Foto Frank Ruiter

Interview

Hugo Borst: ‘Er waren uitzendingen bij, dan reed ik na afloop naar huis en voelde ik me smerig. Bezoedeld’

Lunchinterview Hugo Borst (58), (sport)schrijver, wil niet meer wekelijks op televisie praten over voetbal. „Betweter, criticaster, zeikstraal. Ik kan mezelf haten”

Een echt dwingende aanleiding voor een lunchgesprek met Hugo Borst (58), schrijver en voetbalcriticus, was er niet. Goed, er verschijnt een boek van hem, De Coolsingel bleef leeg, maar dat boek was er 25 jaar geleden ook al, toen was het zijn debuut als sportboekenschrijver. Het is een smeuïg verslag over het seizoen 1995/96 bij Feyenoord, waar hij een jaar insider was in directiekamer en spelershonk. Het gekrakeel, het gedonder en gelazer, de pogingen van de voorzitter en de trainer om een groep spelers in het gareel te houden – het is interessant en ontluisterend tegelijk. Alleen, waarom zouden we daar nu (weer) over moeten lezen?

Die vraag was een mini-aanleiding, er was ook nog een mailwisseling van precies tien jaar geleden, toen hij plotseling was gestopt met zijn wekelijkse voetbalcolumn in het Algemeen Dagblad en van televisie verdween als vaste tafelgast bij Studio Voetbal. Van een lunchgesprek kwam het toen niet. Nu wel. We halen een Surinaams broodje en nemen dat mee naar de overkant van de straat, naar zijn werkappartement in de binnenstad van Rotterdam. „Ik ga op de bank”, zegt hij en verwijst mij naar de leren stoel tegenover hem. Hij vouwt zijn benen met daaraan slangenleren laarzen onder zich en leunt zijwaarts tegen een berg kussens.

„Hier hang ik altijd.” Het broodje legt hij op tafel, voor straks. Geen trek? „Ik sta altijd heel laat op”, zegt hij. Hoe laat? „Elf uur.” En waarom? Hij slaat zijn handen theatraal op z’n knieën: „Ik vind het dus al raar dat je dat vraagt.” Ehm, omdat? „Ik ga het niet groter maken dan het is, maar mensen die er een ander ritme op na houden, worden behoorlijk gediscrimineerd. Mensen reageren volslagen spastisch als je zegt dat je om elf uur je nest uitkomt. Ik doe net zoveel als ieder ander, alleen op andere tijden.”

Pips, wit en wallen

Hij had het als kind al, zegt hij. „Mijn moeder zei dat ik altijd wakker lag.” Als kind heb je dan wel een probleem… begin ik. „Zeg je het weer: probléém.” Ik bedoelde: je bent altijd moe. Ja, zegt hij. „Ik zie er altijd getekend uit. Pips, wit, wallen onder m’n ogen.” Lastig ook, toen hij leerling-journalist was bij het blad Voetbal International. „Ik werd geacht op maandagochtend om negen uur te vergaderen. Mannen als Kees Jansma en Johan Derksen zaten dan klaar. Toch al zo’n gestaalde generatie, zeventigers zijn het nu, onverwoestbaar.” En hij die zich steeds versliep. „Ik mocht blijven van ze, maar alleen als ik wat zou doen aan mijn probleem.”

Johan Derksen stond aan de basis van zijn carrière als sportjournalist, zegt hij. En hij aan de zijne, toen hij twintig jaar geleden een voetbalpraatshow bedacht en Johan Derksen vroeg als vaste tafelgast. „Aanvankelijk vond hij het niks.” Haha, grinnikt hij. „Hij wilde niet bekend worden.” Nog steeds is er elke maandagavond VI, een anderhalfuur durend programma waarin Johan Derksen zijn mening geeft over heel veel onderwerpen en voetbal. Zijn dochter Marieke Derksen is uitgever van sportboeken, waaronder ook de heruitgave van het -Feyenoord-boek van Hugo Borst, en die ligt nu elke uitzending – in tweevoud – prominent in beeld.

Waarom die heruitgave? Hij haalt zijn schouders op. „Martin Bril [schrijver en columnist] zei altijd: ‘Move the product.’” En, vervolgt hij: „Ik durf het rustig te zeggen, dat is niet gênant, het is gewoon een klassiek sportboek.” Eén waarvan „een nieuwe generatie supporters, voetballiefhebbers en journalisten kennis moet kunnen nemen”. En wat heel „treurig” is: zo’n boek kan nu niet meer worden geschreven. „De wereld van het topvoetbal zit op slot. Potdicht.” Een journalist een jaar lang laten meekijken? „Ja, als je drie miljoen neertelt en voor Disney werkt.”

Je moet een zekere ongevoeligheid hebben als je in de media opereert

Nou moet gezegd dat wat hij destijds optekende niet heel goede reclame was voor Feyenoord. President van de club, Jorien van den Herik, die bij hoog en laag volhoudt dat hij niet dictatoriaal is, hooguit een tikje autoritair. Trainer Willem van Hanegem, Feyenoord-icoon die de club als speler overwinningen bezorgde, wordt ontslagen. Spelers die de avond vóór een wedstrijd gaan stappen, en na de wedstrijd weer, ook als ze jammerlijk verloren hebben.

Wat Hugo Borst in zijn klassieker goed liet zien, was het contrast tussen de sobere eenvoud van trainer Van Hanegem – rijtjeshuis, biertje, sigaretje – en de pronkzucht van de spelers. De strenge taakopvatting van de oude generatie voetballers versus het gebrek aan discipline van de jeugd. Die kloof zal met de komst van het grote geld in het voetbal toch niet minder zijn geworden? „Mwaah”, zegt Borst. Natuurlijk, er bestaan spelers met een sterrenstatus. „Na 1985 kwamen er voetballers die een fortuin vergaarden.” Hij noemt Koeman, Van Basten, Gullit, de broertjes De Boer. „En de jonge jongens… Bij Ajax, daar verdienen ze veel. Feyenoord ook wel. Maar alles wat daaronder hangt….” Zelf is hij „kind aan huis” bij Sparta. „Daar lopen ook jongens rond voor 30.000.” Het stelt in Nederland allemaal niet zoveel voor, zegt hij. „Op de schaal van Messi dan.” Die spits krijgt van Barcelona een jaarsalaris van 138 miljoen – exclusief bonussen.

Zeikstraal

Nadat hij heeft vastgesteld en opgemerkt dat ik het broodje wel erg vlug heb opgegeten, pakt hij zijn broodje uit en vertelt ondertussen wat een mazzelaar hij is. „Alles wat ik heb en doe, is te danken aan voetbal.” Hij is tevreden, zegt hij. „Zo niet gelukkig. Soms.” Tien jaar geleden was dat anders, toen hij burn-outverschijnselen had en abrupt verdween van televisie. „Dat had ermee te maken dat ik het niet meer leuk vond.” Wat niet, het voetbal of de televisie? „Op tv kan ik een kant van mezelf laten zien die soms te groot wordt.” Welke kant? „Die van betweter, criticaster, zeikstraal soms. Altijd het laatste woord willen hebben, dat heb ik van mijn moeder. Als ik die kant te veel toon, kan ik mezelf gaan haten. Ik was zo ontzettend klaar met wat ik op tv deed. Ik wilde even geen mening hebben.”

Ruim tien jaar geleden, dat was dus nog de tijd vóór kijkers hun hatelijkheden op Twitter deelden. „O, als ik een topic zou zijn geweest, dat woord bestond toen vast nog niet, dan was ik krankzinnig geworden, denk ik. Je moet een zekere ongevoeligheid hebben als je in de media opereert. Er waren zondagavonden bij, dan was het ruzie geworden, in de uitzending of daarna. Dan reed ik terug naar huis en dan voelde ik me smerig. Bezoedeld. En altijd de onderliggende angst dat je het misschien niet bij het juiste eind had gehad. Dat je de plank missloeg. Bij elk belletje of appje zo’n schrik-reactie.” Niet het oordeel van anderen, maar dat van zichzelf over zichzelf deed hem de das om? „Zegt u het maar, psychiater.”

Hij klapt zijn benen onder zich vandaan, gaat rechtop zitten en vraagt: „Had je eigenlijk wel zin in dit interview?” Hoezo? „Nou ja, dat geouwehoer over voetbal.” Ja, laten we het daar eens over hebben. Als je op zijn Feyenoord-boek afgaat, gaat voetbal allang niet meer over techniek, spelinzicht of strategie. Het gaat vooral over mensen en hoe die met elkaar omgaan. „Het gaat over leiderschap”, zegt hij. „Hoe grip te houden op een groep van 24 egoïsten die je zover moet zien te krijgen dat ze hun eigenbelang opzij zetten en een geheel vormen.” Hij heeft daar wel ideeën over. „Je hebt een autoritaire trainer nodig, een bullebak, iemand voor wie ze respect hebben. Wijlen Rinus Michels bijvoorbeeld. Louis van Gaal…” Dick Advocaat ook, de huidige trainer van Feyenoord? „Ja, die heeft het ook in zich. Hoewel Steven Berghuis [de rechtsbuiten] hem zo nu en dan saboteert.”

Beetje hangen

Hij lacht. Advocaat zegt tegen tv-verslaggevers dat de spelers van AZ gewoon beter zijn. „Dat trekken zijn jongens niet. Tere zielen zijn het.” Zou hij niet nog eens een jaar willen meelopen bij Feyenoord, gewoon om te zien hoe het er nu aan toegaat? Hij twijfelt. Ja, gesteld dat zoiets nog zou kunnen. Nee, omdat het boek dat hij schreef een blauwdruk is voor willekeurig welk seizoen. „Je kunt rustig de namen van nu invullen, alles is nog hetzelfde.” Ruzie, gekrakeel, ongemak en onenigheid. „Feyenoord wordt religieus beleefd. Emotioneel is de club groter dan Ajax.”

Lees ook: De zoon van Hajo de Boer mocht Ajax-keeper worden

Rest de vraag wat hij heeft gedaan om uit de dip van tien jaar geleden te komen. „Niks. Dat kan ik heel goed, niks doen. Beetje hangen, lezen, films kijken, koffie drinken met vrienden.” En daarna heeft hij veel „niet-voetbalgerelateerde dingen” gedaan. Columns en boeken geschreven over zijn dementerende moeder. Documentaires en tv-programma’s over ondermaatse ouderenzorg. Over corona. Inmiddels voelt hij zich meer voetballiefhebber dan -criticus. Hij presenteert nog wel radioprogramma Langs de Lijn, en om de week is hij analist bij sportzender ESPN waar, als hij er zit, „hooguit 200.000 man” naar kijken. „Ik ben nog wel op tv, maar minder.” De laatste keer was eind maart, bij een uitzending van Op1. „Ik werd daarna afgemaakt op Twitter, hoorde ik.” Dat ging niet over wat hij zei, maar over zijn „hip-steruiterlijk” met baard en knot, en zijn outfit: een doorschijnend shirt met daaronder een „zwarte sportbeha”. Hij zucht. „Prachtig duur colletje was het, kasjmier, zalig zacht.” En daaronder dus…? „Nee joh. Dat was een singlet. Ik draag altijd een singlet, nu ook.” En het knotje is er af, trouwens.