Reportage

Windmolens? Goed idee, maar zeker niet hier

Amsterdam Het klimaatakkoord vraagt om windturbines in heel Nederland, maar die stuiten vaak op verzet van bewoners. Niet alleen in het buitengebied, evengoed in Amsterdam. „De trein dendert gewoon door.”

Zeeburgereiland, dat wordt begrensd door het Buiten-IJ waar de gemeente mogelijk turbines wil plaatsen. Maar: „De weerstand is strak georganiseerd.”
Zeeburgereiland, dat wordt begrensd door het Buiten-IJ waar de gemeente mogelijk turbines wil plaatsen. Maar: „De weerstand is strak georganiseerd.” Foto Walter Herfst

Honderdvijftig meter, weet je wel hoe hoog dat is? Annemarie van Iren wijst naar de hoogspanningsmasten in de verte. „Drie keer zo’n mast.” In het foldertje dat rondgaat, staat nog een andere vergelijking: een toekomstige windturbine, getekend naast de Westertoren in de Amsterdamse binnenstad. „Anderhalf keer zo hoog.”

Waaien doet het stevig, deze middag aan het uiterst noordelijke randje van Amsterdam. Achter ons ligt de ringweg A10. Voor ons: de weilanden van de regio Waterland. Zo ongeveer hier – de exacte plaats is nog niet bepaald – verrijst straks een reusachtige windturbine. Althans, dat zeggen de activisten van Windalarm, van wie organisatieadviseur Van Iren er eentje is. Een windmolen hier, op nog geen vierhonderd meter van de bebouwing in Noord en minder dan 150 van een volkstuincomplex: dat willen ze niet. Windmolens, zo geloven ze, zorgen voor gekmakend lawaai, horizonvervuiling en aantasting van de gezondheid van omwonenden.

Tot nu toe speelde het verzet tegen windmolens zich af op het platteland. In Drenthe, in Noord-Brabant, in Groningen, op Texel. Nu Amsterdam vergevorderde plannen heeft ontwikkeld voor windmolens binnen de gemeentegrenzen, heeft het protest voor het eerst ook de grote stad bereikt. De posters van Windalarm (‘Windturbines in Noord, ziekmakend!’) hangen achter steeds meer ramen. Twee stampvolle digitale inspraakavonden moest de gemeenteraad onlangs inplannen om alle boze inwoners aan het woord te kunnen laten. De insprekers voelden zich stuk voor stuk overvallen en niet serieus genomen door het stadsbestuur.

Luister ook de NRC Vandaag-podcast uit 2019 over hoe het gevecht tegen de windmolens radicaliseerde

Het Amsterdamse college, gedomineerd door GroenLinks, heeft grote ambities met duurzame energie – vergáánder nog dan is vastgelegd in het landelijke klimaatakkoord. Om dat te bereiken, moeten alle Amsterdamse huizen van het gas af, komen er zonnepanelen op de helft van alle daken en zou er in 2030 zo’n vijftig megawatt extra windenergie gewonnen moeten worden, wat gelijkstaat aan zeventien nieuwe windmolens.

Amsterdam is vooralsnog de enige van de vier grote steden met zulke verreikende plannen. Als grootverbruiker van energie, zegt wethouder Marieke van Doorninck (Duurzaamheid, GroenLinks), kan de stad niet verwachten dat het buitengebied opdraait voor de opwekking ervan. Dus moet Amsterdam vooroplopen bij de energietransitie. „We moeten maatregelen durven nemen die zichtbaar zijn en niet alleen maar prettig.”

Lees ook dit artikel: Windmolenparken? Dan veel liever zonnepanelen

Plek zoeken voor zeventien turbines

Op diverse plekken in Amsterdam is de onrust inmiddels groot. En dan met name in Noord. Dat komt door hoe het college het proces heeft opgetuigd. Vorig jaar werd, in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES, zie inzet) een aantal ‘zoekgebieden’ gepubliceerd voor de plaatsing van de zeventien windmolens.

Een van die zoekgebieden was de baai voor woonwijk IJburg, waar veel GroenLinks-stemmers wonen. Toen bewoners daar vanaf het najaar luidruchtig begonnen te protesteren, werd die locatie – samen met enkele andere beoogde plekken – vorige maand geschrapt. Er bleven zes ‘voorkeursgebieden’ over. Een hele grote, het Westelijk Havengebied, waar vermoedelijk plaats is voor zeven of acht windturbines. Vier kleintjes, die telkens plek bieden aan één windmolen. En de strook langs de ringweg A10, waar meerdere molens naast elkaar kunnen staan. „Dat betekent”, zegt actievoerder Annemarie van Iren, „dat er onvermijdelijk vier of vijf, misschien wel zes windturbines in Amsterdam-Noord komen.”

Het beeld is dat het stadsbestuur molens door de strot duwt

We staan inmiddels aan de andere kant van de A10, bij de huizenblokken van de Waterlandpleinbuurt. Van Iren is in gezelschap van Simone Brands, ook inwoner van Noord en werkzaam als jeugdpsychiater op een school verderop. Eén ding willen Van Iren en Brands graag van tevoren benadrukken: ze zijn niet tegen duurzame energie. Sterker, ze zijn ontzettend vóór. Bij de laatste raadsverkiezingen stemden ze allebei op GroenLinks – al zijn ze nu „helemaal klaar” met die partij.

Het gaat ze ook niet alleen om hun eigen achtertuin. Van Iren woont in Schellingwoude, een oude dorpskern die tegen de ringweg aan ligt en die wel drie beoogde locaties voor windmolens telt. Maar in de buurt van Brands’ huis in Noord worden geen windturbines voorzien. Ze is in actie gekomen omdat ze zich zorgen maakt over de kinderen in de Waterlandpleinbuurt, een wijk met overwegend sociale huur en veel inwoners met een migratieachtergrond. „De kinderen hier wonen al vlak bij de snelweg, die geluidsoverlast en fijnstof met zich meebrengt. Er is veel sociale problematiek. Moeten die dan ook nog windmolens erbij krijgen?”

Anders dan de overwegend hoogopgeleide bewoners in Schellingwoude, zeggen Brands en Van Iren, hebben de bewoners van deze kwetsbare buurt geen idee wat er op ze afkomt. Een steekproef op straat lijkt ze gelijk te geven: de meeste voorbijgangers weten niets van de windmolenplannen. „Bedoel je de speeltuin die verderop komt?” vraagt een jonge vrouw.

Bewoners zijn sta-in-de-wegs

De grieven van de actievoerders in Amsterdam-Noord zijn dezelfde als elders in Nederland: de besluitvorming is ondoorzichtig, de verstrekte informatie onvolledig en de communicatie gebrekkig. Ze voelen zich in een bestuurlijke fuik gelokt. Bewoners, zo vinden ze, zijn voor het stadsbestuur geen serieuze gesprekspartner maar sta-in-de-wegs. Zoals Simone Brands het samenvat: „De trein dendert gewoon door.”

Neem het „bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak”, een van de criteria die het stadsbestuur hanteert voor de locatiekeuze van de windmolens. „Wethouder Van Doorninck zegt steeds: 65 procent van de Amsterdammers is voorstander van windmolens”, zegt Van Iren. „Maar als je goed kijkt naar dat onderzoek, zie je dat in Noord 61 procent van de inwoners juist tegen is. De mensen die vóór zijn, wonen in Amsterdam-Zuid of in de binnenstad, waar helemaal geen windmolens komen.”

Lees ook dit artikel: Maakt u zich geen zorgen. Maar er komen wel windmolens achter uw huis

De actievoerders wijzen ook op de rol van adviesbureau Pondera, dat de gemeente ondersteunt in de locatiekeuze. „Pondera heeft geholpen de zoekgebieden vast te stellen”, zegt Van Iren. „Maar ze produceren zelf ook windmolens, dus willen ze graag dat die vergunningen worden verstrekt. Dat is niet zuiver.”

Wat de tegenstanders ook woedend maakt, is het aanpassen van de geluidsnorm. In Noord-Holland moeten windturbines op minstens zeshonderd meter afstand van bewoning staan, vanwege het geluid dat de wieken maken. Voor de gemeente Amsterdam heeft de provincie die afstand bijna gehalveerd tot 350 meter – anders zijn die zeventien windmolens nergens inpasbaar. Dat is véél te dichtbij, zeggen de actievoerders. Van Iren: „Die norm van zeshonderd meter is al krap als je het vergelijkt met omringende landen. In Duitsland is het achthonderd meter, in Denemarken zelfs duizend.”

Zes artsen uit Amsterdam-Noord, onder wie Simone Brands, stuurden onlangs een eigen rapport naar de gemeenteraad. De laagfrequente tonen die windturbines produceren, stellen ze, veroorzaken stress, slaapproblemen en een grotere kans op hoge bloeddruk en hartinfarcten. Hun bevindingen zijn moeilijk te toetsen. Volgens advies van het RIVM, waarop de gemeente Amsterdam vaart, is er geen gevaar voor de volksgezondheid. Maar er verschijnt binnenkort ook een literatuuronderzoek van audioloog Jan de Laat (LUMC), dat suggereert dat grote windturbines dicht bij woonwijken wel degelijk schadelijk kunnen zijn.

De komende weken zijn beslissend voor de Amsterdamse windplannen. Eind mei stelt de Amsterdamse gemeenteraad de Regionale Energiestrategie definitief vast – en daarmee de voorkeursgebieden voor windmolens. Haast is geboden, want vóór 1 juli moeten de energieplannen uit het hele land in Den Haag worden ingediend.

Ook daarna is volgens het stadsbestuur voldoende gelegenheid voor inspraak van bewoners. Dat, zeggen de actievoerders, is een valse belofte. Van Iren: „Als die gebieden eenmaal vastliggen, is het alleen nog maar de vraag of een windmolen honderd meter naar links of naar rechts komt te staan.”

Actievoerders Annemarie van Iren en Simone Brands. Foto Walter Herfst

‘Geen fuik, juist steeds concreter’

Volgens wethouder Van Doorninck is het juist nodig eerst de zoekgebieden vast te stellen. Pas daarna kan er „nader onderzoek” worden gedaan, bijvoorbeeld naar de gevolgen van geluid en slagschaduw, en kan „het gesprek met bewoners” worden aangegaan. „Je kunt dat een fuik noemen. Je kunt ook zeggen: we worden steeds concreter.” Uit het nadere onderzoek, zegt Van Doorninck, „kan alsnog blijken dat er in een bepaald zoekgebied geen windturbine moet komen”.

Het advies van windspecialist Pondera noemt Van Doorninck „een vrij technische exercitie”. Een dubbele pet heeft het adviesbureau volgens haar niet. „Dan zou je nooit meer gebruik kunnen maken van de diensten van experts.” Het is, zegt ze, „aan de gemeente” om een eventuele andere rol van Pondera te zijner tijd „goed te scheiden” van het huidige advies.

Het college en de gemeenteraad worstelen onderwijl met het beeld dat tegenstanders vrij effectief hebben neergezet: een stadsbestuur dat Amsterdammers windmolens door de strot duwt. En het lijkt er niet op dat het college dat beeld vóór eind mei gedraaid krijgt, al gelooft Van Doorninck dat „een bredere acceptatie kan komen als we gesprekken gaan voeren met de stad”.

Het schrappen van de windmolens vlak voor de kust van IJburg, dat volgens Van Doorninck geen verband houdt met het protest van de bewoners aldaar, heeft de weerstand in ieder geval niet verminderd. Integendeel, een veelgehoorde leuze in Noord is: als de hardste schreeuwer zijn zin krijgt, gaan wij nog méér lawaai maken.

Gebied langs de Ringweg Noord. Foto Walter Herfst

Voorstanders roeren zich niet

Wat de gemeente ook niet helpt, is dat de voorstanders – die er absoluut zijn – zich amper roeren. Het is de bedoeling dat de nieuwe Amsterdamse windturbines geëxploiteerd worden door een consortium van lokale, duurzame energiecoöperaties zonder winstoogmerk, waarin bewoners kunnen participeren. Maar die zijn volledig afwezig in het debat.

Windmolens in de buurt van huizen laten zich nu eenmaal lastig hartstochtelijk verdedigen in het openbaar. Dat merkte ook Bart van Opzeeland, die net als Annemarie van Iren van Windalarm in Schellingwoude woont. De voormalig adviseur van Milieudefensie is voorstander van windturbines – óók als ze dicht bij zijn huis komen. „Ik vind een windmolen ook geen Mona Lisa die je in je achtertuin zet. Maar het is onze taak de wereld goed door te geven aan de volgende generaties, en dan is dit een van de consequenties.”

Van Opzeeland wilde aanvankelijk „een postertje maken” en voor zijn raam hangen met de tekst: ik ben vóór windmolens. „Maar al snel bedacht ik: op dit vuur wil ik geen olie gooien.” Zeker 60 procent van zijn buurtbewoners, zegt Van Opzeeland, heeft een affiche van Windalarm voor het raam hangen. „Ook mijn buren, die niet bepaald activistisch zijn. En in de dorps-app ging het er heftig aan toe, totdat de discussie verhuisde naar een aparte groepsapp over de molens.”

Hoewel voorstander, vindt ook Van Opzeeland dat het stadsbestuur het niet slim heeft aangepakt. „Als de gemeente de bewoners van het begin af aan erbij had betrokken, was er nu niet zo veel verzet geweest. Inmiddels is de weerstand strak georganiseerd. Dit worden rechtszaken, tot aan de Raad van State.”

Dat zou zomaar eens kunnen. Annemarie van Iren zal er alles aan doen, zegt ze, om het „ezeltje-prik met locaties” in Amsterdam-Noord van tafel te krijgen. „Dit is een verloren zaak voor GroenLinks.”

Lees ook deze reportage uit 2017: Wind is voor Zuid-Holland nu een besmette term