Vijf redenen waarom latrelaties zo populair zijn onder 65-plussers

Liefde De latrelatie is populair onder ouderen. noemt vijf redenen waarom. „Partners hechten aan hun onafhankelijkheid.”

Foto Getty Images, bewerking NRC

Wie een beetje om zich heen kijkt, ziet dat er bij mensen boven de 65 jaar steeds meer latrelaties zijn, living apart together. Ze hebben een partner waar ze veel mee delen – regelmatig ook het bed – en genieten van hun vrijheid als pensionado. Die partner woont soms in dezelfde stad, soms ook verder weg, maar het stel woont niet samen in één huis.

Stel, je hebt zo’n latrelatie, wat zijn dan je vooruitzichten? Je hebt iemand misschien leren kennen rond je 65ste, op een leeftijd dat de echte ouderdom nadert. Als je straks 75 bent, en ouder, is het dan niet praktischer te gaan samenwonen, zodat je elkaar kunt helpen? Blijf je tot het bittere einde apart wonen?

Ik vroeg me af hoe andere mensen met dat perspectief omgaan. Zelf ben ik 66 en heb ik een latrelatie. Ik dacht dat de meeste leeftijdgenoten wel van plan zouden zijn op den duur te gaan samenwonen. Maar dat blijkt dus niet zo te zijn.

Even de cijfers: als ik twee publicaties van het CBS over leeftijd en samenlevingsvormen combineer, kom ik tot de conclusie dat zo’n 80.000 à 90.000 mensen van 65 jaar en ouder in Nederland een latrelatie hebben. Hoe komt het eigenlijk, dat zoveel senioren liever een latrelatie aangaan?

1 Emotionele steun

De meeste senioren in een latrelatie zijn alleenstaand na een scheiding of na het overlijden van hun partner. Ze hebben al een en ander meegemaakt en zien ertegenop alleen te blijven.

Emeritus-hoogleraar Jenny de Jong-Gierveld is verbonden aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, deed onderzoek naar de levensloop van 55-plussers en zegt dat een latrelatie vooral belangrijk is voor de emotionele omgang van partners met elkaar. „Ieder mens heeft één of twee anderen in zijn omgeving nodig met wie hij of zij zonder schroom zorgen, twijfels en stil verdriet kan delen.”

Gierveld ontdekte dat die emotionele omgang in latrelaties zelfs beter is dan bij mensen die samenwonen. „Een latrelatie is een relatie met de laagste vorm van structureel commitment. Maar wij ontdekten dat partners juist in die relaties de meeste emotionele steun aan elkaar geven.” Hoe dat komt, is niet onderzocht. Misschien heeft het ermee te maken dat je niet dagelijks je leven deelt en kleine ergernissen je bespaard blijven. Dan blijft er meer ruimte over voor wat echt telt.

2 Onafhankelijkheid

Tegelijk met die emotionele steun hechten de partners zeer aan hun onafhankelijkheid, zegt Gierveld: „Dat gaat soms zo ver dat ze, wanneer ze een been breken, liever geen hulp van hun partner krijgen maar gebruikmaken van het netwerk van kinderen, buren en vrienden.”

De Vlaamse psychotherapeut Alfons Vansteenwegen schreef succesvolle boeken over relaties tussen ouderen. Zijn recente Liefde op leeftijd gaat over hoe moeilijk het is om tientallen jaren met dezelfde partner onder één dak te leven. Het boek deprimeerde me. Het bevat een lange lijst van alles wat er in de loop der jaren scheef kan groeien tussen man en vrouw, zoals dat ze niet meer naar elkaar luisteren en het over de eenvoudigste zaken niet meer eens kunnen worden. Vansteenwegen adviseert cliënten die het moeilijk met elkaar hebben om ‘mentaal te gaan scheiden’. „Er moet een vluchtheuvel zijn. Daarom is een latrelatie op hogere leeftijd zo’n goede formule. Stellen die bij me komen wegens een relatieprobleem adviseer ik gedurende een deel van de dag een latrelatie te nemen.”

Zijn kernboodschap gaat over onafhankelijkheid. „Veel partners denken dat ze in een langdurige relatie op elkaar gaan lijken, maar ze moeten juist beseffen dat de ander anders blijft. Je hebt twee sterke ‘ikken’ nodig.”

Hij sluit zijn boek af met tips: blijf origineel door in ik-termen te spreken, behoud je eigen opinie, bewaar psychologisch en ruimtelijk voldoende afstand van elkaar en bescherm je eigen tijd.

3 Je moet aan elkaar wennen

Mentaal scheiden kan, zoals Vansteenwegen schreef, ook binnen één woning. In mijn omgeving is er een man die na zijn echtscheiding een latrelatie kreeg. Hij voedde in die tijd zijn drie kinderen op, en zijn nieuwe partner zag het niet zitten om met die pubers onder één dak te leven. Dus waren ze van plan die latrelatie nog lang voort te zetten. Totdat zijn partner een huis vond met zoveel ruimte dat zij er haar privédomein kon hebben. Daarmee verdween haar bezwaar tegen kinderen in huis en werd samenwonen mogelijk. Ze hadden tijd nodig om een vorm te vinden die bij hen paste.

Zo’n periode om aan elkaar te wennen, kan lang duren. De Brabantse makelaar Elly Teunissen vertelde me: „Gaan samenwonen op hogere leeftijd is nog niet zo gemakkelijk. Je hebt allebei al een woning met je persoonlijke spullen. Wie trekt dan bij wie in? Wie is bereid de reisafstand met zijn (klein-)kinderen groter te maken?” De antwoorden op die vragen kun je lang voor je uit schuiven en zo lang heb je dus een latrelatie.

Lees ook: Mag ik verlangen naar een nieuwe liefde, terwijl zij pas net is overleden?

4 Druk van de kinderen

En dan is er nog de niet te onderschatten invloed van kinderen. Emeritus-hoogleraar De Jong-Gierveld hoorde in een reeks interviews hoe groot die invloed is op het wel of niet samenwonen van hun vader of moeder. Het gaat maar zelden probleemloos. Vaker hoor je: ‘Prima, pap/mam, als je een relatie wilt, maar we hebben liever niet dat jullie gaan samenwonen.’ Dat kan te maken hebben met het verzet tegen iemand die nooit de plaats kan innemen van de overleden (of door scheiding vertrokken) vader of moeder. Maar het kan ook gaan over de erfenis die uit beeld raakt als er een jongere partner in het spel is. Volgens De Jong-Gierveld gaan de meeste senioren dat conflict met de kinderen uit de weg en dan is een latrelatie een prima alternatief. „In feite betekent het dan dat mensen die zouden willen samenwonen een latrelatie worden ingeduwd.”

5 AOW en erfbelasting

Financieel is het ook gunstiger om in een latrelatie te blijven. Zodra je gaat samenwonen, wordt de AOW-uitkering een stuk lager. Zelfstandig wonend krijg je 1.218 euro per persoon, onder één dak zakt dit meteen naar 832 euro. Samen lever je dus 772 euro in.

Bovendien is de overheid tamelijk soepel over wat samenwonen is. Als beide partners ieder de volledige beschikking over een woning hebben en daarvoor de vaste lasten betalen, gelden ze als ‘alleenwonend’ – ongeacht het aantal nachten dat ze bij elkaar slapen. Deze regeling, die een paar jaar geleden van kracht werd, heeft latrelaties gemakkelijker gemaakt.

Daar staat tegenover dat mensen die alleen maar een latrelatie hebben, in het geval van een erfenis van hun partner veel meer erfbelasting betalen. Als je voor de fiscus geen officiële relatie hebt, mag je maar 2.244 euro belastingvrij van elkaar erven. Mét een officiële relatie is dat bedrag 672.000 euro. Omdat de fiscus een erfenis met 30 of 40 procent belast, kan dat veel uitmaken.

Als partners dus per se willen vasthouden aan hun eigen woning, loont het voor de erfbelasting om een huwelijk of een geregistreerd partnerschap aan te gaan. Maar dan vervalt die hoge AOW-uitkering en zijn er ongunstige effecten op de inkomsten- en de vermogensbelasting. Kortom: een hele puzzel.