WNF: EU jaagt ontbossing aan met import, Nederland bij grootste importeurs

Onderzoek Wereldwijd importeert China de meeste grondstoffen die gelinkt zijn aan ontbossing: 24 procent. Daarna volgt de EU als geheel met 16 procent, meldt het WNF.
Wereldwijd is vorig jaar zo’n 12 miljoen hectare aan bos verloren is gegaan in de tropen.
Wereldwijd is vorig jaar zo’n 12 miljoen hectare aan bos verloren is gegaan in de tropen. Foto Ricardo Moraes/Reuters

Nederland en zeven andere Europese landen zijn samen verantwoordelijk voor een groot deel van de wereldwijde ontbossing die nodig is voor de productie van grondstoffen die de landen naar Europa importeren. Uit een woensdag verschenen rapport van het Wereld Natuur Fonds (WNF) blijkt dat Nederland verantwoordelijk is voor het kappen van bijna 30.000 hectare tropisch oerbos en andere natuur, dat wordt gebruikt voor de verbouwing van soja voor veevoer en palmolie. Het WNF bepleit strengere Europese wetgeving op gebied van ontbossing.

Volgens de natuurorganisatie importeert Nederland - afgezet per hoofd van de Europese bevolking - relatief de grootste hoeveelheid hout afkomstig uit tropisch bos. Het onderzoek beslaat de periode tussen 2007 en 2015. In die periode was de gemiddelde Nederlander verantwoordelijk voor zo’n achttien vierkante meter ontbossing, voor een gemiddelde Europeaan ligt dat getal op vijf vierkante meter aan grondstoffen gelinkt aan ontbossing.

Het grootste aandeel van de naar Europa vervoerde grondstoffen bestaat uit soja voor veevoer, palmolie en vlees. Ook houtproducten, cacao en koffie werden de afgelopen jaren vaak vanuit Brazilië, Indonesië, Argentinië en Paraguay naar Europa verscheept. De door ontbossing tot stand gekomen grondstoffen die door de EU-lidstaten zijn geïmporteerd, staan gelijk aan de uitstoot van 40 procent van de jaarlijkse CO₂-uitstoot van de gehele EU, aldus de onderzoekers. Tussen 2005 en 2017 was de EU verantwoordelijk voor 16 procent van de wereldwijde ontbossing als gevolg van internationale handelsdoelen.

Lees ook: Een biljoen bomen? Daarmee redden we de aarde niet

Belofte

Wereldwijd importeert China de meeste grondstoffen die gelinkt zijn aan ontbossing: 24 procent. Daarna volgen de Europese Unie als geheel (16 procent), India (9 procent) en de Verenigde Staten (7 procent). De cijfers staan in schril contrast met de belofte die het Consumer Goods Forum (CGF) elf jaar geleden namens de levensmiddelenindustrie deed, om ontbossing voor grondstoffen als palmolie, soja en vlees in 2020 uit te bannen. Daar is weinig van terechtgekomen, blijkt uit de WNF-rapportage en andere onderzoeken.

Twee weken geleden wees een onderzoek van de Universiteit van Maryland uit dat vorig jaar wereldwijd zo’n 12 miljoen hectare aan bos verloren is gegaan in de tropen. Zo’n 4,2 miljoen hectare daarvan - een gebied dat in oppervlakte te vergelijken is met Nederland - betrof tropisch oerbos. De meeste bomen gingen verloren in de Braziliaanse Amazone, waar 1,6 miljoen hectare bos sneuvelde.

Het mondiale verlies van bos leidt volgens de Maryland-studie tot een CO₂-uitstoot die vergelijkbaar is met die van 570 miljoen auto’s. Het bosverlies in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië is voornamelijk te wijten aan de bomenkap voor grondstoffen. In Afrika zorgen landbouwprojecten voor het verdwijnen van bomen. Ook bosbranden, droogte en andere gevolgen van klimaatverandering zorgen voor een wereldwijd verlies aan oerbos.

De afgelopen jaren gingen ook in Europa veel bomen verloren. Vooral in Duitsland en Tsjechië gingen kwetsbare delen van de fijnsparbossen verloren. Bossen spelen een belangrijke rol bij het beteugelen van klimaatverandering, doordat ze CO₂ uit de atmosfeer halen, water vasthouden en stadshitte dempen. Dat is reden voor de Europese Commissie om de komende tien jaar drie miljard bomen bij de planten in Europa.