Opinie

In het voetbal stuit het geld op ferme tegenkrachten

Luuk van Middelaar

Dat ging snel. Een geweldige golf van verontwaarding haalt de plannen van twaalf Europese topclubs voor een Super League onderuit. „Geldhonger”, zo zette Manchester United-icoon Gary Neville de toon, toen het nieuws zondag naar buiten kwam. Liverpoolfans hingen zwarte protestspandoeken aan hun stadion. UEFA, FIFA en nationale bonden dreigden met zware straffen voor clubs en spelers. Regeringsleiders Boris Johnson, Emmanuel Macron en Mario Draghi sprongen uit naam van de fans en sportwaarden op de bres voor Europa’s kleinere clubs.

In dit koor van verbolgenheid viel zeker te grinniken om enkele schrille noten. De commerciële UEFA die de twaalf separatisten met droge ogen cynisme verweet. Voetbalminnend Nederland dat beteuterd constateerde dat dit „wellicht zonder Ajax” gebeurt. Of president Macron die Franse clubs prees niet mee te doen, vergetend dat de president-eigenaar van de enige gegadigde, Paris Saint-Germain, grote zakenbelangen heeft in de huidige Champions League.

Als de twaalf ijdele uitbrekers de verhoudingen wilden testen, hebben ze zich lelijk verrekend. Onder druk van de fans trokken de zes Britse clubs zich dinsdag terug; de drie Spaanse en drie Italiaanse beraden zich. De krachtmeting met de UEFA haalt de rechtszalen niet eens: de court of public opinion beslist. In het voetbal, ’s werelds grootste én meest Europese sport, draait het altijd om meer dan de bal alleen. Dus is het fascinerend te zien welke krachten botsen.

Aan de ene kant de macht van geld en globalisering. De president van Real Madrid, zegsman van de twaalf: „Voetbal is de enige sport die wereldwijd meer dan vier miljard fans heeft en het is onze verantwoordelijkheid als grote clubs om aan hun wensen tegemoet te komen.” Deze ‘fans’ zijn niet de Londenaren of Madrilenen die op zondag naar Arsenal of Real komen, maar massa’s potentiële tv-kijkers in China, India of Zuid-Amerika. Plus de reclame-inkomsten erachter.

Zoals in 1963 de West-Duitse voetbalcompetitie, tot dan in vijf regionale blokken van amateurs verdeeld, werd samengebundeld tot één professionele Bundesliga – aldus twee auteurs in Die Zeit al een week geleden –, zo is nu een Europese superliga een kwestie van tijd. Rauw kapitalisme hand in hand met transnationale identiteitsvorming. Geen wonder dat de gesloten Amerikaanse basketbalcompetitie NBA de superliga-oprichters inspireert. Vier van de twaalf betrokken voetbalclubs hebben een Amerikaanse eigenaar; zakenbank JP Morgan biedt miljarden euro’s financiële dekking.

Toch zijn de verschillen tussen Amerika en Europa groot. Dat brengt ons op de luidruchtige tegenkrachten. Ik zie er een aantal. Ten eerste: het lokale. Tegenover de globalisering staat de inbedding van het voetbal in Europese (industrie)steden, met hun clubtradities, hun stadions als cultuurgoed. En hun vetes en derby’s; ‘City’ tegen ‘United’ in Manchester, ‘Cercle’ tegen ‘Club’ in Brugge, enz.

In 1957 verhuisden de Brooklyn Dodgers van New York naar Los Angeles en honkbalden voort als LA Dodgers. Dat werkt met voetbal niet; je kunt Ajax niet verpoten van Amsterdam naar Oslo. De Kuip is Rotterdam, zoals Anfield Road Liverpool is.

Ten tweede: de belofte. De Super League-mannen viel hoon ten deel omdat de twaalf oprichters zelf niet kunnen degraderen. Als ware aristocraten geven zij zich een geboorterecht, boven het gepeupel. Zo’n gesloten top is in strijd met de open piramide van het Europese voetbal, die nationale en Europese competities vervlecht – van de brede amateurbasis tot de Champions-League-elite.

Zelf woon ik in de Brusselse wijk Vorst, op vijf minuten lopen van het Joseph Marienstadion, thuisbasis van Union Saint-Gilloise. Toen ik enkele jaren terug voor het eerst met mijn zoontje ging kijken verpieterde deze ex-landskampioen nog in de derde divisie. Maar verdomd, één investeerder en twee promoties verder: volgend seizoen spelen we in de Belgische eerste divisie. En wie weet, over twee of drie seizoenen… Messi, Mbappé, here we come!

Lees ook ‘Kom bij zinnen’, roept de UEFA-baas naar de afvalligen

De gesloten Super League doorbreekt de droom van de fan, die kleine krabbelaars en grote sterren verbindt. Juist dat zou het voetbal kapot maken.

Dan is een derde tegenkracht tegen geld en globalisering: eerzucht en clubliefde. De meeste eigenaren verdienen niet aan hun club, maar stoppen er geld bij, zo bracht de Britse kenner en FT-columnist Simon Kuper in herinnering.

Waarom? Omdat het in voetbal ook draait om roem en eer, om mecenaat en prijzenkast, om trots en trouw, om een plekje in de geschiedenis van het spel.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU-recht (Leiden).

Update: deze column is 21/4 geactualiseerd na nieuwe ontwikkelingen.