Een handleiding voor de penis

De penis Ook wie niet in het bezit is van een exemplaar, kan nu de gebruiksaanwijzing lezen. Soms staat hij opeens scheef, of raken de ballen het water in de wc-pot, maar ongerust hoef je daar niet over te zijn, las .
Illustratie Lotte Dijkstra

Wat is het mannelijk geslachtsorgaan toch een bijzonder ding. Het is natuurlijk niet het enige menselijke orgaan dat zich gedraagt alsof het een eigen wil heeft en eruit kan zien als een zeekomkommer in een Koreaans gerecht, maar wel het enige orgaan waarvoor dat geldt dat zo zichtbaar uitwendig hangt. In feite heeft de helft van de mensheid een ongewerveld huisdier tussen de benen, niet altijd even gehoorzaam en in staat om als de Hulk in het klein van vorm en grootte te veranderen (gelukkig niet van kleur).

Hoe werkt dat allemaal? Goed nieuws: iedereen, ook wie niet in het bezit is van een eigen exemplaar, kan nu de gebruiksaanwijzing lezen. Die was al een bestseller in Noorwegen en is sinds kort ook in het Nederlands verkrijgbaar (vertaald door Neeltje Wiersma): het boek De penis, handleiding voor eigenaren van uroloog Sturla Pilskog. Het boek biedt een overvloed aan vaak grappig geformuleerde weetjes. Wat wel en niet normaal is aan het uiterlijk en gedrag van piemels en ballen, hoe allerlei oude volkeren over de functies en aandoeningen ervan dachten, en wat je moet doen als het bungelende orgaan per ongeluk tussen de rits van een gulp komt – het staat er allemaal in.

Ook wordt de binnenkant besproken, bijvoorbeeld wat je ziet „als je in de lengte een snee maakt door het midden van de penis”. Daar staat dan de waarschuwing bij: „Doe dit thuis niet!”, want Pilskogs op één na belangrijkste doel met dit boek is je aan het lachen maken.

Zijn belangrijkste doel is serieuzer: mannelijke lezers naar de dokter krijgen als er iets aan de hand lijkt met hun penis, balzak, ballen of („de wijsvinger heeft nog steeds een belangrijke plaats in de dokterstas”) de prostaat. De veertien hoofdstukken, waarvan de acht meest voorkomende geslachtsziekten er samen slechts één beslaan, puilen tussen de grappen en weetjes door uit van het mogelijke leed.

Blijf er niet mee rondlopen als je je penis niet meer omhoog of omlaag krijgt, of wanneer je iets anders raars ziet of voelt, is telkens Pilskogs boodschap. Meestal is het niks ergs, en als het onverhoopt wel iets ergs is, dan kan het nóg erger worden als je er niets aan doet. Voor hypochondrische penisbezitters moet dit boek doodeng leesvoer zijn.

O ja, als hij tussen de rits is gekomen: meteen die rits weer terugtrekken. Liever een wondje dan dat hij lange tijd klem zit, aldus Pilskog. „Want als je te lang wacht, zwelt de voorhuid op en neemt de kans op blijvende schade en infecties toe.”

En dan zijn er nog meer weetjes.

Illustratie Lotte Dijkstra
Illustraties Lotte Dijkstra

Zo groot is-ie niet

Om hier maar meteen mee te beginnen: de gemiddelde lengte van een stijve penis is 13,1 centimeter en van een slappe 9,2 centimeter. De gemiddelde omtrek is 11,6 centimeter, wat misschien best groot klinkt, maar om de gemiddelde dikte te krijgen moet je dat nog even door pi delen en dan kom je op een minder indrukwekkende 3,7 centimeter. Groter is trouwens niet per se beter of handiger: recordhouder Jonah Falcon, wiens piemel volgens Pilskog slap al 24 centimeter meet, zou in 2012 op het vliegveld van San Francisco zijn opgehouden vanwege de grote bobbel in zijn broek, meldt Wikipedia. De internet-encyclopedie verzwijgt trouwens een ander weetje waar Pilskog wel mee komt: dat de Amerikaanse oud-president Lyndon B. Johnson zijn penis ‘Jumbo’ noemde en „te pas en te onpas tevoorschijn haalde”.

Zo ver komt dat zaad niet

Is het mogelijk om als man bij een orgasme „een volwassen vent zo van zijn brommer” te spuiten, zoals Kees van Kooten en Wim de Bie het als ‘de klisjeemannetjes’ formuleerden? Lastig. Het zaad, vijf tot tien milliliter, kan weliswaar een snelheid van twintig kilometer per uur bereiken, schrijft Pilskog, maar het komt gemiddeld maar dertig tot zestig centimeter ver. Nou stond Kees van Kooten in die klisjeemannetjessketch op driehoog voor het open raam, en het verrassingseffect is ook wat waard, dus het zóú kunnen lukken. Maar ook hier is een ‘doe dit thuis niet!’ wel op zijn plaats.

Lees ook: Schrijf je lul, piemel of pik?

Hij is voor de seks

De penis is voor de seks. Dit klinkt logisch, maar mannen gebruiken hun penis voor seks én om te plassen. En voor dat laatste had hij in de evolutie helemaal niet hoeven ontstaan, schrijft Pilskog terecht. Plassen kan ook prima zonder piemel. Hoewel… mét een piemel kun je wel veel handiger even snel overal wateren, dus de penis mag dan zijn geëvolueerd als seksorgaan, inmiddels is hij er ook voor het wildplassen. Wat je niet moet doen. Dus hij is voor de seks.

Piemels zijn vaak scheef of krom

De penis wijst vaak wat naar links of naar rechts. Dat heeft niet te maken met de hand waarmee de eigenaar masturbeert – die heeft hem niet opzij getrokken, wat wel wordt gezegd. Het komt meestal doordat de pezen waarmee de penis aan het bekken vastzit aan de ene kant wat korter zijn. Mensen zijn nu eenmaal niet symmetrisch, vaak is de rechterbal ook iets groter dan de linker. Maar een steeds krommer wordende piemel kán ook, bij drie procent van de mannen, een aandoening zijn: de ziekte van Peyronie, waarbij littekenweefsel zich zomaar ophoopt in een of beide zwellichamen van de penis. Dus als-ie erg scheef wordt: ga naar de dokter, zegt Pilskog.

Illustratie Lotte Dijkstra

Er kunnen parels op groeien

In de puberteit krijgen veel jongens allemaal kleine bultjes of huidflapjes langs de rand van de eikel: pear-ly pe-nile papules, ook wel ‘parelketting’ genoemd. Volkomen onschuldig, heel normaal, maar wie het googelt zal zien dat veel jongemannen proberen ervan af te komen door er tandpasta of zelfs zuur op te smeren. Pilskog noemt die krankzinnige praktijken niet, en dit lijkt ook typisch iets om mee naar de huisarts te gaan in plaats van te thuisdokteren met bijtende middelen. Overigens is de officiële naam voor de eikel corona glandis – dit voor wie hoopte weer eens een artikel te lezen waar het woord ‘corona’ niet in voorkomt.

De eerste erectie komt vroeg

De eerste erectie heeft een man, althans een mannelijke foetus, in de baarmoeder. Vanaf de twaalfde week kan dat gebeuren, schrijft Pilskog, vanaf de zestiende week gebeurt het regelmatig, en dat gaat dan ook na de geboorte de rest van het leven zo door. Gemiddeld krijgt een man een keer of elf per dag zonder enige fysieke of psychisch stimulans een erectie, met de ochtenderectie als bekendste. Een patiënt van Pilskog klaagde dat hij op werkdagen zo vroeg op moest, dat hij eerder wakker werd dan zijn penis en altijd zijn eerste erectie bij de bushalte kreeg.

Lees ook Je moet eigenlijk optrekken, niet aftrekken

Scrotumgrappen? Niet intrappen

Een grote pik en een strakke zak, zo zien veel mannen hun zakie het liefst. Maar gedurende het leven gaat het scrotum steeds meer hangen: het is het enige lichaamsdeel dat in de loop der jaren mínder rimpels krijgt, door het uitrekken. Je kunt sommige mannen dan ook plagen door ze te waarschuwen voor het splash down syndrome, waarbij het scrotum het water in de toiletpot reeds raakt. Of voor the switch: het moment in het leven waarop de ballen lager hangen dan de top van de penis. Dan is iemand écht oud, is het idee. Maar daar moet een man niet intrappen, zegt Pilskog: „Bij veel mannen hangt het scrotum al vanaf de kindertijd lager dan de top van de penis.”

Er bestaat ook een clitorisbotje

Dat er diersoorten bestaan met een penisbotje, een baculum, om de penetratie voor het mannetjesdier te vergemakkelijken, is algemeen bekend. Mensen hebben zo’n ding niet, maar wel onze naaste verwanten de chimpansees en de gorilla’s. Minder bekend is dat sommige vrouwelijke diersoorten ook een clitorisbotje hebben, een baubellum (waarvan de eventuele functie onduidelijk is). Een clitorisbotje komt dan ook bij minder soorten voor, maar bijvoorbeeld wel bij de mol, de das en de vos. En ja, de clitoris is bij de vrouw wat de penis is bij de man – ook dat is niet zo bekend.