Opinie

Olympisch vaccin

Het kabinet maakte bekend dat deelnemers aan de Olympische en Paralympische Spelen met voorrang mogen worden ingeënt. Als de publieke opinie een egel was geweest, had je zijn stekels overeind kunnen zien komen. De argumenten die het kabinet voor de verleende voorrang gaf, is dat het wil zorgen dat de sporters optimaal in staat zijn de prestaties te leveren waarvoor ze al jaren trainen. Optimale prestaties, schreef het de Kamer, zijn „een aansprekend middel om ons land internationaal op de kaart te zetten”. Dat moet figuurlijk bedoeld zijn, want op elke wereldkaart die ik in mijn leven zag, staat Nederland afgebeeld – doorgaans groter dan proportioneel juist zou zijn. Figuurlijk betekent op kaarten zetten ‘maken tot iets waarmee rekening gehouden wordt’. Rekening houden door wie? Waarvoor? Antwoorden die je nooit krijgt van figuurlijke argumenten.

Het enige dat goed presterende sporters mij in den vreemde ooit brachten waren dialogen met taxichauffeurs, type: „From Holland?” Yes. „Cruijff! Gullit!” Yes. „From Uruguay also?” Yes. „Suárez! Cavani!” De rit werd er hooguit langer van.

„Ze brengen miljoenen Nederlanders plezier,” hoor je voorstanders van de voorrang zeggen.

„Cafés brengen meer plezier!”, riep Cindy vanuit Amsterdam-West. „En hoeren! Die brengen ook plezier!”. Dat was Ab, vanuit de Spuistraat. Sinds ik geen vrienden meer zie, lijk ik ze vaker te horen. Lieke Marsman, Dichter des Vaderlands, tweette: „Net aan mijn elfde palliatieve chemokuur begonnen. Is ook een soort topsport. Al een jaar mijn moeder niet geknuffeld. Hugo de Jonge bel me.” De minder bekende twitteraar John Jansen – ‘anti EU, anti Islam, PVV’ – schreef dat Rutte terecht vol lof was over olympiërs die jaren trainden en veel opofferden, maar dat ondernemers dat ook doen.

Ik zag Nederlanders over elkaar heen van de kaart af buitelen met argumenten voor en tegen. Nu mag ik eindelijk spreken en dat is geen dag te vroeg, want ik weet hoe je dit oplost: op z’n Uruguayaans. Of in ieder geval geïnspireerd op wat ze daar in openbare ziekenhuizen doen. Je kunt gratis behandeld worden – behandelen neme men hier in de ruimste zin – het ziekenhuis vraagt alleen of je twee mensen aandraagt die bloed kunnen doneren. Een soortgelijk bevriend-offerprincipe kan ook hier werken.

Elke olympiër draagt iemand aan die met voorrang gevaccineerd mag worden. Er zijn vast genoeg kwetsbaren die zoveel plezier behalen uit kijken naar sport dat ze hun voorrangsplek graag aan een topatleet afstaan. Als onder kwetsbare sportfans niet genoeg animo is, zijn er heus familieleden of vrienden van de atleet te vinden, een oma of een doodzieke neef, die hun voorrangsvaccin met liefde bij het sterkste exemplaar van hun clan inleveren. Zo kunnen olympiërs beschermd naar Tokio afreizen opdat Nederland niet van de kaart wordt gevaagd en dringen ze niet voor bij kwetsbaren die geen topsport kijken. Mocht de oma of de zieke neef op een IC komen te overlijden, dan hoeft niemand boos te worden omdat het een oma, neef of random fan van de olympiër zelf betrof, een die bovendien vrijwillig zijn vaccin inruilde voor een prik van een egel. Probleem opgelost. Graag gedaan.

Carolina Trujillo is schrijfster.