Analyse

De VS willen weer vooropgaan in de aanpak van de klimaatcrisis. Wie zit daarop te wachten?

Klimaattop Met een virtuele top brengt president Biden zijn land terug op het klimaattoneel. Vooral China reageert sceptisch.

Stoom komt uit schoorstenen van een kolencentrale nabij West Jefferson, Alabama.
Stoom komt uit schoorstenen van een kolencentrale nabij West Jefferson, Alabama. Foto Andrew Caballero-Reynolds/AFP

„Als Amerika er niet in slaagt de wereld te leiden bij het aanpakken van de klimaatcrisis, zal van die wereld niet veel overblijven.” De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Blinken sprak afgelopen maandag grote woorden, in de aanloop naar de virtuele klimaattop die vandaag en morgen plaatsvindt op initiatief van de Verenigde Staten. „Landen die voor een aanzienlijk deel van hun energie afhankelijk blijven van steenkool, investeren in nieuwe kolencentrales of massale ontbossing toestaan”, kunnen rekenen op een berisping door de VS, zei Blinken.

Met de top, waarvoor president Joe Biden zo’n veertig regeringsleiders heeft uitgenodigd, willen de VS hun terugkeer op het internationale klimaatpodium benadrukken. Om deze gebeurtenis extra glans te geven, reisde Bidens klimaatgezant John Kerry de hele wereld over om landen ertoe te bewegen tijdens de top hun klimaatambities te verhogen.

De deelnemers willen vooral één vraag beantwoord zien: wat gaan de Amerikanen zélf doen om hun uitstoot terug te dringen? Al in de eerste weken na zijn aantreden kondigde Biden aan dat de Verenigde Staten tegen het midden van de eeuw klimaatneutraal zullen zijn. Maar zonder concrete stappen stelt zo’n belofte voor de lange termijn weinig voor. De echte opgave voor de nieuwe president draait om het beleid in het komende decennium.

Kolencentrales dicht

Hoeveel CO2 gaan de VS tot 2030 minder uitstoten? Gaan kolencentrales versneld dicht? Wordt de emissie van het autoverkeer gereguleerd, de winning van schalie-olie aan banden gelegd? Gebeurt er iets aan het ongebreidelde (binnenlandse) vliegverkeer? En hoe denkt Biden dat allemaal voor elkaar te krijgen met een sterk verdeeld Congres?

Onder president Donald Trump keerden de VS klimaatbeleid vier jaar lang de rug toe. Trump schroefde plannen van zijn voorganger Barack Obama terug, waaronder diens belofte de broeikasgassen tot 2025 met ruim een kwart te reduceren. Veel Amerikaanse steden en staten trokken zich daar weinig van aan en namen eigen klimaatmaatregelen. Trump bezegelde aan het einde van zijn ambtstermijn zijn afkeer van klimaatbeleid met een terugtrekking uit het Klimaatakkoord van Parijs.

De verwachting is dat Biden een halvering van de CO2-uitstoot in 2030 zal aankondigen – veel meer dan Obama eerder beloofde

De rest van de wereld ging intussen gewoon door. Europa verhoogde zijn ambities. Landen als Canada, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea overwegen inmiddels dat ook te doen. Ook China zette belangrijke stappen, al gaan die nog niet ver genoeg. Het land verwacht de piek in zijn emissies uiterlijk in 2030 te bereiken, maar vrijwel nergens groeit de hoeveelheid duurzame energie zo snel. En met de belofte van president Xi Jinping dat China rond 2060 klimaatneutraal zal zijn – wat wordt gezien als een vergaande stap voor een land dat officieel nog steeds geldt als ontwikkelingsland – is voor het eerst een klimaatdoelstelling gekoppeld aan een concrete datum.

Lees ook: Het verbruik van fossiele energie is nu hoger dan in de periode vóór corona

En de VS? De verwachting is dat Biden een halvering van de CO2-uitstoot in 2030 zal aankondigen (ten opzichte van 2005) – veel meer dan Obama eerder beloofde. Voor dat doel wil Biden onder meer geld gebruiken uit het fonds van 2.000 miljard dollar om de verouderde Amerikaanse infrastructuur te herstellen. Onduidelijk is of de president in het Congres voldoende steun zal krijgen voor het plan. En als dat al lukt, is het de vraag of het genoeg CO2-reductie oplevert om het ambitieuze klimaatdoel te halen.

Geloofwaardigheid

Toch hoopt Biden hiermee de geloofwaardigheid van de VS te herstellen. Tegelijkertijd probeert hij internationaal een leidersrol op te eisen, zoals Obama die had in 2015 bij de onderhandelingen over het Klimaatakkoord van Parijs. Die taak heeft hij gedelegeerd aan klimaatgezant John Kerry, destijds als minister van Buitenlandse zaken nauw betrokken bij de totstandkoming van het Parijs-akkoord.

Kerry schrok er de afgelopen maanden niet voor terug andere landen de les te lezen. Japan moet zijn ambities flink opschroeven, liet Kerry bijvoorbeeld weten. Australië moet klimaatbeleid eindelijk eens serieus nemen. En India heeft misschien wat buitenlandse hulp nodig, maar mag zich niet langer verschuilen achter zijn status als ontwikkelingsland.

Met China werd afgelopen weekeinde een akkoord bereikt over hernieuwde samenwerking op het gebied van klimaat. Ook dat land doet in Amerikaanse ogen nog lang niet genoeg. China is weliswaar bereid tot samenwerking, maar laat zich door de VS niet zomaar de les lezen. „Met betrekking tot het Klimaatakkoord van Parijs komen en gaan de Amerikanen wanneer ze zin hebben”, zei een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken. „De huidige terugkeer is geen glorieuze comeback, maar eerder die van een student die heeft gespijbeld.” Volgens een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken moeten de Amerikanen eerst maar eens uitleggen „hoe ze de achterstand die ze de afgelopen vier jaar hebben opgelopen willen inhalen”.

Bidens snelle klimaattop – een van zijn verkiezingsbeloftes – zal niet veel concrete plannen opleveren. Toch kan de bijeenkomst de weg effenen voor de klimaatconferentie in november in Glasgow. Die stond gepland voor vorig jaar, maar werd uitgesteld in verband met corona. Nu de Amerikanen terug zijn, komt dat achteraf gezien misschien niet eens zo slecht uit. Want in Glasgow moeten alle landen laten zien hoever ze willen gaan om het doel van Parijs – maximaal anderhalve graad opwarming van de aarde – binnen bereik te houden.