De Oscars omhelzen ziektes en gebreken

‘Oscar bait’ Een rol met een ziekte of gebrek levert traditioneel prijzen en prestige op. Draaide het vroeger om het overwinnen van tegenslag, nu gaat het om acceptatie.

Beeld uit ‘Sound of Metal’, met op de rug gezien de voor een Oscar voor beste acteur genomineerde Riz Ahmed als doof wordende drummer Ruben.
Beeld uit ‘Sound of Metal’, met op de rug gezien de voor een Oscar voor beste acteur genomineerde Riz Ahmed als doof wordende drummer Ruben. Foto Amazon Studios

Met zes nominaties is Sound of Metal een van de verrassingen van de 93ste Oscarrace. Een drama rond Ruben, drummer in metalband Blackgammon, die vrij abrupt doof wordt en daar in een afgelegen ontwenningskliniek voor doven mee in het reine moet komen; zijn vriendin Lou vreest dat hij weer troost zoekt in de heroïne. Ruben komt voor een keus te staan: treedt hij definitief toe tot de dovenwereld of neemt hij een gehoorimplantaat?

Sound of Metal, te zien op Amazon Prime, wint zondag geheid de Oscar voor beste geluid. Want dat speelt een hoofdrol: het borende gepiep van tinnitus, Ruben die opeens onder water lijkt te drummen, het desoriënterende, metalige gekraak van zijn implantaat. Voor beste acteur en beste bijrol kreeg de Britse acteur Riz Ahmed een nominatie als Ruben en Paul Raci, die zelf dove ouders had, als diens mentor Joe. Ahmed heeft hard voor de rol gewerkt. Hij trok zeven maanden uit om Amerikaanse gebarentaal en drummen te leren. Om zich in te leven, neutraliseerde hij tijdens de opnames met ‘white noise’ uit oordopjes elk geluid uit de buitenwereld.

Ahmed en Raci zijn de zesde en zevende Oscarkandidaat die een doof personage spelen. Drie van hen wonnen: Jane Wyman als misbruikt en miskend dorpsmeisje in Johnny Belinda (1948), Patty Duke als de dove én blinde Helen die in The Miracle Worker (1962) door haar blinde docent Anne Bancroft (ook een Oscar) uit haar schulp wordt gelokt, en ten slotte Marlee Matlin als dove rebel Sarah die in Children of a Lesser God – en in het echt – een relatie krijgt met William Hurt (1987).

Eén stotteraar

Het loont in Hollywood om een personage met beperkingen of ziektes te spelen. Dat is ‘Oscar bait’, levert prijzen en prestige op. Liefst 65 van dat soort filmpersonages kregen een Oscarnominatie: zeven waren blind, zeven doof, acht rolstoelpatiënt, vijftien ziek, twee stemloos, één stotterde en 25 hadden een geestelijke beperking. Van hen wonnen er 28 daadwerkelijk een Oscar: drie blinden, drie doven, vier rolstoelpatiënten, één stemloze, één stotteraar, elf met geestelijke beperking en vijf met een ziekte – driemaal aids, eenmaal de spierziekte ALS en eenmaal alzheimer.

Van oudsher is zo’n ziekte of beperking iets om te overwinnen en zo anderen te inspireren. Jamie Foxx bestormde als blinde Ray Charles de hitparade (Ray, 2005), Tom Hanks overwon als jurist met aids homofobie (Philadelphia, 1994), de spastische Daniel Day-Lewis leerde schilderen met zijn voet (My Left Foot, 1990), Dustin Hoffman kraakte als autistische savant het casino in Rain Man (1989).

Zulke inspirerende films beleefden hun hoogtijdagen in de jaren negentig en nul; inmiddels zijn ze zeldzamer. Eddie Redmaynes Oscar als natuurkundige Stephen Hawking die ALS het hoofd biedt in The Theory of Everything was in 2015 nog zo’n ouderwets inspirerende triomf over tegenslag. Maar gebaseerd op een echt verhaal, een fenomeen; zou je zo’n verhaal nu verzinnen, dan voelt dat als een cliché, als opzichtige ‘Oscar bait’.

Tegenwoordig win je een Oscar juist door een ziekte of beperking te accepteren of zelfs te omhelzen. Julianne Moore kreeg in 2015 een Oscar als linguïst met vroege alzheimer in Still Alice. Voor haar geen zege of inspiratie; Alice moet simpelweg met haar aftakeling in het reine komen, zoals de dementerende Anthony Hopkins en zijn dochter nu in The Father. Bij drie andere recente Oscarnominaties definieert een gebrek juist een personage: de stemloze Sally Hawkins in The Shape of Water (2018), Willem Dafoe als geëxalteerde Vincent van Gogh in At Eternity’s Gate (2019) en ook de veelgeplaagde Joaquin Phoenix in Joker (2019) – al werd die laatste film dan weer verweten geestesziekten te stigmatiseren.

Dovencultuur

In Sound of Metal moet Ruben zijn doofheid en zichzelf accepteren: zijn hang naar verslaving, zijn symbiotische relatie met vriendin Lou. Doofheid is hier niet zozeer een beperking maar een cultuur, je moet leren doof te zijn. Rubens poging eraan te ontsnappen via een implantaat brengt hem in een soort niemandsland, hij is verbannen uit de dovenwereld maar niet echt meer welkom in de wereld van het geluid.

De subtiele wijze waarop Sound of Metal omgaat met dilemma’s rond implantaten valt goed in de dovenwereld. Toch gaan er ook stemmen op dat een dove acteur de rol van Ruben had moeten vertolken. Want na #metoo en #OscarsSoWhite lijkt ook de emancipatie voor gehandicapten Hollywood te bereiken.

In de voor een Oscar genomineerde documentaire Crip Camp zien we hoe de kiem voor die beweging werd gelegd in een door hippies gerund zomerkamp in de jaren zeventig; nu klinken verwijten dat Hollywood graag Oscars gunt aan rollen met een beperking, maar vrijwel nooit aan acteurs met een beperking. Die kregen tweemaal een Oscar: in 1947 Harold Russell als veteraan zonder handen in The Best Years of our Lives, in 1987 de dove debutant Marlee Matlin met Children of a Lesser God. In beide gevallen was dat aanleiding voor uitbundige zelf-felicitatie, waarna Hollywood overging tot de orde van de dag: alleen mensen recht van lijf en leden. Marlee Matlin is dit jaar opnieuw voor een Oscar genomineerd, nu als co-producer van de kortfilm Feeling Through, waarvoor ze een doofblinde acteur castte. Zij breekt in interviews een lans voor acteurs met beperkingen: tijd voor #OscarsSoAble?