Reportage

Goudkoorts vergiftigt het oerwoud van Suriname

Suriname De hoge goudprijs en coronacrisis lokken duizenden illegale Braziliaanse mijnwerkers naar de binnenlanden van buurland Suriname. Daar wordt de lokale bevolking ziek van al het kwik in de rivier.

„Zie je hoe vies de rivier hier is?” Frans Apalakali (62) werpt vanaf een klein houten bootje zijn visnet uit in de rivier de Lawa en tuurt naar het troebele, smerige water.
„Zie je hoe vies de rivier hier is?” Frans Apalakali (62) werpt vanaf een klein houten bootje zijn visnet uit in de rivier de Lawa en tuurt naar het troebele, smerige water. Foto Idi Lemmers

Boven bloedhete en geelrode vlammen draait Nicolas Ferreira (22) langzaam een staafje rond. De goudkleurige vloeistof druppelt op een gloeiende plaat en bindt zich snel tot een plat rondje. „Dit kleine stukje goud is meer dan driehonderd euro waard”, zegt Ferreira als hij het op een weegschaal heeft gelegd en met een rekenmachine de prijs heeft berekend. „De goudprijs is opnieuw gestegen.”

Toen vorig jaar de pandemie uitbrak en de toch al zo verzwakte Surinaamse economie harde klappen kreeg, besloot de Braziliaan het diepe Surinaamse binnenland in te trekken. Hij voegde zich bij het leger van tienduizenden uit Brazilië afkomstige ‘garimpeiros’ (goudzoekers) die hier hun geluk beproeven. „Er is altijd wel werk in de goudwinning in Suriname en nu het economisch zo slecht gaat is dit een uitweg. Goud biedt zekerheid”, zegt hij.

Wekelijks komen er nieuwe Brazilianen naar het gebied op zoek naar goud, ziet Ferreira. Maar ook Surinamers uit Paramaribo, en zelfs Cubanen en Venezolanen die vanwege de crisis in eigen land hun heil in Suriname zoeken, worden gelokt door het goud. „Er is hier niemand die over je schouder kijkt en je kunt heel veel goud vinden”, zegt hij.

Samen met sieradenmaker Dennis Mourão, die ook recent vanuit Brazilië naar Suriname kwam, runt opkoper Ferreira een kleine smelterij op de onderste verdieping van een groot blauw gebouw dat dienst doet als hotel, wasserette, bordeel en geldkantoor. Garimpeiros brengen er hun goud dat ze aan Ferreira verkopen voor cash en sturen dit vervolgens deels naar familieleden in Brazilië. Of ze laten er sieraden van maken. In een vitrine in de smelterij liggen gouden kettingen, oorbellen en armbanden uitgestald.

Stukje Brazilië in Suriname

Pakweg tien jaar geleden was dit nog een strook oerwoud aan de Lawa, de rivier aan de grens met Frans-Guyana – tot de eerste Braziliaanse goudzoekers zich hier vestigden. Verweerde, hardvochtige mannen uit het noorden van Brazilië, opgegroeid met de technieken en het harde bestaan van de goudwinning. Onder die eerste goudzoekers was een zekere Antonio, een man met een oorbel, naar wie deze, op Surinaamse grond gelegen nederzetting werd vernoemd: ‘Antonio do Brinco’, Portugees voor ‘Antonio met de oorbel.

„Dit is een stukje Brazilië in Suriname”, zegt Dennis Mourão terwijl hij zijn lasbril opzet en behendig een gouden ring bewerkt.” In het restaurant op de tweede etage hangt de geur van geroosterd vlees en bonen. De Braziliaanse tv-zender Globo staat aan met hoogtepunten van de voetbalwedstrijd van de club Flamengo uit Rio. Een groep vrouwen en mannen zit aan een tafel vol flessen bier. Mourão: „Het leven is hier alleen veel beter dan in Brazilië. Je kunt hier heel rijk worden.”

Braziliaanse goudzoekers zijn er al sinds de jaren negentig in Suriname, maar sinds de coronacrisis is een ware goudkoorts uitgebroken. Inmiddels zijn er naar schatting circa dertigduizend overwegend illegale Braziliaanse mijnwerkers in het binnenland op zoek naar goud.

Op de rivier drijven tientallen kolossale goudplatforms. Deze zogeheten skalians zijn omstreden in Suriname: ze zuigen het goud uit de bodem van de rivier. Voor het bindingsproces van het goud wordt zeer giftig kwik gebruikt, dat vervolgens in de rivier terecht komt en grote milieuschade veroorzaakt.
Foto Idi Lemmers
Sieradenmaker Dennis Mourão, die ook recent vanuit Brazilië naar Suriname kwam, runt met een compagnon een kleine smelterij op de onderste verdieping van een groot blauw gebouw dat dienst doet als hotel, wasserette, bordeel en geldkantoor.
Foto Idi Lemmers

Controle vanuit de Surinaamse overheid is er in deze afgelegen gebieden nauwelijks. De kapitein, de lokale autoriteit, woont zelfs aan de overkant, in het dorp Maripasoula en feitelijk dus op Frans-Guyanees grondgebied. De plaatselijke politiepost is onbemand.

Iets verder op de rivier drijven tientallen kolossale goudplatforms, waar Brazilianen dag en nacht werken. Deze zogeheten skalians zijn omstreden in Suriname: ze zuigen het goud uit de bodem van de rivier. Voor het bindingsproces van het goud wordt zeer giftig kwik gebruikt, dat vervolgens in de rivier terecht komt en grote milieuschade veroorzaakt.

Ziek van de rivier

„Zie je hoe vies de rivier hier is?” Frans Apalakali (62) werpt vanaf een klein houten bootje zijn visnet uit en tuurt naar het troebele, smerige water. „Toen ik jong was kon ik door het water heen kijken, zo schoon was het. Maar de goudzoekers in de kreek hebben het water vervuild. We kunnen onze vis niet meer eten.” Apalakali behoort tot de Wayana-gemeenschap, die onder meer rondom Kawemhakan woont, een dorp iets zuidelijker. Vis is de eerste levensbehoefte van deze inheemse groep, maar nu worden ze daar ziek van.

Meheloe Tiwikira, moeder van vier kinderen, weeft behendig een hangmat onder een verkoelend plekje bij haar huis in Kawemhakan. „Ik ben onderzocht door een arts uit Frans-Guyana”, vertelt ze, en pakt haar gezondheidsboekje vol grafieken en getallen. „Als ik vis heb gegeten voel me daarna vaak misselijk en duizelig, alsof ik mijn evenwicht ga verliezen en kan neervallen.” Er zijn stukjes haar en nagels van haar afgenomen en onderzocht. De artsen troffen verhoogde kwikgehalte aan. „Ook bij mijn kinderen, over hen maak ik me meer zorgen”. zegt ze.

Activiste Jupta Itoewaki, zelfs afkomstig uit het Wayana-dorp, zet met haar stichting Mulokot een viskwekerij op met steun van de dorpelingen. Foto Idi Lemmers

Een paar huizen verderop vertelt een bewoonster over de pijnaanvallen in haar buik en haar ‘gevoelloze benen’. Volgens de Franse artsen van de overkant zijn dit soort klachten ook een gevolg van verhoogd kwik in het lichaam. „Maar we eten al eeuwen vis, net als onze voorouders.”

Lees ook Deze reportage over de impact van de pandemie op de Wayana-bevolking

Het is de reden dat activiste Jupta Itoewaki, zelfs afkomstig uit het Wayana-dorp maar grotendeels opgegroeid in Paramaribo, met haar stichting Mulokot een viskwekerij opzet in het dorp – met steun van de dorpelingen, het traditionele gezag en donoren. „Het is te triest voor woorden dat we onze eigen vis niet meer kunnen eten, omdat we anders vergiftigd raken. We gaan daarom nu onze eigen, kwikvrije vis produceren”, zegt Itoewaki.

Goudmijnen in natuurpark

Dat de skalians zeer vervuilend zijn, is al jaren bekend. Voorgaande regeringen, en recent ook nog de huidige president Santokhi, hebben vaker beloofd om de nu meer dan veertig drijvende goudplatforms te verwijderen. Het gebeurt niet.

Suriname heeft wel in 2018 het Minamata-verdrag van de VN goedgekeurd, dat als doel heeft om de handel in en gebruik van kwik wereldwijd terug te dringen. Dat laatste is hoognodig: uit een rapport van 2016 door de Anton de Kom Universiteit in samenwerking met de Basel Convention, blijkt dat er jaarlijks meer dan 130.000 kilogram kwik in de Surinaamse natuur belandt.

De regering-Santokhi heeft belooft met de vernieuwde ‘Commissie Ordening Goudsector’ de milieuschade aan te pakken. Of en hoe ze dit gaat doen is nog onduidelijk, want met de goudwinning zijn grote commerciële belangen gemoeid. In het veld en op de platforms werken weliswaar overwegend Brazilianen, maar de eigenaren van de concessies en de skalians zijn Surinamers, vaak hooggeplaatste, invloedrijke (politieke) figuren.

„Het zijn vaak bedrijven die in ruil voor financiële steun aan politieke partijen zo’n concessie of skalianvergunning toegewezen krijgen”, zegt milieu-activist Erlan Sleur van stichting Probios. Hij laat zijn drone opstijgen boven het dorp Kawemhakan om vanuit de lucht de goudwinning en natuurvernietiging te bestuderen.

„Onze huidige vicepresident Ronnie Brunswijk, doet al jaren aan goudwinning. Hij heeft nu, naar eigen zeggen, zijn goudmijnen overgedragen aan zijn kinderen, omdat hij als vicepresident volgens de wet geen concessies mag houden. Maar gezien zijn reputatie lijkt het me niet geloofwaardig”, meent Sleur.

Een week eerder was de milieuactivist nog in de Brownsberg, een natuurpark met een hoge biodiversiteit, anderhalf uur buiten Paramaribo. Ook hier heeft de goudkoorts inmiddels toegeslagen, zag hij. Nog geen honderd meter voorbij de populaire Irenevallen, een reeks watervallen midden in het natuurpark, ploegen lokale goudzoekers met bulldozers en graafmachines het hele gebied om. Het gevolg: enorme kraters, zandafgravingen en milieuschade. „De mensen van Ordening Goudsector zouden deze goudzoekers onmiddellijk uit het natuurpark moeten zetten, maar ons veldonderzoek heeft uitgewezen dat privébelangen spelen: in ruil voor goud, laten ze de goudzoekers hun gang gaan. Dit is pure corruptie.”

Hoewel Santokhi stellig heeft beloofd dat illegale praktijken onder zijn regering worden aangepakt en hij de illegale Braziliaanse goudzoekers belasting wil laten betalen, is er nauwelijks verbetering. In Antonio do Brinco wonen nu al meer dan duizend Brazilianen, mannen, vrouwen en tientallen kinderen. De smelterij van goudopkoper Nicolas Ferreira draait ondertussen op volle toeren. „Soms zijn we tot laat op de avond open omdat er dan nog goudzoekers komen om hun goud te verkopen. Het aanbod is enorm.”

Meer over Surinaams goud in tv-programma Waarde van de Aarde, dat KRO-NCRV deze woensdag uitzendt op NPO2, om 22.15u.

Correctie (21 april): In dit stuk stond eerder ‘districtcommissaris’ waar ‘kapitein’ moest staan. Dat is hierboven aangepast.