Een eigen tuin, je eigen stukje paradijs op aarde

Parkzicht Door corona is er meer aandacht voor de eigen tuin. is benieuwd naar de trend op het gebied van beplanting. Waar geeft de Nederlander zijn geld aan uit?

Foto Dieuwertje Bravenboer

Op de rand van publiek en privaat domein onderscheiden we de voortuin. Veelal met grind of gras, dichtbegroeid om inkijk te weren, of juist het tegenovergestelde: open, om pontificaal te pronken. Soms met tuinkabouters, dan weer met een boeddha. Toon mij uw voortuin en ik zeg u wie u bent.

Op weg naar De Hessenhof bedacht ik me hoeveel tuinen er eigenlijk zijn in ons land. Want volgens meerjarig onderzoek van het CBS is de voortuin aan het verdwijnen. Waar de gemiddelde oppervlakte van woningen groter wordt, neemt het aantal vierkante meters van tuinen juist af. We zijn groter gaan bouwen voor kleinere huishoudens. Bovendien onderscheiden we nieuwe woonbehoeftes als een walk-in closet, gameroom en mancave. En al die nieuwigheid gaat ten koste van de voortuin.

De typologie van de Nederlandse doorzonwoning is hiermee danig op zijn kop gezet. Onherstelbaar verbeterd, om met Gerrit Komrij te spreken. Was een gemiddelde tuin in de jaren vijftig nog 115 vierkante meter, tegenwoordig is die teruggebracht tot 80 vierkante meter. Dat was de meerjarige ontwikkeling die vorig jaar ineens omsloeg.

Uit gegevens van Funda bleek in de loop van 2020 dat sinds corona het aantal clicks op de zoekterm ‘woonhuis’ drastisch is toegenomen, ten koste van het aantal clicks op ‘appartement’. Ook is sinds maart 2020 het aantal zoekopdrachten op ‘tuin’ toegenomen. En dat verbaast mij niet. De belangstelling voor parken zat al in de lift en ook voor de eigen tuin is corona een accelerator van jewelste.

In de Verenigde Staten, waar alles eerder en sneller gaat dan hier in de polder, is inmiddels een heuse trek naar buiten op gang gekomen. De huizenprijzen in de grote steden waren al niet meer op te brengen – en daarbij komt dat de kwaliteit van leven buiten de stad veel voordelen biedt. Rem Koolhaas had het kennelijk voorvoeld toen hij in het Guggenheim Museum, nota bene in hartje New York, zijn tentoonstelling Countryside, A Report opende. Dat was in februari 2020, kort voordat de pandemie in alle hevigheid om zich heen greep. Er is hier iets gaande maar ik weet niet wat, dacht ik op dat moment.

We zijn nu ruim een jaar verder en uit de Haagse persconferenties hoor ik het wanhopige geluid uit een voorbije tijd: terugverlangen naar een wereld van het oude normaal, zonder ooit de vraag te stellen of dat wel zo normaal was. Ik hoor de minister over een samenleving die snakt. Mooi woord. Snakken. Zou het in plaats van te snakken naar het verleden niet beter zijn te snakken naar een toekomst? Die juist recht doet aan verworvenheden die, versterkt door corona, aan het licht zijn gekomen? Dat wandelen goed en gezond is, stadsparken geweldig zijn, vakantie in eigen land veel te bieden heeft en dat een tuin heerlijk is?

En wat dit laatste betreft: die eigen tuin, je eigen stukje paradijs op aarde, helemaal ingericht zoals jij dat wil – hoe zou die eruitzien? Ondanks de verplichte sluiting beleefde de tuinbranche in 2020 een uitstekend jaar. Zo steeg de verkoop van tuinmeubelen en barbecues met maar liefst 50 procent. Voor deze rubriek ben ik meer geïnteresseerd in trends op het gebied van beplanting. Waar geeft de Nederlander zijn geld aan uit? En wat gebeurt er in de voortuin?

Daarvoor toog ik dus naar De Hessenhof, bij Ede. In tegenstelling tot wat de meeste tuincentra doen, worden hier op biologische wijze duizenden planten gekweekt, gekoesterd en verkocht. Ik loop door misschien wel de grootste vasteplantenverzameling van Europa en ontmoet eigenaar en oprichter Hans Kramer, die samen met zijn vrouw Miranda ruim zesduizend soorten aanbiedt.

Hier geen ‘plofplanten’ of ‘plofzaad’, geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen, maar sterke planten, zelfgekweekt. In de meeste tuincentra wordt de consument gek gemaakt met de kleurenpracht van uitbundig bloeiende planten die, zodra je ze in de tuin zet, over hun hoogtepunt heen zijn. Kasplantjes die door zaadcoatings en hormonen tot op het moment van verkoop kortstondig en kunstmatig worden opgekweekt. Garantie tot de voordeur.

De Hessenhof en andere biologische kwekerijen (zie Biotuinwijzer.nl) keren het tij. En de consument neemt niet langer genoegen met confectiekweeksels. Op mijn vraag wat de trend is, antwoordt Hans onmiddellijk: „Inheems.” En ook dat verbaast me niet. Want wie toegeeft aan stilte, aan bezinning en een tijdelijke pas op de plaats, valt op dat de mooiste bloempjes vlak voor je voeten groeien. Je hoeft niet dit. Je hoeft niet dat. Je hoeft alleen maar stil te staan om het te zien.