Een moordmysterie voor biljarters

Zes nieuwe boeken Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over een romance onder dwangarbeiders, een levenslange fascinatie voor China, en een Zwitserse misdaadroman.

1. Friedrich Dürrenmatt: Justitia

Naast vele toneelstukken en luisterspelen schreef de Zwitserse schrijver en kunstenaar Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) ook misdaadromans. Het nu zeer goed vertaalde, prachtig geschreven Justitia (1986) begint met de verklaring van advocaat Felix Spät: ‘Ik wil mezelf dwingen nog eens goed te kijken naar de gebeurtenissen die geleid hebben tot vrijspraak van een moordenaar en tot de dood van een onschuldige’. De casus: in een vol theaterrestaurant wordt een professor neergeschoten en de dader, politicus Isaak Kohler, is als zodanig herkend en veroordeeld. Alleen, het moordwapen is nooit gevonden, een motief ontbreekt, er zijn geen getuigen gehoord en de vijf rechters waren het wel heel snel met elkaar eens. Kohler vraagt vanuit detentie de onbekende advocaat Spät – hij zal hem rijkelijk betalen – ‘een fictie’ op te stellen waarin niet Kohler maar een ander de moordenaar is. Ter lering en vermaak, zeg maar. Wat volgt is een fascinerend spel waarin Spät verschillende scenario’s ontleedt die allemaal even geloofwaardig zijn. Als toegift volgt een ‘nawoord van de redacteur’ waarin hij vertelt hoe hij dertig jaar na de rechtszaak, rond 1984, op een cultureel avondje enkele hoofdrolspelers uit het proces ontmoet. De roman eindigt in een bijna filosofische bespiegeling over moraal, het begrip tijd en het leven in vredestijd. Justitia is overigens niet alleen een aanrader voor strafrechtadvocaten en rechters die zich niet om de tuin willen laten leiden, maar ook erg besteed aan liefhebbers van biljarten. Daarop zou de dader zijn plan namelijk gebaseerd hebben: à la bande.

Friedrich Dürrenmatt: Justitia. (Justiz) Vert. Ria van Hengel. Athenaeum, 198 blz. € 20

2. Yves Namur: Wat ik mogelijk heb gedaan

De Frans-Belgische arts, uitgever en dichter Yves Namur (1952) werd geboren in Namen/Namur en schreef zo’n dertig – veelal bekroonde – dichtbundels. Voor het eerst is nu werk van hem in het Nederlands vertaald en van een uitgebreid nawoord voorzien door dichter en vertaler Jan H. Mysjkin. De bloemlezing Wat ik mogelijk heb gedaan bevat ruim negentig gedichten die Namur schaart onder ‘denkende poëzie’. Geïnspireerd door Jabès, Juarroz, Rilke en Celan dicht hij met fluisterende beelden uit de natuur over de denkende roos die zich ‘buigt over de wereld’ (‘Ze kent/ En weegt onze eenzaamheden’), over zichzelf (‘Ik stel me vragen/ En soms vraag ik me af wat te doen/ Als het plotseling zou gaan regenen in een gedicht’) of over de droefenis van een vijgenboom (‘En als hij zijn overrijpe fruit/ Of grote illusies verliest,/ Dan zeg ik bij mezelf dat ik nog altijd ben zoals hij/ En dat dát gelijkstaat met werkelijk te zijn’).

Yves Namur: Wat ik mogelijk heb gedaan. (Ce que j’ai peut-être fait). Vertaling en nawoord Jan H. Mysjkin. Uitgeverij Vleugels, 132 blz. € 23,95

3. Ron Broekhart: Dwangarbeiders

Audio- en videoproducent Ron Broekhart schreef een roman over zijn ouders die elkaar ontmoetten in de Tweede Wereldoorlog toen ze allebei in Brandenburg tewerk waren gesteld. In Dwangarbeiders beschrijft Broekhart tot in detail hoe zijn vader Izaak Broekhart vanuit Maassluis en zijn moeder Nina Lissowischenko vanuit het Kaukasusgebergte in Duitsland terecht kwamen. Eenmaal in het kamp Gurde lag de barak van de Hollandse vrienden achter een Russische barak waar Nina Russische feesten bezocht. Ze kreeg al snel een relatie met Izaak. Nadat zij bevrijd waren, ging de groep terug naar Nederland. Ze trouwden onderweg in Stendal ‘aan de goede kant van de Elbe’. Het zijn indringende verhalen over ontsnappingspogingen, het opgesloten zitten in een kerkorgel, het redden van een Britse piloot, de vergelding van een verkrachting van een jonge Russin. Maar de kwalificatie ‘waargebeurd’ zou vergezeld moeten gaan met ‘sterk geromantiseerd’, want dat zijn de vele dialogen. Zeer interessant is de uiteindelijke terugkeer in Nederland, wanneer de geliefden zich settelen in Maassluis. Dat moet niet gemakkelijk zijn geweest; ze moesten zich verantwoorden dat ze in Duitsland hadden gewerkt en de Russische Nina miste haar vaderland. Izaak was elke avond wel op pad terwijl zij voor hun vier kinderen én een nakomertje zorgde - allemaal precies zoals een waarzegster haar vroeger op de markt in Pyatigorsk had voorspeld.

Ron Broekhart: Dwangarbeiders. De oorlogsliefde van Izaak en Nina. Uitgeverij Pravda Media, 260 blz. € 19,95

4. Bettine Vriesekoop: Het China-gevoel van Pearl S. Buck

Vijfvoudig Europees tafeltenniskampioen en oud-China-correspondent voor NRC, Bettine Vriesekoop schreef Het China-gevoel van Pearl S. Buck over de Amerikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar (1938) Pearl S. Buck (1892-1973). Buck bracht als kind van zendelingen haar jeugd door in afgelegen delen van China, omdat haar vader vond dat ze steeds temidden van de plaatselijke bevolking moesten wonen. Door xenofobie vertrok het gezin uiteindelijk, maar Buck zelf keerde na een studie in de VS toch weer terug. Vriesekoop voelt zich verwant met deze vrouw, die ook over China schreef en zich interesseerde voor het echte leven van de Chinezen, maar in de VS bekritiseerd werd om haar Chinese ‘achtergrond’. Ook Vriesekoop verbleef als jonge tafeltennisser en later als correspondent lang in China. Ze ontwikkelde liefde voor het land, maar moest zich in Nederland steeds weer verdedigen voor die fascinatie. Zij zegt daarover treffend: „Ook ik ken het gevoel van mensen die na een lang verblijf in het buitenland naar huis komen, naar het land waarin ze zijn opgegroeid. Je bent vervreemd, je land is veranderd, jij bent veranderd. Het mooie dat je ooit achterliet is verdwenen. Je verlangen ernaar is niet vervuld. In die leegte komt een nieuw verlangen op, naar de wereld die je achterliet en die onbereikbaar ver weg lijkt. Je bent dubbel ontheemd. Er is nu veel meer betrouwbare kennis beschikbaar over China en de leefwijzen van zijn bewoners, maar het kan me nog steeds verbijsteren hoe weinig en hoe slecht die kennis is doorgedrongen in de witte wereld waarin ik nu al weer jaren woon en werk.” Het is de combinatie van die persoonlijke beleving van Vriesekoop en de loop van Bucks leven waardoor deze ‘dubbelbiografie’ van twee vrouwen boeit. Daarbij kan de ‘witte wereld’ zijn hart ophalen aan de beschrijvingen van de geschiedenis van China.

Bettine Vriesekoop: Het China-gevoel van Pearl S. Buck. Brandt, 398 blz. € 22,50

5. Joanne Nihom: Over grenzen

Ook schrijver en journalist Joanne Nihom kende die spanning tussen twee landen waar je je thuis voelt. Haar verhuizing naar Israël in 2005 was vanzelfsprekend – haar Nederlands-Joodse ouders emigreerden meer dan dertig jaar geleden al naar Israël. Maar ‘als ik in Israël ben, voel ik het draadje met Nederland. Israël is mijn thuis, Nederland mijn moederland (…) Soms voel ik me teleurgesteld. Dan wil ik weg uit Israël. Te veel slachtoffers, al veel te lang. Te gecompliceerde discussies over ieders gelijk. Toch zitten het land en het volk zo in mijn bloed, dat ik er nooit van zal loskomen. Het land trekt aan me en duwt me weg. Er zijn altijd dubbele gevoelens.’ Die dubbele gevoelens heeft zij uitgewerkt tot een geheel van intense gesprekken met Israëli en Palestijnen in Over grenzen. Mijn leven in Israël. Het hoofdstuk ‘Bruggenbouwers’ verwoordt het sentiment waarmee eigenlijk alle interviews, verhalen en dagboekaantekeningen – soms met wat te veel gevoel voor overdreven beeldspraak – aan elkaar zijn gesmeed. Op 28 april was het Jom Hazikaron, de landelijke herdenking van álle omgekomen soldaten en slachtoffers van terreur in Israël. Nihom is ontroerd door het gezamenlijke verdriet zonder ook maar één woord van haat, wraak of andere negatieve uitingen. Dat meer dan tweehonderdduizend mensen aan die Zoom-uitzending deelnamen, stemt Nihom zeer hoopvol en ‘zorgt voor stralen van optimistische zon’.

Joanne Nihom: Over grenzen. Mijn leven in Israël. KokBoekencentrum, 272 blz. € 18,99

6. Carl De Strycker (samenst.): Met heldere verf en verlangen

De Belgische schilder Roger Raveel (1921-2013) uit Machelen-aan-de-Leie zou dit jaar 100 zijn geworden. Zijn kleurrijke, vaak figuratieve schilderijen met het verbloemde of juist herkenbare witte vierkante vlak in zijn schilderijen, heeft altijd tot de verbeelding van dichters gesproken (bij onder meer Hugo Claus of in de mooie beeldgedichten van Rutger Kopland). De Poëziekrant heeft de afgelopen jaren steeds een gedicht van een hedendaagse dichter bij een werk van Raveel geplaatst. Die gedichten zijn nu met de bijbehorende kunstwerken door Carl De Strycker, directeur van het Poëziecentrum, gebundeld in Met heldere verf en verlangen: een zeer verzorgde uitgave naar aanleiding van de grote Raveel-retrospectieve in BOZAR, het Paleis voor de Schone Kunsten in Brussel. De dichters bezingen Raveels stijl zoals Joke van Leeuwen (‘met heldere verf en verlangen/ongrijpbaarheid trachtte te vangen’), hameren op het terugkerende lege vlak zoals Bart van der Straeten (‘zoals de zwanen ons het water tonen/zo, Roger, verblindde je ons/met je blinde beestachtige vierkant van leegte’) of zijn een terugblik op zijn leven zoals Peter Theunynck (‘Terwijl ik u koerend vertolk in mijn kiel, word ik geridderd: mondriaan van mijn volk.’). Elk gedicht biedt liefdevol een derde oog om nog meer in Raveels werk te kunnen zien en ontdekken.

Carl De Strycker (samenst.): Met heldere verf en verlangen. Poëziecentrum, 104 blz. € 22