Recensie

Recensie

We hebben onze welvaart te danken aan het ongebreidelde gebruik van energie

Klimaat Econoom en Nobelprijs-winnaar William Nordhaus laat in zijn nuchter geschreven Het klimaatcasino zien hoe we welvaart danken aan ons ongebreidelde gebruik van energie.
Foto Xuanyu Han / Getty

Waarom zou je nu nog een vertaling publiceren van een boek uit 2013 over klimaatbeleid? In 2013 was het Kyoto-protocol met internationale afspraken over klimaat over zijn houdbaarheidsdatum heen. Het Klimaatakkoord van Parijs stond nog niet eens in de steigers. Geen land durfde grote stappen te zetten naar een ambitieus klimaatplan – eerst maar eens afwachten wat andere landen doen.

De Amerikaanse econoom William Nordhaus schreef daarom in zijn boek Het klimaatcasino – risico, onzekerheid en de economie van een opwarmende wereld dat er ‘nog geen doeltreffende internationale verdragen voor de beperking van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen’ zijn. ‘Als we zo doorgaan als op dit moment, vrijwel zonder enig beleid […] zal de aarde verder gaan op het gevaarlijke pad van ongeremde opwarming’.

Hoewel er sinds 2015, toen wereldleiders zichzelf in Parijs verbaasden met een ambitieus klimaatplan, veel is veranderd, is het toch nuttig dat dit boek nu ook in het Nederlands beschikbaar is. Nordhaus, hoogleraar aan de universiteit van Yale, ontving in 2018 de Nobelprijs voor Economie en hij is een van de weinigen die nu al decennialang hameren op het belang van een economische theorie voor klimaatverandering. Het klimaatcasino, helder geschreven voor een groot publiek, biedt aanknopingspunten voor een stevige discussie over het belang van een CO2-prijs, de zin van subsidies en huidige kosten in vergelijking tot toekomstige baten van klimaatbeleid.

Klimaatarmageddon

Nordhaus’ boek staat vol nuttige kanttekeningen. Zo wijst hij op het optimisme in internationale afspraken. Ze gaan uit van 100 procent deelname van alle landen, die vervolgens allemaal een 100 procent efficiënt beleid voeren. De praktijk is natuurlijk anders. Landen laten het afweten, beleid komt te laat (en soms te vroeg) voor optimaal resultaat, plannen verzanden in goede bedoelingen. ‘Het gebruik van inefficiënte regelgeving of benaderingen leidt tot een verdubbeling van de kosten’, schrijft Nordhaus. Het zijn inzichten die iedere politicus zich zou moeten aantrekken.

Anders ligt het bij de uitgangspunten van zijn theorie. Nordhaus is niet onomstreden. Zo schrijft hij dat klimaatbeleid het beste gericht kan zijn ‘op een beperking van de temperatuurstijging tot een bereik van 2 of 3°C boven het niveau van voor de industrialisatie’. Maar in Parijs is afgesproken dat de twee graden niet mogen worden overschreden, en dat we daar liever nog een halve graad onder blijven. Nordhaus weet dat zijn doelstelling mager is. Hij voorspelt dat degenen ‘die denken te weten dat de wereld op weg is naar een klimaatarmageddon’ zijn boek wellicht zullen verwerpen.

De keerzijde is dat Nordhaus met zijn nuchtere toon juist ook klimaatrelativisten over de streep kan trekken. Hij legt overtuigend uit dat de opwarming grote risico’s met zich meebrengt voor de economische ontwikkeling. Het idee van veel sceptici dat we best kunnen ‘leren omgaan met een warmere wereld in plaats van dat we deze proberen te voorkomen’ wijst hij daarom af. Er zit dus niets anders op dan wat Nordhaus matiging noemt, het terugdringen van broeikasgassen.

Welvaart

Maar hoe dan? Alles wat een mens doet – al zit hij alleen maar thuis op de bank – kost nu eenmaal energie. Dat geldt dus ook voor alle economische activiteit. Sterker nog, we hebben onze welvaart vrijwel helemaal te danken aan het ongebreidelde gebruik van energie. De geschiedenis laat zien dat een economie die groeit meer energie vraagt.

Nordhaus heeft grote twijfels over de mogelijkheid om de energieconsumptie te beperken, want mensen zijn volgens hem niet bereid tot ingrijpende veranderingen in hun levensstijl. Ook voelt hij er niets voor om economische groei af te remmen. ‘Een recessie veroorzaken is een pijnlijke manier om de taak te volbrengen’, schrijft hij.

Volgens Nordhaus is de enige mogelijkheid de koolstofintensiteit van de energieproductie fors te verlagen. Met andere woorden: welvaart en energie ontkoppelen. Dat kan door bijvoorbeeld niet langer kolen te gebruiken, maar minder vervuilend gas, of door fossiele brandstoffen te vervangen door energie uit zon en wind. Probleem is alleen dat de economische groei wereldwijd sneller gaat dan de groei van duurzame energie. Met als gevolg dat de uitstoot van broeikasgassen niet daalt.

In Nordhaus’ economische model zit één knop waaraan hij weigert te draaien: die van de altijddurende economische groei. Dat verklaart waarom Nordhaus niet bang is voor een ‘klimaatarmageddon’. Omdat economische groei exponentieel is, valt de toekomstige schade door klimaatverandering in zijn berekeningen relatief mee. In de wetenschap dat ook in het klimaatcasino de speler altijd de verliezer zal zijn als je maar lang genoeg doorgaat, is dat optimisme onhoudbaar.