Opinie

Memo voor de informateur: begin met bevolkingsgroei

Paul Scheffer

Het is teleurstellend dat er nu pas na veel trekken en duwen een verkenning ligt over de bevolking in 2050. Het is bijna drie jaar geleden dat een grote meerderheid van de Tweede Kamer vroeg om een onderzoek naar scenario’s van migratie en vergrijzing. Het zegt iets over het gebrek aan urgentie dat deze verkenning pas deze week is verschenen.

Het is ook teleurstellend dat niet meer dan de helft van het werk is gedaan. Door de weigering van onderzoeksinstituten als het SCP om mee te werken – met de coronacrisis als gelegenheidsargument – hebben we nog steeds geen scenario’s op gebieden als ruimtelijke ordening, sociale zekerheid en energievoorziening.

Wat er wel ligt, het rapport Bevolking 2050 in beeld, is te danken aan het werk van de demografen van het NIDI en aan de statistici van het CBS. Hun resultaten laten onmiddellijk zien waarom zo’n onderzoek van belang is. De lange lijnen van de demografie – vooral van migratie en vergrijzing – dwingen de blik naar de toekomst. Voer voor de informateur.

Een snelle bevolkingsgroei zou bijvoorbeeld betekenen dat er komende decennia 1,9 miljoen huishoudens bijkomen. Die moeten ergens wonen. Hoe kijken we in het licht van zo’n groei naar de toekomst van de woningmarkt, maar ook naar de ruimtelijke ordening of de mobiliteit in ons land? Dat is toch een mooie opdracht voor een nieuw kabinet? De tekentafel roept.

Voor de goede orde: ik was lid van de klankbordgroep die het onderzoek begeleidde, maar ben niet verantwoordelijk voor de inhoud van het rapport. De kern van deze verkenning is dat we niet alleen kijken naar verwachte ontwikkelingen maar ook spreken over wenselijke ontwikkelingen. Zulke toekomstbeelden kunnen een verlangen naar verandering loswoelen.

Een groot deel van de groei vloeit voort uit migratie. In het rapport is een scenario gemaakt met een laag migratiesaldo en een scenario met een hoog migratiesaldo. De lage variant komt uit op 17,4 miljoen mensen in 2050, de hoge variant op 20,6 miljoen mensen. Dat verschil van 3,2 miljoen toont een behoorlijke ruimte voor beleid. Het idee dat migratie zich aan sturing onttrekt, blijkt vooral een keuze om meer aan de markt over te laten.

De demografen van het NIDI deden vergelijkbare migratiescenario’s die ik had gemaakt eerder nog af als „paniekverhalen” (de Volkskrant, 3 oktober 2018). Mijn scenario’s gingen niet verder dan 19,7 miljoen mensen in 2060. Het verrast niet: een omslag in het denken stuit op weerstand. Zeker bij een kwestie als een migratiebeleid dat is gericht op de lange termijn. Toch is dat nodig: nog los van sturing, kunnen we ons zo beter voorbereiden.

Het gesprek over migratie heeft een bredere blik nodig. Door de vergrijzing krimpt de autochtone beroepsbevolking met een miljoen mensen. Die krimp kun je opvangen door hogere arbeidsmigratie, maar ook door een hogere arbeidsparticipatie. Vergeleken met andere Europese landen werken vooral vrouwen bij ons veel meer in deeltijd.

Daarover moet het in de komende jaren gaan. Zelfs een beperkte stijging van de arbeidsdeelname van vrouwen maakt het mogelijk om 500 tot 700 duizend banen te vervullen. Kortom, een ander beleid – waarbij gratis kinderopvang een sleutelrol speelt – kan de vergrijzing voor een deel opvangen.

En dan hebben we het nog niet over de arbeidsproductiviteit. Jammer genoeg laat het rapport die vraag buiten beschouwing, maar door digitalisering en robotisering verandert de vraag naar arbeid. De migratiegeschiedenis leert overigens dat de toegang tot veel goedkope en laagopgeleide arbeidskracht juist een rem kan zijn op innovatie.

Meer of minder migratie is zeker niet het vertrekpunt. Het gaat om de afweging van alle belangen die in het geding zijn: het kortetermijnbelang van ondernemers mag niet als enige de toon zetten. Wanneer de langetermijngevolgen voor de samenleving zijn doordacht ontstaan beelden over toekomstige migratie. Zo kunnen we voorbij de polarisatie reiken.

Het parlement moet nu de regering tot een vervolg aanzetten. Gevraagd is een minister voor migratie en participatie. Die samenhang hoort bij een immigratieland. Ik sprak onlangs met mensen die werken in het bestuur van de grote steden. Ze vertelden dat hun ervaringen met een snelgroeiende, diverse en vergrijzende bevolking te weinig doordringen in Haagse sferen.

En verder moet er zo snel mogelijk een staatscommissie komen die binnen een jaar dit onderzoek afrondt en een reeks voorstellen gaat doen. Omdat deze demografische verkenning steunt op ruime meerderheden van links tot rechts kan ook een demissionaire regering het voortouw nemen. Na drie jaar is er wel genoeg om de hete brij heen gedraaid.

Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.