Analyse

Meer vrouwen in de top? Dat lukt alleen de bedrijven die ertoe verplicht worden

Vrouwenquotum In aanloop naar een wettelijk quotum lukt het beursbedrijven plotseling wel om vrouwelijke commissarissen te vinden. Bij private bedrijven, voor wie de nieuwe regels niet gelden, is dat nog altijd veel minder het geval. Ook in raden van bestuur is het aantal vrouwen beperkt.

Animatie Midas van Son

Betaalspecialist Adyen was bij zijn succesvolle beursdebuut in de zomer van 2018 een echte mannenclub. Geen vrouw in de zeskoppige directie, geen vrouw in de drie leden tellende raad van commissarissen. Dat is het patroon dat je wel vaker ziet bij (financiële) technologiebedrijven.

Maar met twee benoemingen in minder dan twee jaar in de raad van commissarissen voldoet Adyen nu al aan het wettelijke vrouwenquotum. Dat quotum bepaalt dat ten minste een derde van de commissarissen bij beursondernemingen vrouw of man moet zijn. De wet wordt waarschijnlijk volgend jaar van kracht als de Eerste Kamer – dat nu het wetsvoorstel behandelt – geen blokkade opwerpt.

Een verschuiving zoals bij Adyen zal de komende maanden bij meer bedrijven moeten plaatsvinden. Want een derde van de grootste beursondernemingen in Nederland voldoet nu nog niet aan het quotum. Van de grootste bedrijven zonder beursnotering zou zelfs driekwart niet aan een dergelijk quotum voldoen. Dat blijkt uit onderzoek van NRC.

Het gaat in het maatschappelijk debat vaak over de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de top van het bedrijfsleven. Maar hóé weinig vrouwen zijn dat precies? Het klinkt misschien raar na een decenniumlange discussie over topvrouwen en tijdelijke wetgeving voor streefcijfers, maar daar is maar beperkt zicht op. NRC stelde daarom een eigen database samen, een overzicht van bestuurders en commissarissen van de ruim tweehonderd grootste bedrijven van Nederland. Daarbij stelden we één simpele vraag: hoeveel van hen zijn vrouw, en hoeveel man?

Bij de in totaal 222 bedrijven uit de database werkten per eind maart dit jaar in totaal 1.562 bestuurders en commissarissen. 1.210 van hen zijn man, 351 van hen vrouw.

Voorstanders van een vrouwenquotum zullen in deze getallen het bewijs zien dat het zonder een quotum niet opschiet met een gelijke man-vrouwbalans aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Dat quotum kreeg in 2019 een meerderheid in de Tweede Kamer. Verantwoordelijk minister Ingrid van Engelshoven (Emancipatie, D66) noemde het een historische gebeurtenis. „We doorbreken het old boys network en zetten een grote stap naar gelijkheid en diversiteit in de top van het bedrijfsleven.”

De database bevat 75 beursgenoteerde bedrijven. Dat zijn vaak gevestigde namen zoals Heineken, Unilever en Ahold Delhaize, maar ook jonge snelgroeiers zoals Fastned, dat laadpalen voor elektrische auto’s neerzet.

De beursgenoteerde bedrijven hebben sinds minister Van Engelshoven het old boys network in 2019 passé verklaarde al een aardige inhaalslag gemaakt. In dat jaar had ongeveer 34 procent van alle Nederlandse beursgenoteerde bedrijven minstens een derde vrouwelijke commissarissen.

Dat aandeel is groeiende, blijkt ook uit de analyse van NRC. Ruim twee derde van de beursgenoteerde bedrijven uit deze database heeft genoeg vrouwelijke commissarissen. Bij de beursondernemingen die straks niet aan het quotum voldoen, worden alle nieuwe benoemingen van mannelijke commissarissen nietig verklaard, tot het bedrijf het quotum wel haalt.

Eén bedrijf laat zien dat het aankomende quotum ook tot een tegenovergestelde actie dwingt: chemiebedrijf Avantium heeft vier vrouwelijke en één mannelijke commissaris. Dat bedrijf zal dus een man moeten benoemen.

Grote spelers, geen quotum

Nu is het Nederlandse bedrijfsleven natuurlijk groter dan wat aan de beurs genoteerd staat. Voor bedrijven als HEMA, Jumbo, Rabobank en FrieslandCampina (allemaal niet-beursgenoteerd) gaat een toekomstig quotum niet gelden. Die bedrijven zijn wel uitermate belangrijk voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid – neem HEMA, dat een omzet van 1,3 miljard en zo’n 9.000 werknemers in Nederland heeft. Het is dus net zo goed relevant te weten hoe divers het gezelschap is dat het bij die bedrijven voor het zeggen heeft.

In deze database zijn daarom ook nog eens 147 grote Nederlandse ondernemingen opgenomen. Die zijn weer onder te verdelen in staatsbedrijven, zorgverzekeraars, coöperaties en private ondernemingen.

Bij die laatste groep bedrijven (121 in totaal) is de man-vrouwverhouding in het algemeen verder uit balans dan bij de beursgenoteerde bedrijven. Driekwart van hen zou nu niet aan een quotum voor commissarissen voldoen. Ruim 40 procent van de bedrijven heeft zelfs geen enkele vrouw in de raad van commissarissen zitten.

Voor deze bedrijven gaat dan wel geen quotum gelden, maar de wet schrijft ze straks wel voor om een betere balans tussen topmannen en -vrouwen te krijgen, en vervolgens te rapporteren over de voortgang. Officieel moeten ze dat overigens al langer: tot afgelopen jaar gold een wettelijk streefcijfer voor topvrouwen. In tegenstelling tot het quotum was aan dat streefcijfer geen sanctie verbonden. Bedrijven konden het streefcijfer voor zich uit schuiven of zelfs negeren. Al moesten ze dan wel uitleggen waarom er geen vrouwen werden benoemd. Sommige bedrijven hielden dat jaar in jaar uit vol.

Positieve uitschieters zijn er ook. Coöperaties, zorgverzekeraars en bedrijven waar de staat een belang in heeft, brengen het er gemiddeld gezien goed vanaf.

Het percentage vrouwelijke commissarissen wordt bij staatsbedrijven opgekrikt door een actief benoemingenbeleid van de overheid. Die wil als wetgever het goede voorbeeld geven en heeft de afgelopen jaren werk gemaakt van diversiteit. Dat is bijvoorbeeld ook te zien bij De Nederlandsche Bank: van de zeven commissarissen zijn er vier vrouw. Het vijfkoppige bestuur van de centrale bank telt drie mannen en twee vrouwen.

Vliegwieleffect

Het toekomstige quotum gaat alleen voor commissarissen gelden, niet voor bestuurders. Commissarissen zijn de toezichthouders van bedrijven en staan op grotere afstand van de onderneming dan een bestuur, dat de dagelijkse leiding heeft. De politiek hoopt op een vliegwieleffect: zodra er meer vrouwen in raden van commissarissen (rvc) zitten, zullen zij óók meer vrouwen in de raden van bestuur (rvb) benoemen. Een quotum voor bestuurders zou te ingrijpend zijn.

Terwijl het aantal vrouwen in de besturen over het algemeen ver achter blijft. Het bestuur van driekwart van de beursgenoteerde bedrijven uit de NRC-dataset bestaat uit minder dan een derde vrouwen. Ruim een derde daarvan heeft zelfs geen enkele vrouwelijke bestuurder.

Ook het aantal vrouwelijke bestuursvoorzitters van grote beursondernemingen is een select clubje: Nancy McKinstry bij uitgever Wolters Kluwer en Herna Verhagen bij PostNL.

Die club is breder buiten de beurs. Onlangs werd bijvoorbeeld Karien van Gennip bij zorgverzekeraar VGZ benoemd, Annette Mosman bij pensioenbelegger APG, Bianca Tetteroo bij verzekeraar Achmea en binnenkort Saskia Egas Reparaz bij HEMA.

Maar vrouwelijke bestuursvoorzitters en bestuurders blijven wel de uitzondering. Slechts 14 procent van de 121 ondernemingen buiten de beurs heeft ten minste een derde vrouwelijke bestuursleden. Ruim 40 procent heeft geen enkele vrouw in het bestuur.

Jongere commissarissen

Vooruitlopend op het van kracht worden van het quotum zie je twee trends. In de besturen staan vrouwen nog steeds op grote achterstand, in de raden van commissarissen lopen ze die mede dankzij het quotum langzaam in.

Deze tweede trend krijgt zijn eigen dynamiek. Uit de database blijken raden van commissarissen gemiddeld jonger te worden, mede dankzij de benoeming van vrouwen. Bij hun aantreden zijn vrouwen gemiddeld genomen vier jaar jonger dan mannen. Dat heeft op termijn gevolgen voor de samenstelling van raden van commissarissen. Vrouwen doen eerder ervaring op als commissaris en kunnen over een langere periode actief blijven in commissariaten bij verschillende bedrijven. Het scala ervaren vrouwen wordt daarmee steeds breder, zodat het argument „we kunnen ze niet vinden” zijn geldigheid definitief verliest.

Het eerder genoemde voorbeeld van betaalspecialist Adyen laat zien dat wie zoekt, ook zal vinden. Begin 2019 kwam de Amerikaanse Pamela Joseph de raad van commissarissen versterken. Toen al kondigde Adyen aan dat er snel nog een vrouw benoemd zou worden. Want, schreven de commissarissen letterlijk in het jaarverslag: als je als bedrijf een beleid voert van inclusiviteit moet je wel doen wat je zegt. Ze hadden een headhunter de opdracht al gegeven. De nieuwe commissaris werd de Britse Caoimhe Keogan.

De eerste trend, de achterstand van vrouwen in besturen, blijkt hardnekkig. Het aantal vrouwen in de top van Nederlandse bedrijven groeit mondjesmaat. Hoe kun je dat proces versnellen? Duitsland biedt vergelijkingsmateriaal. Daar geldt al sinds 2016 een vrijwel soortgelijk vrouwenquotum. En dat heeft gewerkt: bij alle betrokken bedrijven is het aantal vrouwelijke commissarissen voorbij de 30 procent gegroeid.

Maar van het gehoopte vliegwieleffect op de samenstelling van de besturen is geen sprake geweest. Het aantal vrouwelijke bestuurders is er de afgelopen jaren nauwelijks toegenomen. Daarom wordt in de Duitse politiek inmiddels al gediscussieerd over het invoeren van een quotum voor bestuurders.

Dat is geen verwonderlijke conclusie. Je ziet, ook in Nederland, dat sanctieloze streefcijfers weinig effect hebben, maar afdwingbare wetgeving voor commissarissen wél. Ligt een quotum voor bestuurders dan ook hier in het verschiet?

Met medewerking van Wouter van Loon.
Illustraties Midas van Son.