De socioloog zal ‘westers’ versus ‘niet-westers’ moeten afleren

Demografie Het CBS wil stoppen met de tweedeling ‘westerse’ en ‘niet-westerse’ achtergrond. Brengt dat sociologen in problemen?

Het CBS blijft van alle Nederlanders bijhouden in welk land hun ouders geboren zijn.
Het CBS blijft van alle Nederlanders bijhouden in welk land hun ouders geboren zijn. Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

De onrust op de sociale media was dinsdag voorspelbaar. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaat stoppen met het gebruik van de tweedeling ‘westers’ versus ‘niet-westers’. Die laatste term zou negatieve associaties oproepen. Bovendien zou het onderscheid door de toenemende verscheidenheid onder migranten steeds minder zeggen. De hoogopgeleide kenniswerker uit India heeft weinig gemeen met een asielzoeker uit Eritrea, terwijl hen allebei een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ wordt toegeschreven.

‘Moffel het maar weer onder het tapijt’ was een van de online reacties. Het is een uiting van de zorg dat problemen die bij migrantengroepen vaker voorkomen straks niet langer worden benoemd. Wat betekent het loslaten van deze termen voor sociologen die voortdurend bevolkingsgroepen vergelijken op terreinen als volksgezondheid en criminaliteit?

Er hoeft niet veel te veranderen, zegt Willem Huijnk, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). „Het CBS blijft van iedere Nederlander bijhouden wat het geboorteland van de ouders is. Als onderzoekers zelf een selectie willen maken op basis van het ‘oude’ onderscheid westers en niet-westers, dan kan dat. Maar als wij het er als onderzoekers over eens zijn dat dat onwenselijk is, dan zal dat steeds minder gebeuren.”

Stigmatisering versterken

Tegelijkertijd zijn er volgens hem nog altijd grote verschillen in zorggebruik, arbeidsmarktpositie, werkloosheid en criminaliteit tussen de groepen die worden aangeduid met een westerse en niet-westerse migratieachtergrond. Hoe kunnen dergelijke verschillen straks nog naar voren komen? „Dat is een beetje de paradox hiervan. In plaats van kijken naar de groep met een niet-westerse migratieachtergrond kan je kijken naar de hele groep met een migratieachtergrond. Maar dat is nóg minder specifiek en zegt dus weinig. In de praktijk zullen er vaker vergelijkingen worden gemaakt tussen een specifieke migrantengroep, bijvoorbeeld Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond, ten opzichte van de rest van de bevolking. Dat zou de stigmatisering voor zo’n groep juist kunnen versterken”, zegt Huijnk.

Ik zou mezelf nooit indelen bij ‘niet-westers’

Nadia Bouras docent geschiedenis

Toch is dat wel wat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) voorstelt in een concept-advies dat mede aan de basis ligt van het besluit door het CBS. „Bij onderzoek naar diabetes is het bijvoorbeeld zinvol om naar specifieke herkomstgroepen te kijken waarvan bekend is dat er veel diabetes voorkomt, zoals inwoners met een Surinaams-Hindoestaanse, Turkse, of Amerikaanse achtergrond. [...] Als men wil vergelijken, is de Nederlandse bevolking als geheel een beter alternatief”, schrijft de WRR.

Volgens WRR-raadslid Mark Bovens moet het telkens de onderzoeksvraag zijn die bepalend is voor welke indeling van (migranten)groepen wordt gemaakt. „Bij onderzoek naar oververtegenwoordiging in criminaliteitscijfers staat het bijvoorbeeld niet op voorhand vast dat de herkomst van daders relevant is. Dat moet je dan eerst onderbouwen. Groepen indelen op basis van hun sociaal-economische achtergrond blijkt dan vaak relevanter”, zegt Bovens.

Barometer

Maar hoe moet het dan met de Barometer Culturele Diversiteit van het CBS? Daarmee willen universiteiten de diversiteit onder medewerkers meten om te kijken in hoeverre het personeelsbestand eenzijdig is samengesteld. De medewerkers worden daarbij ingedeeld in mensen met een Nederlandse achtergrond, een westerse en niet-westerse migratieachtergrond. „Als er straks alleen nog onderscheid wordt gemaakt tussen mensen met en zonder migratieachtergrond dan gaat de kracht van de barometer verloren”, zegt Willem Huijnk van het SCP. „Want het zijn juist de groepen die we classificeren als niet-westers die een achterstandspositie hebben.”

Volgens Han Entzinger, emeritus hoogleraar migratie- en integratiestudies in Rotterdam, zou ook zo’n barometer de specifieke herkomstlanden van medewerkers of hun ouders moeten gaan meten. Entzinger was jarenlang voorzitter van een CBS-adviesorgaan. Vanwege de koloniale associaties en de afnemende relevantie van de opdeling in westers en niet-westers zegt hij „erg blij” te zijn met het besluit van het CBS. „Als je met zo’n barometer specifiek naar herkomstlanden gaat kijken, kan je per herkomstland, of groep van herkomstlanden, bepalen in hoeverre medewerkers ondervertegenwoordigd zijn ten opzichte van hun aanwezigheid in de samenleving”, aldus Entzinger. In haar rapport stelt de WRR clusters van herkomstlanden voor op basis van geografie, welvaart, staatsvorm, cultuur en taalverwantschap.

Ophef over diversiteitsproject dat kansengelijkheid op de arbeidsmarkt moet vergroten

Op de universiteiten die deelnemen aan de barometer leeft de discussie volop over hoe het beter kan dan via een indeling westers versus niet-westers. Daar wordt veel gepleit voor ‘zelf-identificatie’. Daarbij kunnen mensen zelf aangeven tot welke categorie zij vinden dat ze behoren. Ook Nadia Bouras, universitair docent geschiedenis aan de Universiteit Leiden, pleit daarvoor. „Ik zou mezelf nooit indelen als iemand van niet-westerse afkomst. Maar ik heb er geen enkele moeite mee mezelf te identificeren als Marokkaanse Nederlander.”

Bouras stelt voor de sociaal-economische achtergrond van medewerkers ook mee te nemen. „Die zegt meer over iemands maatschappelijke kansen dan iemands migratieachtergrond. Eigenlijk zou je het inkomen en opleidingsniveau van de ouders, gender en etniciteit allemaal willen meten. Want als je bijvoorbeeld zegt, er zijn te weinig vrouwen, dan krijg je meestal alleen witte vrouwen. Je moet diversiteit breed bekijken.”