Cuba gaat verder zonder Castro’s, ‘maar castrisme blijft’

Cuba Voor het eerst in 62 jaar wordt Cuba niet geleid door een van de gebroeders Castro. Kan het regime zonder Raúl wel hervormen?

Een foto van Fidel (l) en Raúl Castro uit december 2003.
Een foto van Fidel (l) en Raúl Castro uit december 2003. Foto Desmond Boylan/AP

Andrés Oppenheimer, de Miami Herald-columnist en bekend Latijns-Amerika-expert, bracht in 1992 een geruchtmakend boek uit: ‘Castro’s Final Hour’. Na het wegvallen van de Sovjet-Unie als suikeroom en steunpilaar ging het eiland die jaren door een diepe crisis. ‘Een inkijkje in de aanstaande val van communistisch Cuba’, beloofde Oppenheimers ondertitel destijds. Het boek werd een internationale bestseller, maar bijna dertig jaar na verschijning is Cuba nog gewoon een communistische éénpartijstaat. En pas dit weekeind sloeg het laatste uur van de Castro’s – een beetje.

Na 62 jaar worden de elf miljoen Cubanen niet langer geleid door een van de twee gebroeders Castro, Raúl en Fidel. Op de derde dag van haar vierdaagse partijcongres koos de Cubaanse Communistische Partij (PCC) zondag een nieuw centraal comité, waarvan Raúl (89) geen deel uitmaakt. Hij trad vrijdag vrijwillig terug als eerste secretaris, het partijleiderschap waar in socialistische landen de werkelijke macht berust.

Hiermee rondt de Castro-dynastie een getrapte abdicatie af die vijftien jaar heeft geduurd. In juli 2006 maakte Fidel bekend om gezondheidsredenen terug te treden als president. Zijn vier jaar jongere broer Raúl, tot dan toe minister van Defensie, volgde hem op. In 2011 droeg Fidel ook het partijleiderschap aan zijn broertje over, om in november 2016 uiteindelijk te overlijden. Raúl zou tot 2019 president blijven en tot dit weekeinde ook de hoogste partijbaas.

Historische generatie sterft uit

Dat de Castro’s in zoveel aktes van het toneel stappen, tekent de diepe angst van het regime voor controleverlies. Met Raúl traden vrijdag nog twee hoogbejaarde ex-guerrillero’s terug: tweede secretaris José Machado Ventura (90) en politburo-kopstuk Ramiro Valdés (88). Weet de PCC de macht te behouden nu deze ‘historische generatie’, die zelf meevocht in Fidels revolte van 1959, met pensioen moet en onverbiddelijk op uitsterven staat?

Lees ook: Cuba na de Castro’s

Onzekerheid hierover klinkt door in de overheidspropaganda. Een banier in de zaal van het PCC-congres stelde: ‘De partij is de ziel van de Revolutie’. En hoewel Castro persoonsverheerlijking verafschuwde en geen standbeelden van zichzelf wilde, verscheen na zijn dood wel overal in Cuba de leus ‘Fidel Vive’ (Fidel leeft) in het straatbeeld.

De nieuwe generatie partijleiders moest nog geboren worden toen de Castro’s de vorige dictatuur omverwierpen. Bij gebrek aan zulke historische merites zullen Cubanen die nieuwe generatie daarom kritischer afrekenen op de huidige staat van het land. En die is sinds Oppenheimer in 1992 voorbarig Castro’s ‘laatste uur’ aankondigde niet zo slecht geweest.

Cuba gaat door een crisis vergelijkbaar met de ‘speciale periode’, zoals de recessie van begin jaren negentig eufemistisch heette. Ook nu vormen zich voor staatswinkels weer lange rijen voor schaarse levensmiddelen. En broeit er onrust over het trage tempo van de hervormingen. Dankzij de komst van internet en mobiele telefonie kunnen Cubanen die onvrede wel veel makkelijker dan dertig jaar geleden onderling delen.

De oorzaken van de huidige crisis zijn veelledig. Na de detente die in 2014 door president Obama werd ingezet, scherpte de vorige Amerikaanse regering-Trump beperkingen rond vakantiereizen en geldzendingen naar het eiland weer aan. Venezuela, dat begin deze eeuw de rol van suikeroom van de sovjets overnam, is zelf ingestort en kan amper bijspringen. En de pandemie heeft de cruciale deviezenbron van het toerisme weggeslagen. Volgens officiële cijfers kromp de economie vorig jaar met 11 procent.

Het noopte het regime al tot enkele hervormingen. Er werden meer beroepen opengesteld voor privaat ondernemerschap en de CUC, de ‘toeristendollar’, is afgeschaft. Daarnaast hoopt Cuba met de ontwikkeling van eigen coronavaccins snel weer open te kunnen voor buitenlandse gasten.

‘Voet in de stijgbeugel’

Maar voor veel Cubanen gaan de veranderingen al jaren te traag. Ook sinds apparatsjik Miguel Díaz-Canel (nu 60) in 2019 president werd, heeft de oude garde hervormingen tegengehouden of teruggedraaid. Deels uit ideologische halsstarrigheid, deels uit vrees voor controleverlies. Economische vrijheid zou de roep om meer politieke vrijheden kunnen voeden. Meer marktwerking zou de inkomensongelijkheid tussen Cubanen verder uitvergroten en de verworvenheden van de revolutie verspelen.

Lees ook: Kritische Cubaanse rappers ontketenen muzikaal conflict met communistisch bewind

De vraag wordt of hervormingen meer vaart of kans krijgen nu de hoogbejaarden uit de partijtop vertrekken. Dit zal onder meer moeten blijken uit de samenstelling van het nieuwe 17-koppige politbureau, dat gekozen wordt uit en door het centraal comité (114 leden). Daarbij letten Havana-watchers vooral op de tweede secretaris, als opvolger van president Díaz-Canel op middellange termijn. Díaz-Canel zelf werd maandag zoals verwacht gekozen tot partijleider.

Raúl zelf hintte er in zijn afscheidstoespraak vrijdag op dat hij betrokken blijft bij het landsbestuur: „Zo lang als ik leef, houd ik mijn voet in de stijgbeugel om het vaderland, de revolutie en het socialisme met meer kracht dan ooit te verdedigen.” Of, zoals oppositiemedium 14ymedio in een hoofdartikel bitter constateerde: „Castro vertrekt, het castrisme blijft.”