Interview

Regisseur Alexander Devriendt (Ontroerend Goed): ‘Ik wil een positief virus verspreiden’

Ontroerend Goed Het Gentse theatercollectief Ontroerend Goed maakt briljant werk, maar is in Nederland onderbelicht. Hun nieuwe voorstelling, ‘TM’, is een online ondervraging. Regisseur Alexander Devriendt: „Mensen praten graag over zichzelf.”

‘Ja, ik heb wel eens iemand vermoord.” Het schiet even door mijn hoofd als mogelijk antwoord. Dat is immers de vraag van de vrouw aan de andere kant van het scherm: „Heb je wel eens iemand vermoord, Ron?”. En of ik anders een moord in het echt wil zien. Ook vraagt ze me of ik mezelf wil plaatsen op een schaal van nul (‘pure evil’) tot 20 (‘pure good’).

Het zijn intieme en onbeschaamde vraagstukken die de deelnemer aan theaterproject TM van het Vlaamse gezelschap Ontroerend Goed krijgt voorgelegd. In een een-op-een-situatie, via een speciaal daarvoor ontwikkeld online platform, word je gevraagd te oordelen over jezelf en de ander. Het heeft iets weg van biechten.

„Mensen praten graag over zichzelf en daar spelen we op in”, zo verklaart Alexander Devriendt, regisseur van Ontroerend Goed, de bereidwilligheid van deelnemers aan TM. Dus niemand hoeft zich te verbazen over de mix van gêne en gretigheid waarmee je ingaat op de vrijpostige ondervraging. De bekentenissen aan een onbekende roepen een warme tinteling van schaamte en opwinding op, zoals vaker bij zogeheten ‘ervaringstheater’. Zie ook eerder werk van bijvoorbeeld Dries Verhoeven (U bevindt zich hier), Alexandra Broeder (De zone) en Fiona Templeton (You, the city).

Maar eerst even: Ontroerend Goed? Ontroerend Goed is een theatercollectief dat wereldwijd juichende kritieken krijgt, maar in Nederland chronisch onderbelicht is gebleven. Ze zijn hier in hun twintigjarig bestaan ook nauwelijks te zien geweest. Programmeurs, pers en publiek hebben het steeds laten afweten. Terwijl voorstellingen als hun £¥€$ (spreek uit als ‘Lies’, leugens) en Are we not drawn onward to new erA behoren tot het meest originele en vernieuwende theater dat de afgelopen vijf jaar in de Lage Landen is gemaakt. The New York Times deed tien jaar geleden al een groot interview met Devriendt, na een vijf-sterrenrecensie. Actrice Cate Blanchett vroeg hem om een voorstelling te komen maken bij haar Sydney Theatre Company („Cate Blanchett gaf carte blanche”, zegt hij met een grijns). Vele festivals gaven prijzen aan het werk van de groep uit Gent.

Regisseur Alexander Devriendt van het theatercollectief Ontroerend Goed.

Foto’s Wouter van Vooren

Compliment

Niet gek voor een groep vrienden die als tieners begonnen met poëzieperformances. Op festival Theater aan Zee in Oost-ende wonnen ze verrassend de theaterprijs. „De performance lag ons meer dan de gedichten”, verklaart Devriendt (1977) in een Zoom-gesprek. „Die voorstelling, Porror, was een samensmelting van porno, horror en poëzie. Heel weird. Alles rondom de gedichten gaf vuur. Mensen vroegen zich af of het wel theater was. Die afstand tot het medium heb ik altijd gehouden. Als mensen nu vragen of het wel theater is wat wij maken, dan denk ik: ‘Ach, een mooi compliment’.”

Devriendt is wars van regulier, klassiek teksttoneel. „Dat heeft vaak een gesloten vorm, traag en gericht op de kenner. Ik raak eerder geïnspireerd door alternatieve groepen als Kassys en De Wooster Group.” Bij Ontroerend Goed zoekt hij voortdurend naar nieuwe vormen. Drawn onward, een beeldende voorstelling over de klimaatcrisis, bevatte bijvoorbeeld een magische theatertruc die alles op zijn kop zette. Wat Devriendt voor ogen staat is een combinatie van toegankelijkheid en gelaagdheid: „Een theatrale vorm waar je als leek van kunt genieten, maar waarin je ook diepte vindt als je dat zoekt.”

Zo namen theaterbezoekers in £¥€$ plaats aan casinotafels om te dobbelen en te gokken, terwijl ze tegelijk de finesses van de geldmaffia kregen uitgelicht. Gokken op andermans verlies? Short gaan. Geld lenen en meteen in veelvoud uitlenen: fractual banking. Ingewikkelde financiële producten werden kinderlijk eenvoudig, spelenderwijs.

Ook het nieuwe project, TM, is conceptueel theater met een simpele, ambachtelijke basis: de vragenlijst. Devriendt bedacht het, als veel kunstenaars dit jaar, als noodgreep. „Ik was veel aan het lezen over de Capitol-bestormers, de Covid-ontkenners, de Trump-supporters, de Brexit-aanhangers. Mijn realiteitszin werd verstoord. Ik wilde weer contact zoeken met mensen.”

Wat hem bij de lurven pakte, was de vraag hoe mensen in zulke tegenbewegingen zich organiseerden. Zo kwam hij onder meer uit bij de Scientology-beweging en de vrijmetselarij. „Dat soort organisaties werken op uw gevoel van onbehagen en suggereren een oplossing te kunnen bieden. Terwijl de problematiek van mensen natuurlijk razend complex is en er geen eenduidig antwoord te geven is.”

Kunstenaars kunnen die aanpak ook hanteren, zegt hij erbij, als ze een kant-en-klare moraal aanbieden. „Een kunstenaar gedraagt zich dan niet anders dan een goeroe.”

Bloedhekel

Zijn idee bij TM was om de nieren te proeven van sektes en, net als bij £¥€$, die kennis in te zetten voor een omgekeerd effect. „Bij £¥€$ gebruikte ik de opwinding van de casinotafel, de lol van de fiches en die duistere sfeer van quasi-illegaliteit. Het casino wil doen vergeten dat er geld bestaat en dat het om geld van reële mensen gaat, terwijl ik u wil doen voelen dat het om echt geld en echte mensen gaat.”

Hij is een idealist, maar wil geen theater met oordelen maken. „£¥€$ [uit 2017] speelt over de hele wereld, nog steeds, in het Russisch, Mandarijn, Kantonees, Engels en Frans. Had ik mijn persoonlijke drijfveer laten gelden, dan was dat nooit gelukt. Want ik heb een bloedhekel aan rijke mensen, ik haat hebzucht. Zoveel geld bezitten is absurd. Maar dat zit niet in de voorstelling, want dan spreekt alleen de gelijkhebberige stem. Dan geef ik liever een inzicht in hoe kapitalisme functioneert. Want dat is toch ook ongelooflijk: dat we niets snappen van een systeem dat ons leven domineert.”

Bij sektes als Scientology stuitte hij op manipulatie en suggestieve psychologie. „Zij gebruiken dat helaas negatief. Met hun interviewtechniek en manier van verleiden wil ik ook een wereldwijde beweging starten, maar dan een met een positieve blik op de wereld. Om als het ware een positief virus te verspreiden.”

De crux van de verleiding zit in de persoonlijke aandacht. „Bij Scientology krijg je een eindeloze reeks vragen, ook over de afwas, heel saai. De uitslag is complimenteus, maar met de vermelding van twee karaktertrekken waar u dringend aan moet werken. Het is typisch menselijk om u daarop te richten, omdat u belangrijk vindt wat een ander van u denkt. Ik beantwoord ook graag vragen die over mij gaan. En dan poog ik de vragensteller te behagen en ervoor te zorgen dat die mij niet gaat vergeten. Ik wil laten zien dat ik anders ben dan anderen, bijzonder.”

Flat-earthers

Manipulatie berust deels op angst, zegt hij. Maar wat is eigenlijk de reden voor die angst? Moeten we bepaalde basale angsten niet meer leren relativeren? Zoals wanneer het gaat om polarisatie. „Ik wil niet ontkennen dat er een probleem is, maar ik vraag me af of de focus wel juist is. Heeft iemand er iets aan dat ik zoveel over QAnon-supporters heb gelezen dat ik inmiddels hun volledige gedachtengang kan volgen? Zo ben ik ook bezig geweest met flat-earthers. Tot ik zag hoeveel mensen daarin geloven. Dat is zo’n klein aantal. Dat was tijdverlies. Mijn fascinatie stoelde op angst voor die mensen. Maar die angst is mij aangepraat.”

Moeten we niet ophouden om bang te zijn van die onbekende ander, zegt Devriendt. „Daarover gaat TM niet, maar het is wel het onderliggende motief: is het niet beter bang te zijn van de werkelijke problematiek? Het klimaat, de volle ziekenhuizen. Maar zulke problemen zijn natuurlijk saai om te herhalen in de krant. Dus krijg je verhalen over het uitzonderlijke, de flat-earthers.”

TM raakt daarmee aan de vraag wat goed en kwaad is. Devriendt: „Het is niet omdat u zoveel slechts kunt inbeelden of een slecht zelfbeeld heeft dat u slecht bent.” De meeste mensen deugen, het boek van Rutger Bregman, was daarbij een inspiratie. „Het leven maakt dat u zich schuldig voelt. Help ik wel genoeg, recycle ik wel genoeg, ben ik genoeg bij mijn kind? Waarom? Dat is toch zot! Bregman helpt mij om dat gevoel te bevragen.”

Ik maak theater over onderwerpen waar ik het fijne niet van begrijp, zegt hij. „Dat is de basis van elke voorstelling. Je beeld van de wereld en van jezelf moet een beetje worden verstoord.”