indonesië (SAIP), een zelfstandig bestuursorgaan van het ministerie van Binnenlandse Zaken, op 15 april laten weten. Dit weekend wordt herdacht dat de RMS op 25 april 1950 werd geproclameerd, nadat Indonesië onafhankelijk werd van Nederland.

De weduwe noemt het bedrag in een gesprek met NRC een belediging: „Mijn man heeft meer dan drie jaar dwangarbeid verricht in Birma. Dat was een lijdensweg die niet met zo’n bedrag wordt verzacht.”

Lees ook het hele interview met mevrouw Soumokil: De Moeder van alle Molukkers is beledigd

Het gaat om de zogeheten Birmauitkering uit gelden die Japan na de capitulatie betaalde aan de geallieerden als smartengeld bedoeld voor dwangarbeiders. In de Birmauitkering is ook het geld verwerkt dat Thailand betaalde voor het overnemen van de spoorweg. De eenmalige uitkering is niet gecorrigeerd voor inflatie. Net als vele duizenden andere Nederlandse militairen van het koloniale leger (KNIL) was Soumokil na de capitulatie van Nederland aan Japan, in maart 1942, krijgsgevangene gemaakt. Het bedrag is de naar euro’s omgerekende som van de uitkering in guldens waar rechthebbenden zich in 1954 en 1956 voor konden aanmelden. Peggy Stein, van het Indisch Platform 2.0, die de aanvraag op verzoek van de weduwe indiende, stelt dat de SAIP ten onrechte het verschuldigde smartengeld niet heeft gecorrigeerd voor inflatie.

Onderzoeksjournalist Griselda Molemans becijferde op het platform Follow The Money dat SAIP door de bedragen niet te indexeren per geval ruim 5.000 euro te weinig uitkeert. Op basis van data-analyse van de 17.818 namen van krijgsgevangenen constateert ze dat er minimaal 4.500 oorlogsslachtoffers aanspraak maken op dit smartengeld. Volgens Molemans is er jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep waarin gesteld wordt dat smartengeld geen uitkering is en dus moet worden geïndexeerd.

Peggy Stein: „Bij het uitkeren van deze gelden gaat het vooral om een morele kwestie: staat het bedrag in verhouding tot het aangebrachte leed.”

‘Dat land is van ons en van niemand anders’ pagina 30-31

Aanvulling 25 april 7:47 uur: In deze nieuwe versie van het artikel is de herkomst van de ‘Birmauitkering’ toegevoegd.