Maarten Camps, voorzitter van UWV.

Foto Olivier Middendorp

Interview

Het UWV kan wel even zonder Haagse plannen

Maarten Camps, UWV-voorzitter

Te weinig artsen, grote achterstanden – de nieuwe UWV-chef probeert de taken onder controle te krijgen. Extra werk is ongewenst.

Grote kans dat het volgende kabinet het UWV nóg meer taken wil geven. En grote kans dat de uitkeringsinstantie dan zegt: dat gaat voorlopig niet lukken.

Het UWV is druk met de uitvoering van de tijdelijke loonsubsidie NOW en met het toegenomen aantal WW-uitkeringen. Het personeelsbestand steeg vorig jaar met 1.200 voltijdbanen naar ruim 17.000, staat in het jaarverslag dat het deze woensdag publiceert.

Minder bekend is dat de uitkeringsinstantie al jaren worstelt met een nijpend tekort aan verzekeringsartsen. Zij beoordelen in hoeverre iemand in staat is te werken. Daarmee zijn zij cruciaal bij de bepaling of iemand bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsuitkering kan krijgen. En, zo ja, hoe hoog die wordt en hoelang die duurt.

De stapel dossiers die wachten op een eerste of nieuwe beoordeling wordt ieder jaar groter: van 48.000 eind 2017, naar meer dan 85.000 eind vorig jaar.

En nu dreigt er vanuit politiek Den Haag dus nog meer werk. Veel partijen willen een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandig ondernemers. Ook is er een kans dat zieke werknemers al na één jaar ziekte of arbeidsongeschiktheid, in plaats van twee jaren, recht krijgen op een WIA-uitkering.

„Dat zou ons serieus in de problemen brengen”, zegt Maarten Camps. Hij trad op 1 september aan als bestuursvoorzitter van het UWV. Daarvoor was hij jarenlang topambtenaar op ministeries. „Als die voorstellen worden doorgevoerd, moeten er nog meer beoordelingen gedaan worden. Dat kunnen wij nu niet aan.”

De achterstanden zijn nu al groot. Wat zijn de gevolgen?

„Mensen die een eerste beoordeling nodig hebben voor een arbeidsongeschiktheids- of Ziektewetuitkering, hebben prioriteit. De achterstanden ontstaan vooral bij degenen die een herbeoordeling nodig hebben. Daardoor kan het zijn dat mensen niet de uitkering en begeleiding krijgen waar ze recht op hebben. Dat is niet goed.”

11.000 mensen kregen vorig jaar alvast een WIA-uitkering zonder te zijn beoordeeld, staat in het jaarverslag. Zij riskeren terugvordering.

„In het begin van de coronamaatregelen konden wij geen sociaal-medische beoordelingen uitvoeren, maar wilden we mensen ook niet in de kou laten staan, zonder geld. Dus kregen zij een voorlopige uitkering, totdat beoordeling kan plaatsvinden. Dat kan inderdaad betekenen dat er teruggevorderd moet worden. In de praktijk zal de inkomensterugval vaak meevallen, omdat ze dan bijvoorbeeld recht hebben op een WW-uitkering.”

Het UWV is vorig jaar vaak in gebreke gesteld om vertraging bij beoordelingen. Jullie moesten 3,2 miljoen euro aan dwangsommen betalen. Dat is toch zonde van het geld? Daar kun je een aantal artsen van betalen.

„Dat is zeker zonde. Maar ja, dan moeten die artsen er wel zijn.”

Vorig jaar gingen 120 verzekeringsartsen weg, meer dan de 95 die erbij kwamen. Hoe kan dat?

„Een deel is pensionering. We hebben wel veel jonge basisartsen die bij ons werken. We hopen dat zij zich specialiseren tot verzekeringsarts en bij ons blijven.”

Ook dat valt tegen: een groot deel kiest later een andere specialisatie.

„Ja, daarom kijken we nu beter of wie bij ons begint, ook echt verzekeringsarts wil worden. Als iemand is uitgeloot voor een ander specialisme en alleen tijdelijk bij ons wil werken, is het zonde daar veel tijd en geld in te investeren.”

Dit tekort is er al jaren. Waarom duurt het zo lang om te verhelpen?

„Zo’n 80 procent van de Nederlandse verzekeringsartsen werkt al bij het UWV, dus onze mogelijkheden om te werven zijn begrensd. We proberen het beroep aantrekkelijker te maken en te zorgen dat mensen hier blijven. Want we zien dat de vraag naar het werk dat zij doen, de beoordelingen, alleen maar toeneemt.”

Om die reden verhoogde het UWV al de salarissen van de artsen. En het sprak onlangs met minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en de vereniging voor verzekeringsgeneeskunde een nieuwe werkwijze af voor de beoordelingen.

Bij die aanpak komt een uitkeringsgerechtigde niet altijd op gesprek bij een verzekeringsarts, maar bijvoorbeeld bij een fysiotherapeut of psycholoog. „Het wordt meer teamwork”, zegt Camps, „onder verantwoordelijkheid van de arts.”

Zo hoopt het UWV de komende jaren de achterstanden in te lopen. Althans, als er geen nieuwe wetten uit Den Haag komen, zoals die verzekerplicht voor zelfstandigen. Camps: „Ook met de nieuwe werkwijze kunnen wij dat niet aan.”

Het UWV heeft ook een andere boodschap voor politiek Den Haag. Regels veranderen te vaak, staat in het jaarverslag, en zijn „complexer dan ooit”.

Heeft u daar een voorbeeld van?

„Een voorbeeld is de Wajong-uitkering voor mensen die al vanaf jonge leeftijd een arbeidsbeperking hebben. We hebben inmiddels drie soorten Wajong-regelingen. Zelfs binnen het UWV snappen maar weinig mensen dit helemaal. We willen dat mensen begrijpen waar ze recht op hebben. Dan moeten regels niet te complex zijn.”

Vorig jaar nam het parlement een wetswijziging aan die de Wajong eenvoudiger moet maken. Maar de wet blijft te ingewikkeld, staat in het UWV-jaarverslag, vooral door wijzigingen die Eerste Kamerleden hebben aangebracht. „We verwachten daarom veel vragen vanuit deze kwetsbare doelgroep over de nieuwe regels”, schrijft het UWV.

Kamerleden maken wetten „eerder complexer dan eenvoudiger”, zegt Camps. „Omdat er toch nog uitzonderingen of bijzonderheden in moeten. Maar elke uitzondering en elke bijzonderheid maakt de wet moeilijker om uit te voeren én te begrijpen.”

Kamerleden willen een wetsvoorstel natuurlijk wel kunnen wijzigen. Hoe kun je dit probleem dan oplossen?

„Door de uitvoerbaarheid met ons te bespreken. En je zou meer wetten en regels op hoofdlijnen kunnen maken. Dan zet je niet alle situaties en uitzonderingen in de wet, maar laat je professionals in de uitvoering vaker beoordelen wat de bedóéling van de wet is.

„De wet geeft ons niet altijd de mogelijkheid een uitzondering te maken. Zo kan het gebeuren dat we geld moeten terugvorderen bij iemand met schulden, en dat we van de wet niet mogen meewerken aan een betalingsregeling die de gemeentelijke schuldhulpverlening voorstelt. Dat kan het gevolg zijn als je de wet helemaal wilt dichtregelen. Dat helpt ons niet en de burger niet.”