Seedorf bij Raad van Europa: niet alleen blijven praten over racisme

Raad van Europa Racisme in de sport wordt al sinds 1985 als probleem aangekaart in Europa. Er veranderde weinig. Clarence Seedorf zei bij de Raad van Europa dat het te langzaam gaat. „Het moet verboden worden dat spelers hun mond bedekken als ze praten”.

Clarence Seedorf in 2014 als coach van AC Milan.
Clarence Seedorf in 2014 als coach van AC Milan. Foto Ettore Ferrari/EPA

Clarence Seedorf zucht. We praten al zo lang over discriminatie en racisme in het voetbal, zegt hij, dat hij er niet eens meer gefrustreerd over kan raken. „Er is veel gepraat, maar weinig gedaan. We hebben decennia verloren. Daar ben ik niet blij mee, maar ik wil me nu focussen op concrete oplossingen. Hoe klein ook: veranderingen zijn mogelijk”, zei hij.

Seedorf, oud-voetballer van onder meer Ajax, AC Milan en het Nederlands elftal, sprak woensdag voor een delegatie van de Raad van Europa. Dat is een organisatie van vijftig landen die na de Tweede Wereldoorlog is opgericht om mensenrechten en democratie te bevorderen. Die praat al jaren over racisme bij sportevenementen. In 1985 al was het onderdeel van een verdrag om supportersgeweld te bestrijden en in de jaren daarna was het steeds weer onderwerp van verdragen, resoluties en aanbevelingen.

Elke keer werd uitgesproken dat er een einde moest komen aan discriminatie, racisme en seksisme in de sport. Toch moesten de sprekers – onder wie de Franse minister voor sport en de directeur van de UEFA-commissie voor maatschappelijke verantwoordelijkheid – erkennen dat het probleem nog altijd groot is en niet lijkt af te nemen.

Incident na incident

Begin deze maand nog stapte spelers van de Spaanse voetbalclub Valencia van het veld nadat een ploeggenoot racistisch was bejegend door een tegenstander. De club verklaarde daarna dat het zich gedwongen voelde om verder te spelen, omdat het anders bestraft zou worden door de voetbalbond. Guram Kashia, oud-speler van Vitesse, werd eens met de dood bedreigd door landgenoten uit Georgië nadat hij een aanvoerdersband droeg in regenboogkleuren als steun voor homo-emancipatie.

In Bulgarije kregen de spelers van het Engelse nationale elftal in 2019 oerwoudgeluiden over zich heen tijdens een interland. Nederland werd in november 2019 opgeschrikt door racistische spreekkoren bij FC Den Bosch-Excelsior. Het ontketende een groot maatschappelijk debat en een stapel maatregelen van voetbalbond KNVB.

Lees ook: een interview met Houssin Bezzai, programmamanager racisme van de KNVB, over zijn eerste jaar in functie

De KNVB heeft inmiddels een quotum ingevoerd om een meer diverse organisatie te worden, er moeten slimme camera- en geluidsopnamen worden gemaakt in stadions om racisme te kunnen bestraffen, er zijn gespecialiseerde aanklagers aangesteld en straffen voor discriminatie zijn verhoogd. Nederland lijkt voorop te lopen in Europa, met een aantal andere landen, zoals Frankrijk, waar ze aan vergelijkbare maatregelen werken.

In veel andere landen gebeurt weinig. Uit een overzicht van de Raad van Europa blijkt dat het in verschillende Oost-Europese landen zoals Kroatië en Polen blijft bij „bewustwordingsprogramma’s”. Dat zijn spotjes op televisie of lessen op scholen. In andere landen, zoals Portugal, melden mensen zelden racistische incidenten, waardoor ze moeilijk bestraft kunnen worden. Dat is in Nederland ook nog steeds een probleem, al komen er sinds de maatschappelijke discussie vorig jaar steeds meer meldingen binnen bij de KNVB (ruim negentig in het afgelopen jaar). De bond wil het melden bevorderen met een speciale app.

Maria Marouda, de voorzitter van de Europese commissie tegen racisme en intolerantie, vindt dat er meer gedaan moet worden. „Er moet worden onderzocht en gestraft. De autoriteiten moeten zich er verantwoordelijk voor voelen dat racisme uit de sport verdwijnt. Politie en justitie moeten er bovenop zitten, sportclubs en federaties hebben een verantwoordelijkheid. Dat gaat in veel landen nog niet goed genoeg”, zei Marouda.

Lees ook: NRC onderzocht de afloop van tien racistische incidenten. Werden de daders bestraft?

Alleen Seedorf is concreet

Opvallend was dat vrijwel niemand van de sprekers voor de Raad van Europa met concrete ideeën en oplossingen kwam. Michele Uva, UEFA-directeur voor maatschappelijke verantwoordelijkheid, benadrukte steeds dat de voetbalwereld het „samen” moet doen: „We kunnen deze wedstrijd niet alleen winnen (…) Het is een probleem voor de lange termijn, dat weten we allemaal.”

Seedorf was in 2000 al het gezicht van een antiracismecampagne. Foto: Hans Heus.als

Daar was Clarence Seedorf – ambassadeur voor diversiteit bij de UEFA – het niet helemaal mee eens. Hij wil actie, en wel meteen. Seedorf kwam met allerlei maatregelen die snel kunnen worden doorgevoerd. Hij wil dat het verboden wordt voor spelers om hun mond te bedekken met de handen als ze tegen elkaar of de scheidsrechter spreken – „dat wordt vaak gedaan bij racisme, zodat de camera’s het niet kunnen registreren”.

Seedorf stelde ook voor om kinderen beter te onderwijzen over gelijkheid – „daar leggen we de basis voor tolerantie”. Hij wil bovendien dat de UEFA en FIFA in hun filmpjes minder spreken over het probleem – racisme – en meer over de oplossing: gelijkheid. Hij vindt ook dat de media te veel berichten over de misstanden en te weinig over de straffen die ervoor worden opgelegd.

„Ik weet niet of we dat wettelijk kunnen veranderen, want we hebben natuurlijk persvrijheid, maar het zou goed zijn als media er anders naar gaan kijken.”

De gewezen coach van onder meer AC Milan en het nationale elftal van Kameroen was heel kritisch op de UEFA. Juist toen UEFA-directeur Michele Uva had gezegd dat de Europese voetbalbond moet „leiden door het goede voorbeeld te geven”, zei Seedorf dat hij helemaal niet vindt dat de UEFA en de FIFA dat doen. „Waarom zijn er bij de bonden nauwelijks bestuurders van kleur. Is dát het goede voorbeeld geven?”

Seedorf vertelde over de zaak-George Floyd, de Amerikaanse arrestant die overleed bij een arrestatie in de Verenigde Staten. Het proces tegen de betrokken agent is onlangs begonnen. Omstanders kwamen daar aan het woord. Ze waren bedroefd en verontwaardigd over wat ze hadden gezien, maar soms ook verdwaasd over het feit dat het niet gelukt was om in te grijpen.

Seedorf: „Waarom gaat het zo weinig over de verantwoordelijkheid die mensen hebben? Hoe zorgen we dat mensen zich gedragen? In een voetbalstadion kun je elkaar aanspreken op elkaars gedrag. We zijn allemaal verantwoordelijk.”