Opinie

Een oudere inhuren? Hmm.. toch maar niet

Maarten Schinkel

Vrouwen, migranten en ouderen: daar zal de arbeidsmarkt het de komende decennia van moeten hebben, stelt het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) in een toekomststudie naar de bevolkingsopbouw in Nederland.

Demografie staat te boek als een van de best voorspelbare maatschappelijke variabelen. Of beter: stond. De scenario’s die het NIDI samen met het CBS schetst, suggereren een brede waaier aan uitkomsten. In 2050 leven er 17 miljoen mensen in Nederland. Of 21,8 miljoen.

Die cijfers lopen zo ver uiteen, dat het nog een hele klus kan worden daar beleid op te maken. Maar er zit wel een rode draad in zo’n beetje elk denkbaar scenario, en dat is de steeds ongunstiger verhouding tussen het aantal senioren en werkenden. Minder mensen moeten meer zorg opbrengen voor meer ouderen. Het recept: meer werken. Dat kan door een extra inzet van huidige deeltijders, de komst van migranten. Maar ook door inzetten van ouderen zelf.

Om bij die laatsten te blijven: mooi in theorie, maar wat wordt de praktijk? De oudere werknemer is vooralsnog vooral op papier geliefd. Maar op de werkvloer of in het sollicitatiegesprek – als het daar al van komt? Volgens een onderzoek van het blad Intermediair en de Nationale Vacaturebank van vorig jaar onder 2.200 werkenden heeft de helft van hen te maken gehad met discriminatie op de arbeidsmarkt. Voor twee derde van die groep gaat het om leeftijdsdiscriminatie – hoewel een deel van hen ook liet weten dat dit was omdat zij te jong waren.

Een nieuw onderzoek, dat dinsdag op de economensite voxeu.org werd gepubliceerd, laat fraai zien hoe het in de praktijk werkt. De enorme recessie na de financiële crisis van 2008 is daarbij een fantastisch onderzoeksterrein. Met name in de VS, waar ontslaan en weer inhuren van personeel veel abrupter en dynamischer gaat.

Tijdens de recessie steeg in de VS de werkloosheid met 5,5 procent. De onderzoekers keken naar de klachten wegens leeftijdsdiscriminatie die werden ingediend onder de ADEA, een wet die daarover gaat.

Nu zijn mensen tijdens een recessie wellicht meer geneigd bezwaar te maken, omdat de kans op een nieuwe baan in zo’n periode nog kleiner is. Daar is voor gecorrigeerd, en de uitkomst is dat serieus genomen klachten wegens leeftijdsdiscriminatie tijdens de recessie bij ontslag met 18 procent toenamen. En serieus genomen klachten bij het inhuren van werknemers stegen met 9 procent – want waarom zou je een oudere nemen als er zat jongeren zijn?

Het onderzoek suggereert dat zogeheten taste based discriminatie plaatsvindt, waarbij de voorkeur (of afwijzing) van de werkgever voor een bepaald kenmerk niets te maken heeft met de verwachte productiviteit van de werker of sollicitant.

Een tweede onderzoek, uit 2012, versterkt dat beeld. Dat betreft antwoord op sollicitatiebrieven van fictieve vrouwen met uiteenlopende leeftijd, in verschillende Amerikaanse steden. Elke procentpunt dat de werkloosheid steeg, verminderde de relatieve kans voor oudere vrouwen om teruggebeld te worden met 15 procent.

Wat hier toch een beetje bleef hangen, was de term ‘taste based’, die in dit onderzoeksveld gemeengoed is: die onuitgesproken, ongrijpbare voorkeur voor toch maar geen vrouw, toch maar geen kleur, toch maar geen oudere. Ongeacht capaciteiten of productiviteit.

En dan hebben ouderen in ieder geval nog een schrale troost. Degene die hén discrimineert, verandert vroeg of laat in henzelf. Of, om het bijbels te houden: ook op de arbeidsmarkt zullen de eersten ooit de laatsten zijn.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.