Een mammoettanker op de evenwichtsbalk

Lezersoproep Corona zorgde voor zware inflatie van de metafoor. vreest het ergste. ,,Red de metafoor, verzin een betere!"
„We zitten in een achtbaan”.
„We zitten in een achtbaan”. Foto AFP

Een goed gekozen metafoor is iets prachtigs. Met enkele woorden roept die een beeld op dat zich voor langere tijd in het hoofd van de toehoorder nestelt. Het is dus geen wonder dat politici graag metaforen gebruiken: zo zorgen ze ervoor dat hun boodschap mensen raakt én blijft hangen.

Dat Mark Rutte en Hugo de Jonge dit ook weten, hebben we het afgelopen jaar gemerkt. Het was bij persconferenties niet de vraag óf ze metaforen gingen gebruiken, maar hoeveel.

Om te beginnen is er het virus zelf. Dat is een onverstoorbaar personage met weinig empathie en veel uithoudingsvermogen, zo blijkt uit de metaforen. Het virus is „als een mammoettanker”, „heeft geen emotie”, „is niet vatbaar voor discussie”. Het is een norse workaholic: het „gaat niet met vakantie”. Dat kan ook niet, want „een virus heeft geen paspoort”. Het virus is ook dominant: hij bepaalt het tempo. Hugo de Jonge vreesde in het najaar nog „dat je achter het virus aan blijft werken”; later werd „de remweg van het virus steeds langer”, „maar nu lijkt het virus weer gas te geven”.

De tegenhanger van het virus is het vaccin. Het virus brengt ellende, het vaccin brengt verlossing. Het is „een mijlpaal om even op te gaan zitten en te genieten van het uitzicht”. Het Janssen-vaccin noemde Hugo de Jonge vorige maand nog „een prachtig cadeau, het duurt alleen nog even voordat we het kunnen uitpakken”. Inmiddels weten we dat het cadeaupapier er voorlopig om blijft.

Dan is er nog de weg van virus naar verlossing. Die valt niet mee: „Hoe dichterbij het einde van de crisis, hoe zwaarder de weg weegt die we in de benen hebben”, aldus De Jonge. Maar het is niet zomaar een weg. Het is ook een „marathon” bestaande uit „allemaal sprints achter elkaar”, het is als „varen in de mist”, waarbij we „sturen op de achteruitkijkspiegel”. Tegelijk staan we „op een evenwichtsbalk” en „op een kruispunt”, en zitten we „in een achtbaan”. Het is „een ingewikkelde puzzel”, maar „het plaatje op de doos is duidelijk: een samenleving die door vaccinatie beschermd is”.

Het is de vraag wat de verzinners van de metaforen ermee beogen. Willen ze iets verduidelijken? Een bijdrage leveren aan de literatuurgeschiedenis? De aandacht afleiden? Of trachten ze simpelweg de bevolking tot wanhoop te drijven?

Dat laatste lijkt redelijk goed te lukken, want het lachen is de meeste luisteraars inmiddels wel vergaan. Ondertussen treedt er een schadelijk neveneffect op van het pathologische metaforengebruik: de metafoor zelf komt in een slecht daglicht te staan. Daarom onze oproep: red de metafoor, verzin een betere!