Onderwijscrisis: zijn brede brugklassen de oplossing?

Kansenongelijkheid De Onderwijsinspectie en de Onderwijsraad slaan alarm. Prestaties van leerlingen dalen en kansenongelijkheid groeit. De Onderwijsraad adviseert ‘middenscholen’.

De Open Schoolgemeenschap Bijlmer heeft een tweejarige brugklas.
De Open Schoolgemeenschap Bijlmer heeft een tweejarige brugklas. Foto Olivier Middendorp

Bij de oprichting in 1971 ging de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB) van start met een driejarige brugklas. Leerlingen met uiteenlopende niveaus en achtergronden kwamen bij elkaar en hielpen elkaar. Zitten blijven kon niet. Lessen begonnen met kringgesprekken over wat de groep zou gaan leren en eindigden in dezelfde kring om van elkaar te horen wat er was blijven hangen en wat niet. „Schoolfeesten hoefden niet te worden georganiseerd”, noteerde NRC vlak na het zilveren jubileum in 1997. „Want elke les zou een feest zijn.”

Nu, bij het gouden jubileum van 50 jaar OSB, biedt het programma van de school een andere aanblik. Onder druk van opgeschroefde overheidseisen werd de driejarige brugklas een tweejarige. Eigen lesmateriaal werd verruild voor mainstream- lesboeken.

Ook op de scholenmarkt zit OSB in het defensief: het moet opboksen tegen concurrentie van een naburige vwo-havo-school die in 2018 zijn vmbo-afdeling afstootte, en daardoor populairder werd bij met name hoogopgeleide ouders. Om overeind te blijven circuleren er in de directiekamer van OSB plannen voor minder heterogene groepen.

En toch: nog steeds staan veel van de idealen uit 1971 fier overeind, vertelt directeur Maryse Knook in haar werkkamer op school. „We vinden nog altijd dat de ceo van een bedrijf als Philips niet alleen maar met mede-gymnasiasten moet kunnen omgaan, maar ook met de mensen op de werkvloer”, zegt ze, terwijl een etage lager veel zwarte en in mindere mate witte leerlingen in de schoolhal door elkaar heen lopen. De kringgesprekken met kinderen uit zowel arme als welvarende, laag- als hoogopgeleide gezinnen, zijn gebleven. Net als de aandacht voor elkaar.

Als een leerling ergens in de Bijlmer uit zicht dreigt te raken, zoals tijdens de lockdowns, haast een jongerenwerker zich naar het gezin. „Om daar soms niet te worden binnengelaten”, zegt Knook. „Veel ouders durven niet open te doen. Ze denken dat er een deurwaarder voor de deur staat. Vergeet niet: een op de drie leerlingen in de Bijlmer leeft in armoede.”

Het systeem faalt

De Werdegang van de OSB weerspiegelt die van het onderwijs als geheel.

Dat is op een kruispunt terechtgekomen, bleek deze week. Grote groepen leerlingen voldoen niet aan de basisniveaus lezen, schrijven en rekenen, stelde de Onderwijsinspectie woensdag in De Staat van het Onderwijs. Tegelijkertijd groeide de ongelijkheid in een steeds competitiever systeem waar ouders die het zich kunnen veroorloven op grote schaal ‘schaduwonderwijs’, zoals bijlessen en examentrainingen, inkopen.

Lees ook: Ouders willen beste voor hun kind: het schaduwonderwijs floreert

Het systeem faalt, oordeelden zowel de Inspectie als de Onderwijsraad. Om het tij te keren is volgens de raad een ingrijpende en fundamentele omslag nodig. Selecteren in groep 8 is te vroeg, zeker omdat het moeilijker is geworden om later nog van schoolniveau te wisselen. Vooral kinderen van laagopgeleide ouders hebben daar last van. Voer een driejarige brede brugklas in en stel daarmee het moment waarop je leerlingen selecteert voor vervolgonderwijs uit. Daarmee krijgt ieder kind een betere en eerlijkere kans om het beste uit zichzelf te halen.

Het lijkt op wat er vanaf 1971 in de Bijlmer gebeurde. Toen heette de driejarige brede brugklas nog ‘Middenschool’ – een term die beladen werd door felle politieke discussies. Haya van Someren-Downer, destijds partijvoorzitter van de VVD, kondigde aan te zullen emigreren „als de socialisten de nivellerende middenschool in zouden voeren”.

Vijftig jaar later is de middenschool geen vies woord meer. De groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs staat op de agenda van iedereen die zich met onderwijs bezig houdt. De coronacrisis deed er nog een schepje bovenop: kinderen van laagopgeleide ouders liepen meer vertraging op dan hun klasgenootjes met hoogopgeleide ouders.

Het momentum voor een omslag is er daarom nu, zegt Herman van de Werfhorst, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Onderwijsraad.

Van de Werfhorst doet al jaren onderzoek naar kansenongelijkheid in het onderwijs en weet op basis van internationale onderzoeken dat later selecteren werkt: het zorgt voor meer gelijke kansen. Het is bovendien een beproefd middel tegen de dalende reken- en leesprestaties. „Het mes snijdt aan twee kanten”, zegt van de Werfhorst. „We zien vooral bij kinderen uit lagere milieus op het vmbo dat ze minder goed zijn gaan lezen en rekenen. Door die groep langer in een brede brugklas tussen kinderen van alle niveaus te laten zitten, trek je ze omhoog.”

En dat gaat niet ten koste van de slimme leerlingen? Daar lijkt het niet op, volgens Van de Werfhorst. „We zien in alle internationale onderzoeken dat de verschillen tussen kinderen kleiner worden zonder dat er leer-verlies optreedt.”

De Onderwijsraad bepleit bovendien geen eenheidsworst: het idee is dat er binnen de klas meer wordt ‘gedifferentieerd’: leerlingen kunnen dan op verschillende niveaus vakken volgen.

Steigeren

In de eerste reacties op het voorstel steigeren sommige docenten bij dit idee: alsof ze het niet al druk genoeg hebben! Van de Werfhorst kent de reflex: „Het vraagt ook veel van scholen en leraren. Maar het kán wel. Scholen die al met dit systeem werken, hebben er goede ervaringen mee.”

Schoolleider Knook uit de Bijlmer, die meedacht met het advies van de Onderwijsraad, hoopt van harte dat de politiek „het lef zal hebben om dat advies uit te voeren”. Maar eerst gaat haar eigen school aan de slag met het geld uit de enorme pot van 8,5 miljard euro ter bestrijding van achterstanden als gevolg van de lockdowns.

Daarmee wil de schoolleiding kleinere klassen maken. Dat maakt het onderwijs aan leerlingen met sterk uiteenlopende niveaus gemakkelijker, zegt de schooldirecteur. En als dat geld op is – het gaat om een eenmalige uitgave – zal „de politiek kleur moeten bekennen”, zegt Knook, en laten zien of het veelvuldig beleden streven naar minder ongelijkheid, eindelijk waargemaakt gaat worden.