Reportage

Bekerwinst stelt niets voor nu Super League zonder Ajax nabij lijkt

Voetbal Op de dag dat Ajax de beker won werd bekend dat enkele Europese topclubs een principe-akkoord hebben over een elitetoernooi. Wellicht zonder Ajax.

Ajacied Ryan Gravenberch, maker van de 1-0, toont de KNVB-beker in de lege Kuip in Rotterdam.
Ajacied Ryan Gravenberch, maker van de 1-0, toont de KNVB-beker in de lege Kuip in Rotterdam. Foto Laurens Lindhout/Soccrates/Getty Images

Met zijn smartphone in de hand staat Edwin van der Sar langs de zijlijn in de Kuip. Het is zondagmiddag, tegen half zes, en de lentezon weerkaatst op zijn gezicht. Lichtblauw overhemd, donkerblauwe das. Spierwitte stappers onder een modieus clubkostuum. Minzame knikjes naar al die mensen die hem begroeten. Ogenschijnlijk ontspannen.

Maar dat is de buitenkant. Terwijl de spelers van Ajax en Vitesse zich voorbereiden op de bekerfinale, is de directeur van de Amsterdamse club ’s ochtends geconfronteerd met sensationele berichten uit de hoogste kringen van het Europese voetbal.

Van der Sar, naast directeur van Ajax ook vicevoorzitter van de European Club Association (ECA), een belangenclub van Europese clubs, hoort dan wat ’s middags ook op de website van The New York Times valt te lezen. Iets waarover al langer werd gefluisterd, maar nu daadwerkelijk zwart op wit staat: enkele Europese topclubs hebben een principe-akkoord bereikt over een Super League, een exclusief toernooi met clubs als Manchester United, Liverpool en Juventus en andere giganten. Clubs groter dan Ajax.

De timing kan geen toeval zijn: dinsdag worden op het UEFA-congres in Montreux hervormingen van de Champions League gepresenteerd. In plaats van acht groepen van vier zouden 36 clubs in een competitiemodel gaan spelen. Een concept dat het uitvoerend comité deze week mogelijk had kunnen afhameren.

Bom onder Europese voetbal

De berichten over de Super League maken dat onwaarschijnlijk. De plannen, na jaren van fluistercampagnes concreter dan ooit, leggen een bom onder het Europese voetbal, zoals verschillende media zondag al snel concluderen. En die zéér explosieve bom moet Van der Sar als internationaal voetbalbestuurder helpen ontmantelen, uitgerekend op een dag dat hij met zijn collega’s in Rotterdam is voor de bekerfinale. Een voor hem ietwat ongelukkig moment.

Tijdens de wedstrijd kijkt Van der Sar veel naar zijn telefoon. Terwijl andere directieleden opveren bij spannende momenten, is de directeur van Ajax aan het scrollen. Vergeleken met de landstitel mag de KNVB-beker voor Ajax dan bijvangst zijn, voor de directeur van Ajax lijkt het noodgedwongen ook een bijzaak te zijn geworden.

Het tekent zijn opmars. Stond hij in dit stadion in 2014 nog weifelend voor duizenden Ajaxfans die vuurpijlen en bommen afstaken, nu is hij een bestuurder die niet schroomt zich uit te spreken tussen machtige bobo’s. Hij heeft zijn laptop meegenomen om in te kunnen loggen voor spoedberaad.

Bij Van der Sar en gelijkgestemden bestaan zorgen. Het Nederlandse UEFA-bestuurslid Michael van Praag zat zondag in het vliegtuig toen hij het nieuws meekreeg, en was geschokt. Intussen worden in allerijl (online) meetings belegd waarin topfunctionarissen van de UEFA en nationale competities hun eigen oorlogsstrategie bespreken, met als doel om de grootmachten te ontmoedigen. „Een puinhoop”, noemt een insider het.

Wat tot dan altijd een hersenspinsel van strategen van FC Barcelona en Real Madrid was, vormt nu een reële bedreiging voor de orde en het ecosysteem van het Europese voetbal. UEFA-baas Aleksander Ceferin noemde een Super League eerder een „wens van clubs die niet om de rest van de voetbalclubs geven”.

Twaalf grootmachten hebben zich achter de Super League geschaard. Zes uit Engeland (Manchester United, Arsenal, Liverpool, Manchester City, Chelsea en Tottenham Hotspur), drie uit Spanje (FC Barcelona, Real Madrid en Atlético Madrid) en drie uit Italië (Juventus, Internazionale en AC Milan). Samen zullen zij in potentie honderden miljoenen euro’s aan tv-geld en sponsorinkomsten aan de huidige markt onttrekken, waardoor er minder overblijft voor de rest en die clubs de inhaalslag met de afgesplitste clubs nauwelijks nog kunnen maken. Terwijl de financiële verschillen tussen Ajax en Barcelona nu al niet te overbruggen zijn.

Damage control

Daarom zit Van der Sar zondag niet zorgeloos op de tribune in de Kuip. Hij moet zorgen voor damage control. Als vicevoorzitter van de ECA, die ruim 200 clubs uit 53 landen vertegenwoordigt, zet hij zich onder meer in voor de middelgrote clubs. Ajax valt hieronder, maar bijvoorbeeld ook de kampioenen van België, Zwitserland, Oostenrijk, Polen en Turkije. Ofwel de clubs die het hardst door een Super League getroffen kunnen worden. Als de grote jongens de markt hebben afgegraasd, moeten zij het doen met wat er overblijft.

Trainer Erik ten Hag (links) en algemeen directeur Edwin van der Sar van Ajax, zondag in de Kuip. Foto Rico Brouwer/Getty Images

Wat de situatie voor Van der Sar gevoelig maakt, is dat het zijn collega’s in de ECA zijn die een Super League nastreven. Zo staat hij nu tegenover voorzitter Andrea Agnelli, telg van de Fiat-dynastie die Juventus bezit, die in zijn jongere jaren nog voor Van der Sar juichte toen die bij Juventus keepte. Nu, in de ECA, lopen hun belangen steeds meer uiteen.

Enkele jaren eerder bracht Agnelli hem nog in een lastig parket. Van der Sar mag dan geen voorstander van een Super League zijn, toen hij mogelijkheden zag dat Ajax kon aanhaken, twijfelde hij wel. Wie weet was het wel nu of nooit: aanhaken of afhaken bij de top. Een Nederlandse club tussen de giganten: niet onaardig, dacht hij.

Maar dat station is gepasseerd. Van der Sar staat zondag nadrukkelijk aan de kant van de UEFA en de European Leagues, een orgaan van nationale competities, die zondag in de namiddag met een statement komen waarin zij zich tegen een Super League keren. Ze noemen het een „cynisch project”, dat indruist tegen de solidariteit die het voetbal in tijden van corona en rammelende clubkassen nodig heeft.

Uitsluiten

„We zullen alle middelen die voor ons beschikbaar zijn, op alle niveaus, zowel gerechtelijk als sportief, inzetten om een Super League te voorkomen’’, staat in de gezamenlijke verklaring. Een van de middelen is het uitsluiten van Super League-clubs in nationale competities, of het uitsluiten van spelers die hierin actief zijn.

Het persbericht laat geen twijfel: willen de grote clubs oorlog, dan kunnen ze het krijgen ook. Van der Sar weet wat er van hem wordt verlangd. Als Vitesse in de 93ste minuut een vrije trap mag nemen, in de hoop op een gelijkmaker, is hij druk in de weer met zijn gsm. Van der Sar wilde in de Kuip niet reageren op alle berichten.