Topclubs hijsen witte vlag: excuses voor Super League

Super League Het pact achter de Super League bleek minder sterk dan gedacht. Dinsdag trok de helft van de topclubs zich al terug, vervloekt door hun eigen fans.

Fans van Chelsea protesteerden dinsdagavond in Londen tegen de plannen van hun club om mee te doen aan de Super League.
Fans van Chelsea protesteerden dinsdagavond in Londen tegen de plannen van hun club om mee te doen aan de Super League. Foto Neil Hall/EPA

Wie dacht dat het voetbal het definitief had afgelegd tegen het grote geld, kon woensdagochtend opgelucht constateren dat miljardairs aan de toppen van Europa’s grootste voetbalclubs niet altijd hun zin krijgen.

Want de Super League, een van de meest controversiële plannen in de voetbalwereld, zal er voorlopig niet komen. Dat kan haast niet anders, gezien de ontwikkelingen van dinsdag, waarop de twijfel toesloeg bij zeker de helft van de clubs die het controversiële elitetoernooi hadden willen realiseren.

In de laatste uren van de avond werd op meerdere plekken in Engeland de witte vlag gehesen. De eerste clubs die begonnen te twijfelen waren Manchester City en Chelsea. Later volgden ook Tottenham Hotspur, Arsenal, Manchester United en Liverpool.

Allemaal trokken zij zich terug uit hun eerder gesloten principeakkoord. Ze waren onder vuur genomen door hun eigen premier, verketterd door hun fans en in sommige gevallen de rug toegekeerd door hun eigen sponsoren. Reacties die de zes clubs vooraf toch hadden kunnen bedenken, zou je denken.

Arsenal kwam met een open brief naar zijn fans, waarin de club schreef dat het „nooit de bedoeling was om zoveel ellende te veroorzaken”. „De reactie van supporters heeft ons aangezet tot verdere reflectie en diep nadenken (...) We hebben een fout gemaakt (...) We weten dat het tijd zal kosten om het vertrouwen te herstellen in wat wij hier bij Arsenal proberen te bereiken.”

Opzeggende sponsors

De Amerikaanse zakenman John Henry, eigenaar van Liverpool FC, nam in een videoboodschap alle schuld op zich, voor het feit dat een van de meest klassieke Engelse voetbalclubs verzeild was geraakt in een revolutionair, door fans gehekeld voetbalconcept. Een toernooi waar zijn eigen spelers en trainer zich van afkeerden. Ook twee sponsors zegden op, waaronder de belangrijkste, de bankengroep Standard Chartered. Henry: „Ik wil mijn excuses maken aan alle fans van Liverpool voor de ontwrichting die ik de afgelopen 48 uur heb veroorzaakt.”

Lees ook: Ook AC Milan, Inter en Atlético Madrid trekken handen af van Super League

Maar hij niet alleen. Het waren de bestuurders van twaalf clubs die zondag een schokgolf in het Europese voetballandschap veroorzaakten met hun eigen format voor een Europees toernooi. Een gesloten competitie, waarin Juventus, AC Milan, Inter Milan, FC Barcelona, Real Madrid, Atlético Madrid en de eerder genoemde zes clubs samen zo’n 3,5 miljard euro zouden gaan verdelen.

Dat er verbolgen werd gereageerd, komt omdat de twaalf clubs in feite een dam aan de top van het ecosysteem zouden gaan zetten. Andere clubs hebben daardoor minder toegang tot roem en rijkdom, terwijl de grote clubs via hun eigen commerciële vehikel honderden miljoenen extra uit de markt wilden gaan halen. Met als gevolg dat het gat met clubs als Ajax en PSV alleen maar groter wordt.

Vandaar dat de gemoederen de voorbije dagen zo hoop opliepen. Ook dinsdag weer, op het congres van de Europese voetbalbond in het Zwitserse Montreux. UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin zei: „Egoïsme vervangt solidariteit, geld is belangrijker geworden dan glorie, hebzucht belangrijker dan loyaliteit, dividenden belangrijker dan passie.”

Gianni Infantino, baas van wereldvoetbalbond FIFA, keerde zich ook tegen de voorgenomen breakaway van de twaalf clubs. De twaalf ‘afvallige’ clubs moesten de consequenties van hun handelen accepteren, zei hij. Of zij blijven onderdeel van de voetbalfamilie. Of niet. „Je kunt er niet half in of half uit zijn.”

Barsten in het pact

Later op de dag, toen ook de Britse premier Boris Johnson had uitgesproken „alle opties” te onderzoeken om een Super League te dwarsbomen, ontstonden er steeds meer barsten in het pact achter de competitie.

Toen fans van Chelsea zich ’s avonds verzamelden voor stadion Stamford Bridge, kreeg het verzet een gezicht: dat van een volksopstand, die almaar groter leek te worden. En dat terwijl de grote clubs meenden dat de Super League juist nieuwe fans zou aanboren. Voorzitter Florentino Perez van Real Madrid zei maandag nog op de Spaanse tv dat veertig procent van de generatie tussen de 16 en 24 jaar geen interesse in voetbal heeft. Daar wilden zij verandering in brengen.

Toch bleek Perez’ masterplan niet zo robuust als hij zich moet hebben voorgesteld. Wat te denken van Andrea Agnelli, de voorzitter van Juventus? Terwijl er een domino-effect onder de zes Engelse clubs optrad, gaf Agnelli een interview dat woensdagochtend in de Italiaanse krant Corriero Dello Sport verscheen.

Geen woord over de dreigende flater, maar slechts fraaie bespiegelingen over de Super League. „De Super League-clubs hebben een bloedband”, aldus Agnelli. „Deze competitie gaat honderd procent slagen.” Woensdagochtend gaf Agnelli alsnog toe dat de Super League zo niet kan doorgaan.

Buiten de bubbel van de twaalf clubs wordt er woensdag vooral gegniffeld. In appjes sturen functionarissen elkaar screenshots van lollige berichten op sociale media. That escalated quickly. Volgens hen hebben de bazen van Juventus en Real Madrid zichzelf overschat, en getuigen hun interviews van de voorbije twee dagen van slecht inschattingsvermogen. Tot dinsdagavond bleven zij volharden in hun gelijk, terwijl ze in feite al omsingeld werden. Ed Woodward, directeur van Manchester United, legde intussen al zijn functie neer.

Behalve uitgelaten zijn ze bij de UEFA ook opgelucht dat de Super League voorlopig lijkt afgewend. Tegelijk benadrukken insiders ook dat dit een wake-up-call is. In Zwitserland kan voorlopig niemand achterover leunen. In plaats daarvan moet er vooruit worden gedacht om te voorkomen dat de UEFA, nationale competities en clubs worden overvallen door wensen van topclubs om hun eigen wedstrijden te vermarkten. Een soort „naoorlogse strategie”, zoals een ingewijde het noemt.