De Jonge wil niet gaan ‘freestylen’ met vaccinaties

Kamerdebat De kritiek op het vaccinatie-beleid van Hugo de Jonge groeit. De minister zelf ergert zich vooral aan de ‘kakofonie aan opinies’.

Coronaminister Hugo de Jonge tijdens een werkbezoek aan de XL vaccinatielocatie Breepark. De Jonge bekijkt hoe de GGD's zich opmaken voor flinke opschaling van het vaccineren. Foto: Rob Engelaar
Coronaminister Hugo de Jonge tijdens een werkbezoek aan de XL vaccinatielocatie Breepark. De Jonge bekijkt hoe de GGD's zich opmaken voor flinke opschaling van het vaccineren. Foto: Rob Engelaar

Het eerste coronadebat van de nieuw gekozen Tweede Kamer voelde aan de ene kant vertrouwd: de kritiek op het kabinetsbeleid, de vele sprekers en Hugo de Jonge (CDA) als kop van jut. De minister van Volksgezondheid hoorde de kritiek donderdag lijdzaam aan, vaak op zijn telefoon kijkend. Soms schudde hij het hoofd of draaide hij zich om naar collegaminister Tamara van Ark (Medische Zorg, VVD) om even een ergernis te delen.

Het is niet lastig te raden wat De Jonge op zulke momenten denkt. In een interview met NRC zei de minister eind vorig jaar dat hij zich ergert aan de urenlange debatten. „Een motie is makkelijk getypt”, de uitvoering van beleid is „veel complexer”. Kamerleden zijn in zijn ogen toch die beroemde stuurlui aan de wal. De Jonge benadrukt graag dat hij in de pandemie „vol in de wind” of „met z’n poten in de modder” is gaan staan.

Lees ook: het NRC-interview eind vorig jaar met Hugo de Jonge. ‘We hebben de hele crisis moeten improviseren’

Aan de andere kant was er een belangrijk verschil met eerdere coronadebatten. Eerder richtte de kritiek zich vooral op zaken die De Jonge niet helemaal zelf in de hand heeft, zoals het trage priktempo door de tegenvallende leveringen door Astra-Zeneca de afgelopen maanden of de problemen bij het RIVM of de GGD, soms weinig flexibele organisaties die op afstand van het ministerie staan. Dit keer was er kritiek op besluiten waarvoor De Jonge zelf volledig verantwoordelijk is: over hoe en in welk tempo de beschikbare vaccins worden ingezet.

Omstreden besluiten

De Jonge nam op dat vlak de afgelopen weken verstrekkende en omstreden besluiten: hij zette het vaccineren met AstraZeneca voor mensen onder de 60 jaar tot twee keer toe stop wegens uiterst zeldzame bijwerkingen en besloot woensdag dat er om dezelfde reden voorlopig niet met het Janssen-vaccin wordt gevaccineerd. Besluiten die grote gevolgen hebben: honderdduizenden vaccinatieafspraken van kwetsbare mensen en zorgverleners moesten worden afgezegd en opnieuw ingepland. Huisartsen en opinieonderzoekers rapporteren een sterk gedaald vertrouwen in het -Astra-Zeneca-vaccin, ook bij 60-plussers.

Op de keuze voor de prikstops klinkt al dagen felle kritiek van ziekenhuizen en huisartsen, die midden in de derde coronagolf patiënten moeten teleurstellen of langer zelf onbeschermd hun werk moeten doen. Veel andere deskundigen vinden dat De Jonge, die zijn besluiten consequent als „zorgvuldig” verdedigt, een verkeerde risicoafweging maakt die de volksgezondheid schaadt. Klinisch epidemioloog Sara-Joan Pinto-Sietsma (Amsterdam UMC) schreef woensdag in NRC dat de kans op ernstig ziek worden door corona vele malen groter is dan het risico op bijwerkingen, ook voor veel mensen onder de 60. „Het beste voor zo veel mogelijk mensen is op dit moment om zo snel mogelijk te vaccineren.”

Lees: hoe het kabinet zelf teleurstelling organiseert

In het Kamerdebat klonk soortgelijke kritiek. D66-Kamerlid Jan Paternotte noemde snel vaccineren „hét onderwerp van dit debat”. „Dan helpt het niet als we van de vier vaccins er eentje niet toestaan onder de 60 en de ander achter slot en grendel zetten.” Andere partijen keerden zich ook tegen de prikstops voor mensen onder de 60. PvdA-fractievoorzitter Lilianne Ploumen noemde ze „onnavolgbaar”, Lisa Westerveld (GroenLinks) „onverstandig”.

D66’er Paternotte wees op andere Europese landen die voorlopig wel doorprikken met Janssen, in afwachting van nader onderzoek. „Frankrijk prikt ze weg, Nederland houdt ze in de koelkast. Waarom? Laten we het hoofd koel houden en een reële risico-afweging maken.”

De Jonge blijft zijn besluiten rondom deze vaccins verdedigen. Bij AstraZeneca wees hij naar het „heel heldere advies” van de Gezondheidsraad om het vaccin niet meer toe te dienen bij 60-minners. Dat advies heeft hij „uiteraard” overgenomen. „Als ik daarop ga freestylen, doe ik de vaccinatiestrategie geweld aan.” Hij benadrukte dat hij bovendien snel voor alternatieve vaccins voor de getroffen doelgroepen wil zorgen.

Ook het verwijt uit de Tweede Kamer dat hij op deze manier het vertrouwen en de vaccinatiebereidheid aan het ondermijnen is, ging er bij de minister niet in. De Jonge denkt eerder dat dit geldt voor de „kakofonie aan opinies” die hij overal leest en hoort, daarbij verwijzend naar de critici van zijn recente besluiten.

Met het Janssen-vaccin doorprikken in afwachting van nader onderzoek, zoals het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) bepleit, vindt De Jonge onverantwoord. „Mensen mogen erop rekenen dat hun minister van Volksgezondheid handelt uit voorzorg.” Hij verwacht volgende week meer duidelijkheid van het EMA, en vraagt dan mogelijk opnieuw advies aan de Gezondheidsraad. „Veiligheid voorop, en dan hopelijk zo snel mogelijk weer verder.” Kan dat niet, dan loopt de Nederlandse vaccinatiecampagne zes weken vertraging op.