Denisoviërs leefden 20.000 jaar geleden nog in Azië

Menselijke evolutie Uit modern mensen-dna blijkt dat denisoviërs nog tot 20.000 jaar geleden seksueel contact hadden met Homo sapiens.

Papoea-Nieuw-Guinea. Voorouders van de huidige Papoea’s hebben zich twee keer vermengd met twee verschillende groepen denisoviërs.
Papoea-Nieuw-Guinea. Voorouders van de huidige Papoea’s hebben zich twee keer vermengd met twee verschillende groepen denisoviërs. Foto Marc Dozier

Mogelijk hebben er tot 20.000 jaar geleden nog denisova-mensen rondgelopen in Zuidoost-Azië. Dat blijkt uit een analyse van denisova-dna dat is terug te vinden bij oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Guinea en Oceanië. Het onderzoek is deze week gepubliceerd in Nature door een team onder leiding van E. Patin en L. Quintana-Murci van het Parijse Institut Pasteur.

Denisoviërs zijn verwant aan neanderthalers, maar splitsten zich al rond 450.000 jaar geleden af van die mensentak. De lijn die leidde naar moderne mensen was al een paar honderdduizend jaar eerder afgetakt. De denisovamensen zijn vernoemd naar een Siberische grot. Daar werd een 50.000 jaar oud vingerkootje gevonden, waarin ruim tien jaar geleden het dna van deze tot dan toe onbekende mensensoort werd ontdekt. De meeste bewijzen voor het bestaan van de denisoviërs zijn genetisch.

Tot voor kort werd aangenomen dat ze in de loop van de laatste IJstijd zouden zijn uitgestorven, zo rond 40.000 jaar geleden – net als de neanderthalers. Maar nu blijkt uit een gedetailleerde analyse van het dna van 355 moderne mensen, vooral uit Papoea en Oceanië, dat de voorouders van de huidige Papoea’s zich twee keer vermengd hebben met twee verschillende groepen denisoviërs: een keer rond 46.000 jaar geleden én een tweede keer rond 25.000 à 21.000 jaar geleden – met overigens ruime marges, respectievelijk 56.000 tot 37.000 jaar en 35.000 tot 15.000 jaar. Het late contact tussen sapiens en denisoviërs komt niet helemaal als een verrassing. Twee jaar geleden werden er in een ander onderzoek naar dna van Papoea’s, gepubliceerd in Cell, vergelijkbare dateringen van de seksuele vermenging gepresenteerd, maar met grotere onzekerheidsmarges: 45.000 jaar geleden (marge 32.000-61.000 jaar) en 30.000 jaar geleden (marge: 14.000-50.000). Het nieuwe onderzoek bevestigt deze eerdere conclusies en maakt daarmee het voortbestaan van denisoviërs tot 25.000 à 20.000 jaar geleden ineens een stuk waarschijnlijker.

Door land verbonden

Nieuw-Guinea en ook Australië trokken altijd al de aandacht in het denisova-onderzoek, omdat daar in de genomen van de oorspronkelijke inwoners de hoogste percentages denisova-dna zijn teruggevonden: meer dan 3 procent, tegenover bijvoorbeeld minder dan 1 procent in Han-Chinezen. De voorouders van Papoea’s en Australische Aboriginals scheidden zich al vroeg af van de andere groepen Homo sapiens die tussen 100.000 en 70.000 vanuit Afrika de rest van de wereld koloniseerden: zo rond 58.000 jaar geleden, ongeveer 16.000 jaar voordat West- en Oost-Euraziaten uit elkaar gingen.

De scheiding tussen Aboriginals en Papoea’s zou dan weer rond 37.000 jaar geleden zijn geweest, al is er ook daarna nog wel genetisch contact geweest tussen de gebieden, die tot het einde van de laatste IJstijd door land met elkaar verbonden waren. Voor zover kon worden nagegaan hebben de genvarianten van de denisoviërs voor de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Guinea en de eilanden in de Pacific een gunstig effect gehad op het immuunsysteem.