Recensie

Recensie Boeken

Klimaatramp? Dan bouwen we toch een vlot!

Kinderboek De klimaatapocalyps heeft plaatsgevonden, maar de kinderen in het nieuwe boek van Wouter Klootwijk gaan daar luchthartig mee om. Ze zullen onbekommerd wel zien waar de wind hen brengt.

Tekening (uitsnede) uit besproken boek
Tekening (uitsnede) uit besproken boek Illustratie Irene Goede

‘De overkant is nooit waar je bent, je kan er wel naartoe, maar ben je er, dan is het de overkant niet meer.’ In de onregelmatig verschijnende kinderboeken van culinair journalist en televisiemaker Wouter Klootwijk (1945) wemelt het van dit soort terloopse observaties. Je zou ze kunnen afdoen als spielerei met woorden. Maar dan doe je Klootwijk tekort. Zijn gevatte kinderkronkels zijn zelden betekenisloos. Zo zegt een van de kinderfiguren uit Klootwijks De wind wijst de weg na de nuchtere vaststelling dat de overkant altijd aan de overkant is: ‘Als je zo praat, kun je verdrietig worden. Dat er iets is waar je nooit kan zijn omdat het er niet meer is als je er bent.’

Eventjes het denken aanzwengelen, indirect refererend aan zoiets complex en weemoedigs als het onbestemd verlangen: Klootwijk kan dit goed, zonder dat het over de hoofden van kinderen heengaat. Niet toevallig ontving hij vorig jaar een Zilveren Griffel voor Naar de overkant. De jury prees zijn zorgvuldige taalgebruik en de ruimte die zijn boekenkinderen krijgen hun ‘onbevangen nieuwsgierigheid’ te bevredigen.

Bomenklimmen

Die ruimte moet je trouwens letterlijk nemen. Klootwijks boeken spelen zich altijd af op het platteland, waar kinderen zonder volwassen bemoeienis, vrij en blij in bomen kunnen klimmen en hutten kunnen bouwen, alsof de tijd halverwege de vorige eeuw is blijven stilstaan. Zoals de poëtische titel al verraadt is dat in De wind wijst de weg niet anders. Wel verrassend anders is dat Klootwijks kinderpersonages dit keer noodgedwongen back to basic gaan.

Het verhaal opent vrij onschuldig met een peinzende jongen aan zomaar ergens een oever, die kijkt hoe het riet dat hij in het water gooit wegdrijft, en een meisje dat hem nadert en vraagt wat hij doet. Al vrij snel blijkt echter dat er iets ergs is gebeurd. Zo weet het meisje haar naam niet meer. Als de jongen, die Jan heet, vraagt hoe dit gekomen is, antwoordt ze: ‘Ik denk dat ik ben weggewaaid. Het was slecht weer en het stormde. […] Ik werd wakker onder een boom die over me heen gebogen was.’ Even later wordt duidelijk dat Jan een soortgelijke noodlotservaring heeft moeten doorstaan. In de grote stad waar hij woonde was het warm, vertelt hij het meisje dat hij Vera noemt. ‘En het werd steeds warmer. Oude mensen konden er niet tegen. Ze gingen dood.’

Luchtbellen

De klimaatapocalyps heeft plaatsgevonden, zoveel is duidelijk. Maar Klootwijk – altijd zuinig en precies van taal – maakt hier bewust weinig woorden aan vuil. Het is zoals het is, constateert hij prettig ironisch. ‘Vroeger is weggewaaid’, en dus vertrekken Jan en Vera op een zelfgemaakt vlot naar waar de wind ze brengt. Later sluiten zich nog zes andere kinderen bij hen aan; schijnbaar moeiteloos ontdekken ze vervolgens wat vriendschap en overlevingskunst inhoudt. Leuk is hoe Klootwijk daarbij ongemerkt natuurprincipes toelicht. Als Jan bijvoorbeeld opmerkt dat de luchtbellen in het water je vertellen dat het vlot vooruit gaat, volgt een nonchalante maar doeltreffende uitleg over wrijvingsweerstand: ‘De wind duwt ons door het water en het water duwt terug. Dan krijg je belletjes.’

De richtingloze (verhaal)koers maakt het opgewekte dichtbij-de-natuur-avontuur soms wat vrijblijvend. Echt spannend wordt het niet, ook niet droef. Zelfs niet als de enige volwassene die de kinderen ontmoeten (een gestrande visser) overleden blijkt, als ze opnieuw bij hem langsgaan: ‘Wat zijn wij dom geweest, wij mensen. We hebben alle olie opgemaakt. Het ga jullie goed en wees slim’, lezen ze in zijn afscheidsbriefje. Toch verschaft Klootwijks allegorische kindernovelle oprecht leesplezier. Dat zit ‘m in de ongewoon luchthartige, absurdistische benadering van de klimaatramp, en natuurlijk Klootwijks rotsvaste vertrouwen in de veerkracht van kinderen: zij hebben de toekomst, zolang ze maar slim zijn. En wat dat betekent? ‘Gewoon niet dom doen’.