Recensie

Recensie Beeldende kunst

Het culturele leven van Burkina Faso, omhelzingen en andere galerietips

Beeldende kunst Uit de vele tentoonstellingen die in galeries te zien zijn, maakt NRC wekelijks een selectie. De meeste exposities zijn op afspraak te bezichtigen.

Waan je even in de pilotenwereld

Yamaha de Nuit, 1972. Foto Sanlé Sory

In 2017 gaat de Franse auteur Florent Mazzoleni op zoek naar een fotograaf die het culturele leven van Burkina Faso zo prachtig vastlegde. In het land dat in 1960 het Franse juk van zich had afgeschud, was er armoede alom, maar er waren ook foto’s – vanaf halverwege de jaren 60 – van een rijk cultureel leven. Na een tijdje vindt Mazzoleni de man naar wie hij op zoek is.

De 74-jarige Sanlé Sory is al bezig zijn negatieven te verbranden, ervan uitgaande dat niemand interesse zal hebben in die oude troep, wanneer de Fransman langskomt. Wie de foto’s nu bekijkt, komt terecht in een wereld van opgewekte discoplaten. Vrolijk staan de geportretteerden in een pose. De een heeft een Elvis-pose, een andere groep acteert Kool & The Gang, en ook de visuele echo’s van James Brown zijn nooit ver weg.

Sory had vanaf 1965 in de stad Bobo-Dioulasso een eigen fotostudio, waar hij hele werelden opbouwde. Om je een dagje een rijke figuur te wanen met een eigen vliegtuig, kon je voor een doek staan met op de achtergrond een toestel. In de tentoonstelling Jour et Nuit kijkt een man met pilotenpet ernstig in de camera, want zo kijkt een piloot immers. Het vliegtuigdecor was het populairste van allemaal.

Andere foto’s zijn niet minder fraai. Ze hebben een tropisch eiland als achtergrond, en geportretteerden mochten op een glimmende motor gaan zitten. Sory wilde de mensen die hij portretteerde in een andere werkelijkheid plaatsen. Met die decors dus, maar ook dankzij de poses met zonnebril, plastic geweer of bokshandschoenen. Dat klinkt kunstmatig, maar de geschapen wereld is volkomen geloofwaardig.

Waar hij overdag een wereld bood om de armoedige werkelijkheid te ontvluchten, ging Sory in de nachten op pad om het uitgaansleven vast te leggen. Ook hier wordt er geposeerd, maar in de eigen omgeving, zoals je dat doet op een dansfeest: de geportretteerden zijn wat zelfbewuster. De foto’s zijn minstens even goed als die in de studio. Je had er niet aan moeten denken dat Mazzoleni de voormalige kolonie niet had bezocht.

Ongetemd op zoek naar het nieuwe

The Electronic Diaries (1984-2019), een video-installatie verdeeld over zes schermen. Foto Gert Jan van Rooij

Lynn Hershman Leeson is zo’n hedendaagse klassieker van wie niemand weet dat ze een klassieker is. Leeson is 80 en krijgt sinds enkele jaren erkenning als een kunstenaar die steeds als een van de eersten kunst en identiteit weet te verbinden met nieuwe technologische ontwikkelingen. In die hoedanigheid zou Leeson ook prima op haar plek zijn geweest met een groot overzicht in het Stedelijk, maar voorlopig moet ze het doen met een expositie in de Rozenstraat in Amsterdam – die alleen al om die reden niet te missen is.

Dat wordt versterkt doordat het hoofdwerk op de tentoonstelling haar oeuvre perfect samenvat. The Electronic Diaries (1984-2019), een video-installatie verdeeld over zes schermen, toont Leesons persoonlijke verhaal vanaf 1984: in dat jaar besluit ze ‘on camera’ verslag te gaan doen van haar leven (en ja, dat lijkt héél veel op Instagram). De vroegste verhalen zijn pijnlijk persoonlijk: Leeson vertelt over het misbruik in haar jeugd, het geweld, de angst die ze daar aan overgehouden heeft. Maar langzaam slaat het onderwerp om naar zelfbeschikking en macht: in hoeverre wordt zo’n jeugd een integraal onderdeel van je persoonlijkheid? Geef je die trauma’s door, via genen of opvoeding? En kun je dat veranderen, mogelijk zelfs door aanpassing van het dna? Het fascinerende is dat je ondertussen Leeson zelf steeds meer controle over haar leven ziet krijgen, maar dat lijkt vooral te komen doordat ze meer erkenning krijgt als kunstenaar en zich inhoudelijk verder ontwikkelt.

Die controle over de persoonlijkheid komt ook terug in Leesons beroemdste werk, waarvan ook een aantal delen te zien zijn: The Roberta Breitmore Series (1974-1978). Hiervoor ontwikkelde Leeson in 1974 het alter ego Roberta Breitmore, ongetwijfeld mede om afstand te nemen van haar eigen door trauma’s geteisterde verleden. Maar Roberta neemt langzaam de macht over Lynn over – de parallel met Leesons fascinatie voor moderne technieken die het leven steeds meer beïnvloeden is duidelijk. Juist die combinatie van persoonlijkheid, techniek, macht, en niet te vergeten Leesons ongetemde nieuwsgierigheid naar nieuwe ontwikkelingen (op haar tachtigste), maakt Staged Intimacy 1974-2019 een aanrader.

Omhelzing op afstand bij Hama

Rebyar, Dagboek #4, 2020 Foto Hama Gallery

In innige omhelzing verstrengeld zijn ze, de figuren die de Koerdische kunstenaar Rebwar Saed (1962, Sulaymaniyah) schildert. Mede door hun wat kubistische vorm is het toch alsof ze je recht aankijken. Die blik, met wijd open ogen, maakt je deelgenoot van hun intimiteit. Saed schildert zijn raadselachtige figuren dun met acrylverf, in zachte, warme kleuren. Man noch vrouw zijn ze, knuffelend vrijwel tot één wezen vergroeid.

Het werk van Saed is nu samen met dat van zijn jongere, in Nederland wonende broer Hoshyar Rasheed (1971, Sulaymaniyah) te zien in de openingsexpositie van Hama Gallery, een nieuwe galerie in Amsterdam op steenworp afstand van het Museumplein. De twee kunstenaars zijn de ooms van de jonge galerist, Nina Hama. Hun duo-expositie heet Meet Me Here, maar van een fysieke ontmoeting is het door corona niet gekomen. Op papier komen de kunstenaars elkaar wel tegen, het werk Dagboek #4, 2020, is het resultaat van een samenwerking op afstand. Saed schilderde een van zijn sprookjesachtige knuffels, hij deed het op de post, en Rasheed vulde enkele weken later de achtergrond in Nederland aan met een mozaïek van lekker krabbelige pentekeningen.

In de achterruimte hangt meer werk van Hoshyar Rasheed. Twee grote doeken maken indruk: Blauw Lied (2013) en Oplichtend in geluid (2013). Van een afstand zie je intense kleurvelden en een droomachtige collage, met opgeplakte velletjes papier en een vis (symbool voor vrijheid) die in de blauwe kleur zwemt. Vlekjes en loshangende draadjes geven de schilderijen diepte. Bij nadere inspectie blijkt het een soort trompe-l’oeil en zie je dat ieder vlekje, stippeltje en touwtje een haarfijn geschilderde vorm heeft, inclusief geschilderde schaduw. Die schaalsprong, van behoorlijk fors naar piepklein, is imponerend. Dit zijn schilderijen waarvoor je telkens heen en weer loopt: veraf, dichtbij, veraf.