‘Schaduwonderwijs’ is een forse groeimarkt geworden

De Staat van het Onderwijs Steeds meer leerlingen krijgen bijles en extra huiswerkbegeleiding. Maar dat vergroot de kansenongelijkheid tussen leerlingen en goed toezicht is er niet.

Steeds meer leerlingen krijgen bijles, huiswerkbegeleiding en examen- of cito-training. Maar goed toezicht ontbreekt en vooral kinderen van hoger opgeleide ouders maken er gebruik van.
Steeds meer leerlingen krijgen bijles, huiswerkbegeleiding en examen- of cito-training. Maar goed toezicht ontbreekt en vooral kinderen van hoger opgeleide ouders maken er gebruik van. Foto David van Dam

Bijles, huiswerkbegeleiding, examen- of cito-training: het schaduwonderwijs rukt op, en daarmee krijgt het onderwijs in Nederland „steeds meer kenmerken van een vrije markt”. Dat zegt de onderwijsinspectie in haar jaarlijkse rapportage Staat van het Onderwijs die deze woensdag verschijnt.

Het schaduwonderwijs is een „forse groeimarkt”, zegt Alida Oppers, inspecteur-generaal van de onderwijsinspectie. De jaarlijkse uitgaven aan aanvullend onderwijs stegen de afgelopen 25 jaar van 26 naar 284 miljoen euro en zullen naar verwachting blijven stijgen. Een op de drie middelbare scholieren, een op de vier basisschoolleerlingen, en een op de vijf studenten in het hoger onderwijs maakt er inmiddels gebruik van.

De inspectie waarschuwt voor de gevolgen daarvan. Adequaat toezicht ontbreekt en het zijn – blijkt uit onderzoek – vooral kinderen van hoger opgeleide ouders die er gebruik van maken. „Die ouders weten de weg en kunnen het zich veroorloven”, zegt Oppers. „Dat vergroot de kansenongelijkheid tussen leerlingen.”

Die kansenongelijkheid in het onderwijs is al jaren reden tot zorg. De coronacrisis heeft de verschillen tussen leerlingen verder uitvergroot, zegt de onderwijsinspectie. Basisschoolleerlingen hebben het afgelopen jaar vrijwel allemaal minder geleerd dan de jaren ervoor, maar leerlingen met een „lage en gemiddelde sociaaleconomische status” liepen de meeste vertraging op.

Lees ook dit opinieartikel: Wat scholen kunnen leren van bijlesinstituten en privéscholen

De schade is het grootst bij het vak begrijpend lezen en bij leerlingen in groep 7, waar gemiddeld 65 procent van de normale ‘leergroei’ werd gehaald.

Tel dat op bij de gebrekkige taal- en rekenvaardigheid van grote groepen leerlingen, waarover de onderwijsinspectie al eerder alarm sloeg, en de crisis in het onderwijs is compleet. „De situatie is ernstig”, zegt Oppers. „Er is een keerpunt nodig: de prestaties móeten weer omhoog.” De coronacrisis kan dat keerpunt zijn, denkt de inspectie: „Corona werkt als een hefboom. Iedereen is met de neus op de feiten gedrukt en ziet hoe groot de schade is. Dat maakt dat we nu een unieke kans hebben om écht in te grijpen. Er is draagvlak én geld.”

Bijscholing

Om de achterstanden in het onderwijs te halen, heeft het kabinet 8,5 miljard beschikbaar gesteld. In de Staat van het Onderwijs roept de inspectie op méér te doen dan alleen de achterstanden inhalen.

Een belangrijk deel van de miljarden zou bijvoorbeeld moeten worden besteed aan bijscholing van leraren en schoolleiders. „Dat is echt hard nodig”, zegt Oppers. „Neem ons laatste rapport over schrijfvaardigheid: daarin zie je dat een deel van het schrijfonderwijs niet wordt gegeven omdat de vakdidactiek van docenten tekortschiet. Bijkomend voordeel: als het geld op is, is de kennis nog wel aanwezig.”