Recensie

Lisbeth Gruwez baadt in Debussy’s klankweelde

Recensie Lisbeth Gruwez amuseert zich als een hedendaagse Isadora Duncan met de pianomuziek van Debussy: intuïtief en vrijmoedig. Samen met pianiste Claire Chevallier gaat ze op zoek naar de ruimte tussen de noten.

Danser Lisbeth Gruwez en Claire Chevallier (piano).
Danser Lisbeth Gruwez en Claire Chevallier (piano). Foto Danny Willems

Weinig mensen die ooit Jan Fabre’s Quando l’uomo principale è una donna hebben gezien, zullen Lisbeth Gruwez zijn vergeten. Tanig in haar strakgesneden olijfgroene herenkostuum, stoer met haar stalen ‘ballen’ rinkelend en later naakt, glimmend van de olijfolie die op de toneelvloer druppelde. Wat een ontdekking, die vrouw!

En nu staat ze daar, rustig en bespiegelend. Samen met pianiste Claire Chevallier gaat zij in de voorstelling Debussy Piano Works op onderzoek uit, nieuwsgierig naar ‘de ruimte tussen de noten’ die muziek is, aldus componist Claude Debussy.

Chevallier zit, met haar rug naar de danseres, achter een vroeg twintigste-eeuwse vleugel op het toneel. Als de eerste tonen van Des Pas Sur la Neige klinken, luistert de danseres/choreografe eerst geruime tijd, neigt dan haar hoofd, zakt langzaam door de knieën en tilt haar speelbeen op met een denkbeeldig draadje. Zoals de muziek haar als een onzichtbare leidraad verder op haar zoektocht zal leiden.

Gruwez lijkt met dit werk in de voetsporen te treden van haar Vlaamse collega Anne Teresa De Keersmaeker, die soortgelijke speurtochten hield, onder andere naar de cellosuites van Bach. Maar waar De Keersmaeker de partituur gewapend met markeerstiften tot op het bot analyseert, lijkt Gruwez de muziek veel intuïtiever tegemoet te treden en zich te laten verrassen. Schijn natuurlijk, maar het beeld is spontaner, ook al keren regelmatig bewegingsmotieven terug, waaronder dat door de knieën zakken.

Vrijmoedig en brutaal

Gruwez, bij het begin van de voorstelling in de Amsterdamse Stadsschouwburg gekleed in een

eenvoudige broek met blouse, lijkt zich als een hedendaagse Isadora Duncan te amuseren met Debussy’s klanken, vrij, vrijmoedig ook, soms brutaal en niet bang voor herhaling, stilstand, eenvoud, een klein uur lang. In een mooi van sfeer en helderheid wisselend licht volgt ze soms de dynamiek van de muziek, maar vaker ze lijkt te baden en zich uit te strekken in de weldadige klankenweelde. Op sommige momenten lijkt die haar klassieke opleiding weer wakker te kussen, wat leidt tot elegante armvoeringen, sierlijke bogen en slingers, zelfs kleine trippelpasjes.

In de loop van het stuk lijkt ze aan zelfvertrouwen te winnen en stapt met flinke passen, zwaaiend met de armen over het toneel. Haar kleding heeft ze dan omgeruild voor een gouden boxershort met zwarte blouse: een vermomde krijger. Maar in een volgend deel huppelt ze dan weer met vlinderachtige lichtheid rond, aan de hand van de uitstekende pianiste de muziek achterna, de ruimte zoekend tussen de noten. En hoewel de choreografie misschien iets te veel rond dezelfde motieven blijft bewegen, werkt de intimiteit van Debussy Piano Works als een balsem.