De sekswerkers voelen zich in de steek gelaten

Corona Sekswerkers mogen in de coronatijd niet doorwerken, maar krijgen ook geen overheidssteun. „Ik betaal net als kappers inkomensbelasting. Waarom ontvangen zij dan wel steun, en ik niet?”

Sekswerker Moira Mona kan sinds de corona-uitbraak haar werk niet meer uitoefenen, maar heeft ook geen recht op overheidssteun.
Sekswerker Moira Mona kan sinds de corona-uitbraak haar werk niet meer uitoefenen, maar heeft ook geen recht op overheidssteun. Foto’s Annabel Oosteweeghel

De dertigjarige sekswerker, die werkt onder de naam Moira Mona, kan sinds vorig jaar maart haar werk als ‘professioneel dominant’ (degene die de dominante rol aanneemt in een erotisch spel) niet meer uitoefenen. De SM-studio’s die ze daarvoor normaliter huurt in onder andere Hilversum en Arnhem blijven nu leeg. Recht op overheidssteun heeft ze niet.

Ze kan een deel van haar diensten online voortzetten, maar dat verdient een stuk minder: „Ik kan in een websessie onderdanige klanten een opdracht geven, die ze dan netjes voor me uit moeten voeren. Sommigen vinden mondkapjes opwindend om naar te kijken. Dat is gelukkig een snel groeiende groep – en ik heb hele mooie mondkappen, van leer. Maar voor online sessies betalen klanten niet de volle mep, dus mijn inkomsten zijn flink teruggelopen. Daarbij willen veel klanten niet online, die willen een échte tik op hun billen, met een echte zweep.”

Ze vindt het „doodeng”, vertelt Mona; het idee dat ze nu afhankelijk is van haar vriend, bij wie ze inwoont. „Het voelt alsof ik kan overleven bij de gratie van zijn gulheid. Stel dat het straks minder goed tussen ons gaat, dan sta ik op straat – iets wat enkelen van mijn collega’s al is gebeurd, het afgelopen jaar. Ik hoor regelmatig over sekswerkers die hun huis zijn kwijtgeraakt of het spaarpotje voor hun studie hebben moeten legen.

Vorig jaar maart, tijdens de eerste lockdown, werd sekswerk in Nederland verboden in een poging verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, net als bij andere contactberoepen zoals masseurs en kappers. Maar anders dan bij andere contactberoepen kunnen de meeste sekswerkers zich niet beroepen op nationale noodfondsen- of regelingen. Dat komt omdat de meesten niet als zelfstandig sekswerker, of zelfs helemaal niet, staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel – omdat ze zonder vergunning óf illegaal werken. Naar schatting bestaat de groep sekswerkers in Nederland uit tienduizenden mensen. Maar omdat zij deels ondergronds werken zijn er geen harde cijfers.

Ongewenst

Een mannelijke sekswerker van dertig jaar oud, die stiekem thuis doorwerkt en daarom niet zijn naam wil zeggen, voelt zich oneerlijk behandeld: „Ik mag van de staat geen inkomen verdienen, maar krijg ook geen hulp voor mijn gezin.” Met twee kinderen en een partner die óók sekswerker is, verkeert zijn gezin al lange tijd in onzekerheid. „Wij voelen ons ongewenst.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Enkele weken na de eerste lockdown waarschuwden hulpverleners al voor de gevolgen voor sekswerkers. Zij hadden of geen enkele inkomstenbron meer, of kozen ervoor om stiekem door te werken – bijvoorbeeld door online klanten te werven en die thuis te ontvangen of bij ze in een auto te stappen. Dat leidde regelmatig tot gevaarlijke situaties, omdat toezicht door collega’s of een bordeelhouder ontbrak. Sekswerkers klaagden dat klanten agressief onderhandelden, misbruik maakten van de financiële nood van sekswerkers, en meer handelingen wensten voor minder geld.

Een transgender sekswerker (34) die alleen anoniem haar verhaal wil doen, werkte enkele jaren achter de Amsterdamse ramen om haar transitie te kunnen betalen, maar week tijdens de lockdowns uit naar openbare parken en andere illegale werkplekken. „Angstaanjagend”, vond ze: „Op een avond werd ik klemgezet door een groepje mannen. Ze wilden geen seks, maar mij en transgender-collega’s in elkaar slaan. Ik moest me naar buiten vechten. Toen ik meeging naar het huis van klanten ging het ook meermalen mis: ze wilden meer dan afgesproken was. Ik herinner me hoe ik hyperventilerend, trillend, hun huissloten probeerde open te maken.”

Ook andere sekswerkers werden volgens hulpverleners en onderzoekers van het Rotterdamse Erasmus MC en Soa Aids Nederland de afgelopen maanden mishandeld. Ze werden buiten op straat gevonden: uit de auto gezet, toegetakeld en vastgebonden aan bomen. Een inventarisatie onder vierhonderd sekswerkers en verschillende zorgverleners door Soa Aids Nederland bracht tenminste 25 zaken van misbruik en beroving aan het licht.

Boodschappen doen

Sekswerker Yvette Luhrs (36) was nog niet zo lang begonnen als zelfstandig sekswerker achter het raam, toen de eerste lockdown werd ingevoerd. „Ik red mezelf wel, omdat ik ook andere inkomstenbronnen heb. Maar dat geldt voor heel weinig sekswerkers. Hoe kunnen zij de huur en belastingen blijven betalen, of boodschappen voor hun kinderen doen?”

In elk geval niet dankzij de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK-regeling), een tegemoetkoming voor mensen die geen recht hebben op andere regelingen. Of iemand recht heeft op steun, is per gemeente afhankelijk. Het bedrag is vaak veel lager dan de vaste lasten, schulden van het afgelopen jaar worden niet gecompenseerd.

En ook niet dankzij de TOZO-regeling. Die geldt namelijk alleen voor sekswerkers die bij de Kamer van Koophandel staan ingeschreven als zelfstandig sekswerker, een werkvergunning hebben en legaal hun beroep uitoefenen. Dat kunnen of durven de meeste sekswerkers niet. Bijvoorbeeld omdat zij het werk tijdelijk doen om uit schulden te komen en vrezen voor de mening van een toekomstige nieuwe werkgever, of omdat ze niet willen dat hun kinderen in het register kunnen lezen wat voor werk ze doen.

Veel buitenlandse sekswerkers die hier werken maar geen DigiD hebben, ontvangen ook geen overheidssteun. En Europese sekswerkers die hier minder dan vijf jaar werken, durven zich vaak geen steunaanvraag te permitteren: om voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen, moeten zij aantonen financieel zelfstandig te zijn. Nu bijstand ontvangen maakt hun kans daarop kleiner, vrezen ze.

Maar ook voor autochtone, legale sekswerkers is het moeilijk om financiële overheidssteun te krijgen, omdat zij in Nederlandse bordelen veelal verplicht werken onder de zogenoemde opting-in-regeling, een veelgebruikte fiscale constructie binnen de seksbranche waarbinnen sekswerkers geen formele werknemers zijn en de bordelen waarin zij werken geen arbeidsrechtelijke bescherming bieden. Sekswerkers betalen wel belasting over hun inkomsten aan de overheid en dragen ook kosten af aan het bordeel, maar worden niet doorbetaald bij werkloosheid, ziekte of een lockdown.

Foto Annabel Oosteweeghel

Het overgrote merendeel van de mannelijke sekswerkers werkt noodgedwongen illegaal – en ontvangt nu dus geen steun – omdat er in Nederland maar één bordeel bestaat waar mannelijke sekswerkers legaal hun beroep kunnen uitoefenen. De rest vindt hun cliënten online, bijvoorbeeld op gay-datingsites of via datingapps, en spreekt vervolgens thuis of bij klanten af. Zoals ook de mannelijke sekswerker die niet zijn naam wil noemen. Online adverteren durft hij niet, en nieuwe klanten ontvangen ook niet: „Ik ben veel te bang dat ik dan gepakt word.”

Dat is een reële angst, leggen onderzoekers Mariëlle Kloek van Erasmus MC en Evelien Spek van Soa Aids Nederland uit. Kloek: „De politie is op jacht naar doorwerkende sekswerkers, omdat die de coronamaatregelen breken, maar zijn onvoldoende sensitief over waarom ze dat doen.” Yvette Luhrs: „De politie jaagt niet alleen uit vrees voor de volksgezondheid, maar ook omdat ze vermoeden dat mensen die nu nog doorwerken onvrijwillig in het vak zitten. De politie gelooft dat ze sekswerkers ‘redden’, , maar in werkelijkheid brengen ze die alleen maar dieper in de problemen. Maar overtredende sekswerkers doen het werk niet per se onvrijwillig, wel uit economische noodzaak.”

Gelukkig heeft de mannelijke sekswerker een groep vaste klanten, die hem na zijn diensten soms wat extra geld toestoppen. „Ze zijn heel lief, ik ken ze al jaren. Dankzij hen overleven wij het thuis.”

Moira Mona kan dus leunen op haar partner en haar resterende, online inkomen: „Gelukkig had ik ver voor de pandemie al geïnvesteerd in mijn online sekswerk, want dat zou ik me nu niet meer kunnen permitteren. En met je oude ingebouwde webcam red je het niet online. Die markt is zo verzadigd dat klanten je niet selecteren als je werkt zonder goede camera, dure lampen en mooie website.”

Een dergelijk sociaal en financieel vangnet had de transgender sekswerker echter niet. Zij werkte vier jaar achter het raam, toen de eerste lockdown begon. „Mijn huur in Amsterdam was duizend euro per maand. Voor corona hield ik, na het betalen van mijn vaste lasten, duizend euro over. Nu vielen mijn inkomsten bijna helemaal weg. Ik had nog niet veel vaste klanten die met me door wilden. Zelfs toen de ramen in de zomer van vorig jaar een tijdje open mochten, verdiende ik te weinig.”

Haar schulden stapelden zich op. Ze werkte niet alleen in het park en op straat, maar ook enkele weken in een illegaal bordeel op de grens met Duitsland. „Wat ik daar heb gezien en gehoord, maakte dat het mentaal niet meer goed met me ging.”

Inzamelingsacties

Vanuit de sekswerker-branche ontstonden verschillende initiatieven om sekswerkers te helpen. Zo startte sekswerker Hella Dee het Dutch Emergency Fund, dat tot eind vorig jaar geld inzamelde om collega’s in acute geldnood te steunen. Hartverwarmend, stelt Yvette Luhrs, maar zij zou graag zien dat het kabinet ook de situatie van sekswerkers serieus neemt: „Met andere contactberoepbranches werd om tafel gezeten, met ons niet. Toen we ineens een paar weken mochten werken, vorig jaar juli, kwam dat als een complete verrassing. Toen we vervolgens weer dicht moesten ook, en opnieuw toen Rutte tijdens de persconferentie aankondigde dat alle contactberoepen weer aan het werk mogen, behalve wij.” Proud, de belangenvereniging voor en door sekswerkers, bereidt momenteel een kort geding voor.

„Wat ik niet begrijp”, zegt de mannelijke sekswerker die thuis doorwerkt: „Ik betaal net als kappers inkomensbelasting. Waarom ontvangen zij dan wel steun, en ik niet?”