Remkes grijpt in bij mogelijke grondverkoop Vrehen

Integriteit De nieuwe commissaris van de koning in Limburg wil dat zolang er onderzoek naar ex-gedeputeerde loopt geen onomkeerbare besluiten worden genomen.

Johan Remkes is sinds kort commissaris van de koning in Limburg.
Johan Remkes is sinds kort commissaris van de koning in Limburg. Foto Ramon van Flymen / Hollandse-Hoogte

Commissaris van de koning Johan Remkes heeft ingegrepen in de mogelijke verkoop van grond in het Limburgse Nieuwstadt aan voormalig IKL-directeur en ex-gedeputeerde Herman Vrehen. Aanleiding is een artikel in NRC dat Vrehen als adviseur van de provincie zichzelf zou bevoordelen bij een grondtransactie.

In een brief aan Provinciale Staten in Limburg laat Remkes donderdag weten dat hangende onderzoeken naar de handelwijze van Vrehen „geen onomkeerbare besluiten worden genomen voor zover het de verkoop van gronden aan particulieren betreft”.

Lees het verhaal over de grond in Nieuwstadt: Limburgs politicus regelde natuurgebied in eigen achtertuin

Vrehen was door de provincie Limburg ingehuurd als omgevingsmanager voor de uitbreiding van autofabriek VDL Nedcar en de verbreding van de A2. Tegelijk was hij – eveneens in opdracht van de provincie – als voorzitter van een stichting betrokken bij het invullen van de wettelijke natuurcompensatie in het gebied. Die compensatie plande hij naast zijn woning – Vrehen woont in Nieuwstadt. Ook schreef de stichting, met instemming van de provincie, in het projectplan dat de buren (onder wie Vrehen) een deel van de gronden konden verwerven „ter uitbreiding van hun tuinen”.

Nader onderzoek provincie

Uit het NRC-onderzoek bleek dat Vrehen in 2008, toen hij nog gedeputeerde namens het CDA was, al tevergeefse pogingen had gedaan om dezelfde grond te verwerven die grenst aan zijn tuin. Daarbij zette hij, volgens de eigenaar van de grond, ook een ambtenaar van de provincie in om te bemiddelen.

De belangenverstrengeling door Vrehen in de grondkwestie was „ambtelijk” niet bekend, aldus de provincie die de gang van zaken „niet acceptabel” noemt. „We zullen dit nader onderzoeken.”