Cultuursector worstelt met onduidelijkheid in openingsplan kabinet

Reacties openingsplan De cultuursector heeft veel praktische én ethische bezwaren bij het dinsdag gepresenteerde openingsplan van het kabinet. Gevreesd wordt dat de toegankelijkheid tot cultuur in het gedrang komt.

Zangeres Ellen ten Damme met haar voorstelling Allez-Hop in Stadsschouwburg De Harmonie in Leeuwarden tijdens een testevenement van Fieldlab.
Zangeres Ellen ten Damme met haar voorstelling Allez-Hop in Stadsschouwburg De Harmonie in Leeuwarden tijdens een testevenement van Fieldlab. Foto ANP/ Paul Bergen

De cultuursector zal op zijn vroegst op 26 mei kunnen heropenen. Dat blijkt uit het openingsplan dat het kabinet dinsdag presenteerde. Tot die tijd worden alleen op kleinere schaal pilots georganiseerd in musea, concertzalen en theaters waarvoor bezoekers verplicht een toegangstest hebben moeten ondergaan.

Het is een horizon zonder volledige duidelijkheid, laat Kunsten ’92, de belangenorganisatie van de cultuursector, weten in een reactie. Het openingsplan geeft „weliswaar de richting aan op weg naar normaal”, maar er is nog steeds veel onzeker. „Daardoor komen voorbereidingen en productietijd verder in het nauw”, aldus Kunsten ’92. „De inzet voor de Task-force culturele en creatieve sector blijft: volledig opengaan zonder sneltesten en zonder voorbehouden. De sector heeft aangetoond dat bezoek aan theater, poppodium, museum, concertzaal, presentatie-instelling en monument veilig kan plaatsvinden.”

Zolang openstelling vanwege de besmettingsniveaus niet kan, is bezoek met testbewijzen een tijdelijke weg om weer open te gaan, vindt Kunsten ’92. „Het sneltesten moet geen extra eis worden voor heropening bij lagere risiconiveaus.”

Testen voor toegang

Vorige week stuurden vier museumdirecteuren al een brief naar alle fracties van de Tweede Kamer waarin zij schreven dat zij als kleine en middelgrote musea tegen testen voor toegang zijn. „Het initiatief lijkt op het eerste gezicht sympathiek, maar er zit een behoorlijke adder onder het gras.” De directeuren stellen dat hun musea tijdens de pilot ten onrechte op één lijn worden geplaatst met de evenementenbranche, dierentuinen en attractieparken, „terwijl musea doorstroomlocaties zijn met een beperkt aantal bezoekers per tijdslot”. De musea vrezen dat hun bezoekers niet de extra moeite zullen nemen van een bezoek aan een teststraat. „Open musea gezamenlijk op het moment dat het volgens het RIVM weer veilig kan. Net zoals dit al is gebeurd bij winkels, bouwmarkten en tuincentra.”

Een van de ondertekenaars van de brief is Hendrik Andries Hachmer, directeur van het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Hij heeft naast de praktische ook ethische bezwaren. „Even los van het feit dat we al hebben laten zien dat het veilig kan, vind ik dat we niet aan baliemedewerkers kunnen vragen om de bezoekers te controleren. Dat is een glijdende schaal, daar is een museum niet voor.” Hachmer vraagt zich af wat de volgende stap is als je hier eenmaal aan begint: „Moeten we straks weegschalen buiten gaan zetten om zo een schifting te maken van het publiek? Cultuur is er voor iedereen en je mag nooit iemand buitensluiten.” Wat hem betreft had het budget voor deze tests beter in de cultuur zelf gestoken kunnen worden.

Dat is ook wat Paul Baltus, algemeen directeur van het Mondriaanhuis, Kunsthal KAdE, Museum Flehite en tevens ondertekenaar van de brief, het meest dwarszit. „Los van de praktische bezwaren, is het morele bezwaar. De 925 miljoen die er nu doorheen wordt gejast, is het geld dat per jaar aan de gehele culturele Basisinfrastructuur wordt uitgegeven.”

Tijdelijke stap

In de muzieksector worden de pilots gezien als een tijdelijke stap. Berend Schans, directeur van de branchevereniging voor poppodia en -festivals VNPF benadrukt dat een negatief testbewijs „nooit een extra drempel voor bezoek aan popcultuur mag worden”.

De testevenementen bieden publiek toegang tot cultuur, en artiesten een veilige manier van werken, zegt Schans. „Maar ook dit is wat ons betreft tijdelijk. Evenementen organiseren met anderhalve meter afstand is namelijk nog steeds niet rendabel. Dus we willen ook dat die anderhalve meter zo snel mogelijk wordt losgelaten. Uit het onderzoek van de Fieldlab evenementen blijkt ook dat dat veilig is. De coronaprotocollen van de popsector hebben zich bewezen en er zijn geen besmettingen bekend.”

Jeroen Bartelse, directeur van TivoliVredenburg in Utrecht mag vanaf aankomende maandag weer optredens organiseren in het kader van de pilot. „Het is nieuw en de voorbereidingstijd is relatief kort”, zegt hij. „We moeten nog dingen uitzoeken, zoals hoe je omgaat met het testen van medewerkers. Maar we staan er wel klaar voor.”

Bartelse vindt wel dat de kosten van de testinfrastructuur en de sneltesten door de overheid gedragen moeten worden. „Als je aan het publiek doorbelast, komt de toegankelijkheid tot cultuur in het gedrang.”

Bij Paradiso in Amsterdam zijn ze blij dat ze weer iets meer mogen doen, zegt woordvoerder Jurry Oortwijn. „Artiesten een podium geven, bezoekers ontvangen. Wel vinden we de vorm te beperkt: 250 personen, zittend, mondkapje. Dit hebben we in oktober en daarvoor ook al gedaan. Dat voelt niet echt als een stap vooruit.” Oortwijn verbaast zich over de onduidelijkheid van het gepresenteerde stappenplan. „Het is moeilijk om er goed op te plannen, de informatie komt altijd op het laatste moment. Daarnaast zijn we waakzaam voor een glijdende schaal, waarbij testen de norm gaat worden de komende maanden. Wij zien het niet zitten om tot eind augustus alleen maar testevenementen te doen.”

Lees ook: Pilot toegangstesten in het theater: ‘Bijna raar dat het weer even leuk mag zijn’

Joost van Abeelen van Poppodium 013 in Tilburg beaamt dit: „Op lange termijn zien wij een combinatie van én testen én de anderhalvemetersetting niet werken, en dit is ook zeker niet wenselijk. Die anderhalvemetersetting zoals wij die nu hebben is nou juist bedoeld om op een veilige manier open te gaan zónder negatief testbewijs.”

Lastig voor deze testevents is dat de testlocaties zo ver weg zijn, zegt Van Abeelen: „Je merkt dat mensen nu soms nog ver moeten reizen voor een test. Dit is voor bijvoorbeeld Tilburgers ook het geval. Daarom pleiten we ervoor om ook in Tilburg een dergelijke teststraat te openen.”

Vrije keuze

Concertgebouw-directeur Simon Reinink zegt graag aan de testevenementen mee te werken: „Elke mogelijkheid om de cultuursector weer open te krijgen is er één. Gezien de actuele besmettingscijfers snap ik dat de regering een extra drempel opwerpt ten opzichte van de anderhalvemeter-concerten, al waren die voor zover bekend óók veilig. Twee randvoorwaarden vind ik van belang: dat mensen een vrije keuze hebben en dat deze situatie tijdelijk is. Gelukkig leert de geschiedenis dat elke pandemie voorbijgaat, je weet alleen niet wanneer. En juist daarom moeten we nu al vol inzetten op de instandhouding van het hele ecosysteem van de podiumkunstensector. De musici, de producers, zaalwachters, roadies: ze willen werken, en wij moeten dat faciliteren, hoe dan ook. Als we twee concerten op één dag organiseren, hoeft er ook geen geld bij: dan kan het budgetneutraal. Ethische bezwaren tegen concerten met testbewijzen als voorwaarde heb ik in dit geval niet. Als iemand naar Thailand reist, moet hij toch ook zijn paspoort en vaccinatiebewijs tonen?”