Reportage

Uit de kast komen, thuis en op school: ‘Mijn vader vond: je mag gay zijn, als je maar niet gay dóét’

Seksuele voorkeur Ook op ruimdenkende middelbare scholen is het niet makkelijk om uit de kast te komen, vertellen leerlingen van de ‘regenbooggroep’ op een school in Twente. „Ik zat al zó lang mijn gevoelens op te kroppen.”
Docent Monique van Dissel (tweede van links) nam het initiatief voor de ‘regenbooggroep’. Haar collega Tessa Scholten (links) kijkt vandaag mee – zij wil dit opzetten voor de onderbouw.
Docent Monique van Dissel (tweede van links) nam het initiatief voor de ‘regenbooggroep’. Haar collega Tessa Scholten (links) kijkt vandaag mee – zij wil dit opzetten voor de onderbouw. Foto Eric Brinkhorst

Het is vrijdagmiddag – weekend! De school loopt leeg, leerlingen druppelen richting fietsenstalling, en binnen de muren keert de stilte terug. Behalve in één lokaal, wat achteraf gelegen aan het einde van een gang. Hier klinkt gegiechel. „Wist je dat transgender mensen hun eigen vlag hebben?” Een van de leerlingen zoekt er een plaatje bij en houdt een mobiel omhoog. „Babyblauw, roze en wit!” „En hier, de lesbische”, roept iemand. „Roze en paars!” „Zo stereotyperend!” Een jongen, lachend: „Ik hou wel van paars”.

De 53-jarige Monique van Dissel, lerares Engels en Frans op het Montessori College Twente in Hengelo, heeft vandaag pizza gehaald én kipnuggets én cola – „en ik heb nog snoepjes in m’n fietstas”. De tafels liggen vol, veertien jongeren kwekkend eromheen. De sfeer is uitgelaten, heel anders dan bij die eerste bijeenkomst een jaar geleden. Toen waren ze nog met z’n zessen „en iedereen was heel stil”, zegt de zestienjarige Anniek achterover hangend op de stoel. „Nu is het meer vriendengroepachtig. Gewoon wat kletsen: oh wat ga je dit weekend doen? Het is gewoon een fijne environment, niemand wordt buitengesloten.”

‘De regenbooggroep’ noemen ze zich. Maar op de groepsapp heten ze anders, want niet iedereen is thuis al uit de kast – en stel dat ze daar op je telefoon kijken. Zoals ook niet iedereen het aan klasgenoten heeft verteld. Op die eerste bijeenkomst, toen ze elkaar nog moesten leren kennen, was dan ook de vraag: als we elkaar straks toevallig tegenkomen op de gang, groeten we? Twee zeiden: liever niet. Met hen maken de groepsleden buiten dit lokaal alleen oogcontact. Anniek: „Even aankijken en weer verder. Zo van: ik heb je gezien, ik ben je niet vergeten.”

Organisator is de goedlachse ‘Mevrouw Van Dissel’, herkenbaar aan haar weelderige bos haar, al vijftien jaar een begrip op het Montessori College Twente. Ze is altijd open over haar geaardheid – ze valt op vrouwen – en ze is er nooit op afgerekend. Ja, door zichzelf, nadat ze het op haar 36ste haar man en twee kinderen had verteld, „een schuldgevoel”, maar niet op school. Sterker, leerlingen zoeken haar op. Ze benaderen haar via e-mail of blijven na de les hangen met een vraag. Over Engels, zullen klasgenoten denken, maar geregeld gaat het over hun geaardheid. Soms is Monique van Dissel de eerste bij wie ze uit de kast komen.

Paarse Vrijdag

Waarom zo heimelijk, kun je denken. Het Montessori College Twente, met bijna 1.500 leerlingen uit de hele regio, is een ruimdenkende school met in de bieb een ‘regenboogplank’, aandacht bij het vak drama voor genderdiversiteit en op Paarse Vrijdag zijn hier de gangen versierd. Dit is geen scholengemeenschap zoals het Gomarus in Gorinchem, waar kinderen werden gedwongen uit de kast te komen tegenover hun ouders. Dit is niet een van die scholen, zoals sommige religieuze, die homoseksualiteit openlijk afwijzen of het thema ontwijken. Dit is een doorsnee middelbare school, zoals er zoveel zijn. En toch. Het is niet genoeg.

Lees ook over het Gomarus in Gorinchem: School duwt kinderen ongevraagd uit de kast

Dat besef rees bij Van Dissel toen ze vorig jaar een leerling begeleidde bij een coming-out. „Die was zó bang om het thuis te vertellen. Ik heb er psychologen bij gehaald, een Veilig Thuis-team stond klaar voor als de vader boos zou worden, er was zelfs al woonruimte geregeld.” Bij meer leerlingen die haar inmiddels hadden gevonden, merkte ze de behoefte aan een plek waar je je veilig voelt, onder gelijkgestemden. Ze begon een maandelijkse bijeenkomst voor lhbtiq+ op school en deed een oproep in de schoolpodcast. Sindsdien komen er telkens nieuwe leerlingen bij - nu zeventien. Tot nu toe vooral bovenbouwers, dus kijkt vandaag docent Tessa Scholten mee – zij wil dit opzetten voor de onderbouw. Van Dissel: „Ik weet er nog zo tien die hier passen”.

Zo’n bijeenkomst is niet nieuw. Honderden scholen zijn al aangesloten bij de Gender & Sexuality Alliance (GSA), een netwerk van belangenorganisatie COC. Op zulke scholen organiseert de GSA – een groepje leerlingen, soms met docent – genderdiverse activiteiten, waaronder samenkomsten – tot wel veertig leerlingen. Maar: dat zijn de uitzonderingen. De organisatiegraad, merkt het COC, is sterk afhankelijk van de wil van individuen, leerling én docent. Monique van Dissel: „Je zou willen dat élke school zo’n plek creëert.”

De Arie Boomsma-manier

„Hé, die vlag heb ik op mijn kamer hangen!”, zegt Zoë (17). „Mijn kleine zusje kwam een keer mijn kamer binnen en zei: betekent dit dat jij homo bent? Ik knikte en toen zei ze ‘oh’ en ging weer weg, haha.”

Het gesprek komt op coming-outs en Van Dissel vraagt: „Wie kiest er voor de Arie Boomsma-manier?” Ze legt uit: „Die had een keer zo’n tv-programma waarin jongeren het plechtig bekendmaakten bij hun ouders, in de klas, bij de voetbal. Zo van: jongens, ik moet jullie wat vertellen.”

Eén pestkop kan de hele sfeer bepalen, zeker als die populair is. Dan doet de rest vanzelf mee

„Oh nee!” „Lijkt me echt heel ongemakkelijk!”

„Ik vertelde het in één keer aan de klas”, zegt Thomas (18). „Dat was in de derde, ik had toevallig een keer een leuke klas. Eerst had ik het overlegd met mijn mentor. Daarna ben ik tijdens de les drama voor de groep gaan staan: ‘hé, ik heb wat te zeggen’. Sommigen moesten huilen, anderen klapten”.

„Om één uur ’s nachts heb ik het in de vriendenapp gezet en toen ben ik gaan slapen”, zegt Anniek. „Heel impulsief, maar het móést eruit. Ik zat al zó lang mijn gevoelens op te kroppen.”

„Ik was een beetje tipsy. Maar ik wilde het helemaal niet zeggen!”, zegt een 15-jarige jongen. „Het floepte er zomaar uit.” Dat was toen hij met twee klasgenoten voor de eerste keer alcohol dronk, in een tussenuur. „Daarna wist gelijk de hele klas het. Ik was altijd al een doelwit maar toen helemáál. ‘Homo!’”

Maakt het uit in wat voor klas je zit? „Jáá”, klinkt het volmondig. Eén pestkop kan de hele sfeer bepalen, zeker als die populair is. Dan doet de rest vanzelf mee. Je loopt de kans niet meer te worden gekozen bij gym, of je krijgt opmerkingen als: ‘Hé lesbi, ga maar niet te dichtbij zitten, straks word je nog verliefd.’ „Alsof je vies bent.”

Lees ook: Twintig jaar na het eerste ‘homohuwelijk’ is de blootboot passé

Jezelf zijn, dat helpt, zegt Morris (16), met een bruinleren jack achterin de klas. „Op de basisschool was het elke dag: ‘faggot, flikker, homo, mietje’. Ik zat op ballet, dus ja. Maar als je onzeker doet, word je eerder doelwit. Dus toen ik op de middelbare school kwam heb ik gedacht: schouders naar achteren, rechtop lopen. Nu gaat het al drie jaar goed.”

Of je sluit je af, zoals Thomas, die als het even kan zijn oordopjes in doet en luistert naar muziek. „Hoef ik ze niet te horen.”

Jongeren zijn knetterhard, „knétterhard”, weet Monique van Dissel. Of de acceptatie is toegenomen nu deze klas er is? Ze vraagt het zich af. „We zitten niet voor niks achter een dichte deur.”

Briefje op bed

Maar ook thuis is jezelf zijn geen vanzelfsprekendheid. Sterker, de meesten zijn éérst op school uit de kast gekomen en daarna pas bij hun ouders, soms na eindeloos opvreten. Vertellen aan je ouders, klinkt het eensgezind, is nog spannender. Anniek: „Als vrienden je niet accepteren, zoek je nieuwe. Maar je kunt geen nieuwe ouders zoeken.”

De meesten waren opgelucht naderhand. Zoals Morris, die een briefje op zijn moeders bed had gelegd en toen snel naar beneden was gehold. ‘Mam, ik ben gay’, stond erop. „Daarna kwam mijn moeder naar me toe en zei: ‘Maar Morris, dat wist ik toch al lang?’ Al sinds mijn derde, ik liep graag in een prinsessenjurk. Daarna hebben we samen gehuild.” Maar zo gaat het niet altijd. Eén: „Mijn vader vond: je mag gay zijn, als je maar niet gay dóét.” Een ander: „Mijn opa en oma waren het er niet mee eens”.

Meerderen hebben therapie gevolgd, vanwege het pesten, de spanningen, het opkroppen van gevoelens. Ze ervoeren stemmingsklachten, mentale problemen. En terwijl in de klas iemand een bakje knoflooksaus over tafel gooit – Monique is even de klas uit – vertelt één over de herfstvakantie vorig jaar. „Ik had mezelf gesneden en stond bij een brug. Ik was er helemaal klaar mee. Maar toen kwamen er mensen aan.”

„Hé, ho!” Een bakje saus belandt in iemands gezicht. Gelach aan de overkant van de tafel. Intussen kijken sommigen samen een YouTube-filmpje, anderen kletsen wat. Er is niet echt een programma. Hoeft ook niet, vindt Monique van Dissel. Het gaat om het samenzijn, een plek waar je juist even níét hoeft na te denken over wie je bent.

„Weet je,” zegt de jongen die het sausbakje gooide, „ik wil een keer naar de Pride. Dat lijkt me echt gaaf”. Hij krijgt bijval: „Ik ook!” „Ik ook!” „Ik ook!” „Ja! We gaan met z’n allen!”

Iris (17 jaar, 4 havo):

„Toen ik het op mijn dertiende aan mijn ouders vertelde was het gelijk: oh, wat leuk! Daarna heb ik in mijn vriendengroep geappt dat ik dacht dat ik bi was. Iedereen reageerde positief, al zijn sommige mensen nog steeds verbaasd. ‘Hè, jij?’ Ik heb geluk gehad, dat besef ik nu ik deelneem aan deze groep. Je hoort hier ook andere verhalen.”

Zoë (17 jaar, 4 vwo):

„Ik heb een andere smaak dan de meesten op school. Die kijken allemaal naar series als Stranger Things en Riverdale, maar ik hou meer van anime: Japanse tekenfilms. En ik hou van rockmuziek, ben groot fan van 5 Seconds of Summer. Via internet heb ik veel mensen ontmoet met dezelfde muzieksmaak, en die blijken vaak ook bi. Dat is fijn, je voelt je included, weet dat je niet de enige bent. Ik weet nu: ik vind meisjes én jongens leuk. So what!”

Anniek (16 jaar, 4 havo):

„Ik heb altijd gedacht dat je een kant moest kiezen: óf je valt op mannen óf op vrouwen. Maar toen ben ik gaan zoeken online en bleek ‘bi’ ook echt een ding te zijn. Ik vond er mensen als Jessie Maya, een transgender influencer, en sinds een jaar draag ik mijn Doctor Martens zoals ik zelf wil, met hoge sokken. Voor kleding ga ik naar de mannenafdeling. Tot vorig jaar had ik altijd het gevoel dat ik me vrouwelijk moest gedragen. Rechtop zitten, strakke truien. Maar nu doe ik wat ik zelf wil en voel ik me veel beter. Zelfverzekerd.”

Thomas (18 jaar, 5 havo):

„Vorige maand heb ik voor het eerst oogschaduw opgedaan. Ik had het maandagmiddag gekocht en de volgende dag zei ik tegen mezelf: ik doe het gewoon. Dat was heel exciting. Ik had niet geoefend, maar iedereen zei: wat leuk! Eén zelfs: zo had ik het niet gekund! De meiden dan, met jongens praat ik haast nooit.”

Morris (16 jaar, 5 vwo):

„Ik heb nu een goeie kring om me heen, dat scheelt. Op school reageren vooral de meisjes heel leuk. ‘Oh gay best friend!’ Toen ik het had verteld wilden ze allemaal met me shoppen.”