De Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag.

Foto David van Dam

Interview

'Studenten zeggen steeds vaker: zo ga je niet met mij om'

Dingeman Kuilman, oud-bestuurder ArtEZ Vijf kunstopleidingen raakten recent in opspraak wegens grensoverschrijdend gedrag. Dat is geen toeval, zegt oud-bestuurder Dingeman Kuilman.

Op te veel plaatsen in het Nederlandse kunstvakonderwijs is iets fundamenteel mis. Dingeman Kuilman zegt het op besliste toon. De oud-voorzitter van het College van Bestuur van -ArtEZ, de hogeschool voor de kunsten in Arnhem, Enschede en Zwolle, spreekt van een „gestoorde didactiek” en pleit voor een stevige herstructurering van de sector. Maar de kans dat het kunstonderwijs daartoe zelf het initiatief neemt acht Kuilman klein. De zakelijke belangen om alles bij het oude te laten zijn daarvoor volgens hem te groot. „De status quo wordt zorgvuldig bewaakt.”

Lees ook: Hoe een kunstenaar carrière maakt onder aanhoudende beschuldigingen van aanranding en verkrachting

De ene na de andere kunstopleiding raakte de afgelopen twee jaar in opspraak. In de zomer van 2019 zette ArtEZ het hoofd van de afdeling grafische vormgeving op non-actief nadat studenten en oud-studenten een brandbrief hadden verspreid over de onveilige werksfeer op zijn afdeling. De man is inmiddels conservator bij het Stedelijk Museum Amsterdam. Meer recent zagen ook de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag, de Design Academy Eindhoven en de Willem de Kooning Academie in Rotterdam zich genoodzaakt om na klachten over grensoverschrijdend gedrag externe onderzoeksbureaus aan het werk te zetten. Diverse docenten werden daarna geschorst en de directeur van de KABK nam in maart ontslag.

Ook het Amsterdam Fashion Institute (Amfi) ligt sinds maart onder vuur. Net als eerder bij de KABK fungeerde bij het Amfi een NRC-publicatie als katalysator voor de kritiek. Beide artikelen beschreven grensoverschrijdend gedrag van een oud-student, dat al op de academie begon. Volgens studiegenoten kregen beiden van de schoolleiding de ruimte om voor een onveilige leeromgeving te zorgen.

Dingeman Kuilman, sinds 2016 directeur van het Stedelijk Museum Breda, is allerminst verbaasd over de reeks schandalen bij kunstopleidingen. „Nee, het zijn geen donderslagen bij heldere hemel. Er speelt daar van alles.”

Lees ook: ‘Warme sfeer’ op de Rijksakademie, maar wel grensoverschrijdend gedrag

De problemen hebben volgens Kuilman decennia-oude wortels. Als oud-voorzitter van een grote hogeschool toont hij zich na enig aandringen bereid tot een gesprek over de vraag hoe het kan dat de misstanden nu pas aan het licht komen. Ook legt hij „als betrokken buitenstaander” uit wat er zou moeten veranderen om de leeromgeving op kunstacademies veiliger te maken. Dat laatste is geen eenvoudige opgave, beseft hij. Toen hijzelf als -ArtEZ-bestuurder grote veranderingen voorstelde, stuitte dat intern op zoveel weerstand dat hij na drieënhalf jaar moest vertrekken.

Een zakelijke discussie met docenten en studenten over veranderingen in het kunstonderwijs is vrijwel onmogelijk, ondervond Kuilman toen. „Op voorstellen werd met een felheid gereageerd die je in het gewone onderwijs niet kunt voorstellen. Wat kunstenaars doen is zo verbonden met hun eigen identiteit. Iedere verandering wordt daardoor als een persoonlijke aanval ervaren. De kunsten als geloofssysteem, dat zit heel diep in academies verankerd. Het zijn intelligente mensen, je kunt over van alles met ze praten, behalve over hun geloof. Dan kom je aan een deel van henzelf.”

Onveilige leersituatie

In het onderzoeksrapport over de onveilige leersituatie op de KABK, in maart gepubliceerd, stond dat het „afbreken en weer opbouwen van studenten” daar nog steeds gebeurde. Dat geldt voor meer kunstopleidingen, zegt Kuilman. Dat komt omdat zo weinig is vastgelegd over de manier waarop de artistieke ontwikkeling van studenten bevorderd kan worden.

Lees ook: Altijd op jacht: modeman Martijn N. beschuldigd van seksueel misbruik

Roei die verfoeide didactiek van afbreken en weer opbouwen met wortel en tak uit, zegt Kuilman. „Die is echt niet meer van deze tijd. Zij kan enorme schade aanrichten, ook omdat het kunstvakonderwijs relatief veel kwetsbare persoonlijkheden aantrekt. Uit mijn ArtEZ-tijd herinner ik me studenten die op woensdag al buikpijn kregen als ze op zaterdag een afspraak hadden met een docent. Terwijl ze tegelijkertijd tegen die docent opkeken. Gestoord, toch? Spreek studenten aan op waar ze goed in zijn, en bouw op vertrouwen. Studenten iets leren door ze eerst af te breken, schept machtsverhoudingen en afhankelijkheidsrelaties.”

Wat is de ratio achter deze leermethode?

„Er zit een soort ontgroeningskant aan. Zo van: door het afbreken en opbouwen word je deel van een uitverkoren groep en het systeem. En er is vast een verondersteld heilzaam psychologisch effect op de ontwikkeling van de student; je maakt iets vrij, je heft blokkades op. Daarnaast menen docenten dat je studenten moet harden voor de beroepspraktijk. Die is in de cultuursector bepaald niet zachtzinnig, daar moet je in de opleiding op worden voorbereid, menen docenten. Zo hebben ze het zelf ook gered. Maar het is psychologie van de koude grond.”

Minder studenten

Vlak nadat Kuilman in 2010 bij ArtEZ aan de slag ging, publiceerde Elco Brinkman op verzoek van de toenmalige HBO-raad (Vereniging Hogescholen) een notitie over de toekomst van het kunstvakonderwijs. Volgens de oud-minister konden de zestien Nederlandse scholen met kunstopleidingen het niveau verbeteren met minder studenten: niet langer jaarlijks 25.000 studenten maar nog slechts 20.000.

Net als collega-bestuurders verzette Kuilman zich destijds tegen de voorgestelde reductie. Ten onrechte, vindt hij nu: „Achteraf bezien geef ik Brinkman groot gelijk. De groei van de academies heeft druk gezet op de leermethoden en bijgedragen aan de ontsporingen.”

Kuilman spreekt van een „geperverteerd systeem” dat de markt overvoert met kunstvakstudenten. „Academies moeten te veel capaciteit vullen met middelmatigheid, omdat ze financieel gezien niet met half lege klassen kunnen werken. Met z’n allen houden we zo de schijn op met ‘toptalent’ de wereld te gaan veroveren.”

Dingeman Kuilman, directeur van Stedelijk Museum Breda. Foto Christel Ooms

De enorme grootte van de scholen (bij ArtEZ stond Kuilman aan het hoofd van 3.000 studenten en duizend docenten) is volgens hem een bijna onoplosbare kwestie. „We vinden spreiding met regionale voorzieningen belangrijk. Daarnaast zijn de vaste kosten zo opgetuigd dat we niet meer terug kunnen.”

Waarom is de groei van academies debet aan de misstanden?

„De problemen zitten diep in het systeem versleuteld. Het onderwijs speelt zich zoals gezegd af in vrij gesloten culturele gemeenschappen. Een toneelopleiding is een eigen wereld, ook als die deel uitmaakt van een grote hogeschool. En dat geldt ook voor veel andere opleidingen met soms al vele jaren hetzelfde afdelingshoofd.

„ Die afdelingen zijn vaak koninkrijkjes. Zoals nu ook blijkt uit de onderzoeken naar aanleiding van misstanden. Directies, besturen en toezichthouders zeggen: ‘Die misstanden hebben we nooit gezien.’ Slappe excuses, maar het is waarschijnlijk wel waar. Afdelingen binnen academies kunnen heel gesloten werelden zijn.”

Waarom kwamen recent opeens zoveel misstanden naar buiten?

„Dat is de veranderde tijdgeest. Zaken die lange tijd als normaal golden, of werden getolereerd, daar plaatsen we nu hardop vraagtekens bij. Hoe gaan we met elkaar om en sociale machtsverhoudingen, daar zijn we gevoelig voor geworden en ook anders over gaan denken.

„In het recente rapport over de Willem de Kooning Academie zei iemand nog over liefdesrelaties tussen studenten en docenten: ‘Dat is toch geen probleem als iedereen meerderjarig is?’ Toen ik op de Rietveld Academie studeerde, en mijn vrouw op de AKI in Enschede, waren seksuele relaties tussen docenten en studenten aan de orde van de dag. En nooit een directeur die daar vragen bij stelde. Dat is nu volstrekt ondenkbaar.”

De misstanden hadden dus al veel eerder naar buiten kunnen komen?

„Zeker. Maar wat een grote rol speelt is dat ervaringen tegenwoordig via sociale media worden gedeeld. Studenten gaan niet naar een vertrouwenspersoon of klachtencommissie, maar nemen een shortcut en delen ervaringen online. Daar zit een gevaarlijke kant aan voor de opleidingen en de betrokken personen: klachten liggen meteen op straat.

„Onder studenten zie je ook een emancipatiebeweging. Ze zeggen: zo ga je niet met mij om.”

Geneuzel

Volgens Kuilman is het kunstvakonderwijs sinds de jaren tachtig op veel plekken geëvolueerd tot creatief zakelijke dienstverlening. Veel opleidingen stomen studenten klaar voor de markt. Hoe kunstzinnig, vraagt Kuilman zich af, zijn opleidingen voor bijvoorbeeld design, mode, media en entertainment? En vergen zulke opleidingen wel echt zoveel kostbare individuele begeleiding als nodig is bij beeldende kunst-, muziek- en toneelopleidingen? Kuilman: „Als ik zie hoe grafisch ontwerpen zich als opleiding heeft ontwikkeld, vraag ik me af of dat nog wel kunstvakonderwijs is.”

Zijn advies aan de toekomstig minister van Onderwijs: beperk de instroom van studenten en gebruik de besparingen om nieuw beleid te bekostigen. Formuleer daarnaast een heldere didactiek van de artistieke ontwikkeling, zodat studenten weten wat ze van een opleiding kunnen verwachten, en docenten doordrongen raken waaraan ze gebonden zijn.

Ook stelt Kuilman de aanpak voor van een heilige koe in het kunstvakonderwijs: flexibilisering van de arbeidsverhoudingen. Er is doorstroom van docenten nodig, zegt hij. „Als een docent niet goed functioneert, moet het niet vier jaar kosten om ruimte te maken voor iemand anders. Docenten zijn nu soms decennia aan opleidingen verbonden. Hun persoonlijke dogmatiek drukt soms een zwaar stempel op opleidingen. Ook de kwetsbare positie van vaak jonge docenten met tijdelijke aanstellingen is niet in het belang van studenten.”

Ten slotte bepleit Kuilman om bij kunstvakopleidingen minder nadruk te leggen op loopbaan en carrière, en méér aandacht te geven aan burgerschap en leiderschap. Een uitgangspunt dat hij ontleent aan Joseph W. Polisi, tot 2017 meer dan dertig jaar de voorzitter van Julliard School, het befaamde conservatorium in New York.

Polisi benadrukte altijd de sociale intelligentie en het burgerschap van zijn studenten, vertelt Kuilman. Als studenten zich niet tot medestudenten konden verhouden, dan stuurde Polisi ze weg, hoe talentvol ze ook waren. Tegelijk verlangde hij van studenten dat ze maatschappelijk het belang van kunst konden uitdragen.

Kuilman: „Waar je Polisi nooit over hoorde is ondernemerschap. En juist daar zijn de afgelopen decennia in Nederland allerlei lesprogramma’s voor opgezet: hoe je zzp’er kunt worden, cursussen personal branding, website bouwen enzovoort. Ik zeg: we vermorsen daarmee onze kostbare tijd aan randzaken. Als je de morele structuur van opleidingen wilt veranderen, doe dan wat Polisi deed en stel de sociale component en burgerschap centraal.”

Het kan ook voorkomen, zegt Kuilman, dat docenten nog langer weglopen met talentvolle studenten die met grensoverschrijdend gedrag voor een onveilig leerklimaat zorgen, zoals op de KABK en het Amfi gebeurde. „Zulke studenten beantwoorden aan een karikatuur van een romantische kunstenaarstypologie: de waarachtige, onaangepaste geest. Die verwachting moet direct de deur uit. Ze is ook voor die studenten zelf gevaarlijk: omdat ze niet worden gecorrigeerd ontsporen ze.”