Sam (Yahya Mahayni, op de rug gezien) heeft er veel voor over om naar Europa te kunnen komen: hij verkoopt zijn huid aan kunstenaar Jeffrey Godefroi (Koen De Bouw, in het zwart), die er een Schengenvisum op laat tatoeëren, in ‘The Man Who Sold His Skin’.

Foto Movies that Matter

Interview

Kaouther Ben Hania: ‘Zingeving vond je vroeger in moskee of kerk, nu in het museum’

Interview | Kaouther Ben Hania, regisseur In ‘The Man Who Sold His Skin’ wordt de Syrische vluchteling Sam een levend kunstwerk om de EU binnen te kunnen komen.

De Syrische oorlog scheidt de verloofden Sam en Abeer uit de toekomstige IS-hoofdstad Raqqa. Sam vlucht naar Beiroet, Abeer huwt de vadsige diplomaat Ziad om naar Brussel te kunnen ontsnappen. Sam zint op een hereniging, maar kan alleen de EU in als hij een levend kunstwerk wordt, met een Schengenvisum op zijn rug getatoeëerd. Hij stemt daarmee in, met talloze politieke, morele en amoureuze wendingen tot gevolg.

The Man Who Sold His Skin, genomineerd voor de Oscar voor niet-Engelstalige film, opent deze week de online-editie van filmfestival Movies that Matter. In Venetië is regisseur Kaouther Ben Hania (43) afgelopen september al blij, zelfs uitgelaten, dat ze door het festival werd geselecteerd en haar film überhaupt van de grond kreeg.

Het vinden van financiers viel niet mee, zegt ze. Ben Hania’s speelfilmdebuut, Beauty and the Dogs uit 2017, ging over een Tunesische vrouw die haar verkrachters – politieagenten – wil aanklagen. „Wat je eerder maakte, definieert je: in mijn geval documentaires over Tunesië, geloof, de positie van de vrouw. Dus kom je dan met een scenario over kunst en politiek, dan krijg je feedback als: is dit niet iets te internationaal voor je? Maar ik wil juist altijd iets nieuws doen.” Het hielp dat actrice Monica Bellucci „puur op instinct en passie” tekende als de wereldwijze kunstfixer Soroya. „Ik kende haar niet.” Daarna probeerden geldschieters haar nog over te halen in goedkope documentaire stijl te filmen. Ben Hania: „Ik stierf van binnen bij die gedachte. Dat deed ik al zo vaak, dit moest er juist verzorgd en schilderachtig uitzien.”

In haar script komen twee ideeën samen. Het primaire beeld was het levend kunstwerk Tim van de Belgische kunstenaar Wim Delvoye, hier vooral bekend om zijn ‘poepmachine’ Cloaca. Delvoye haalde een gewezen eigenaar van een tatoeagesalon, Tim Steiner, over zijn rug als canvas af te staan voor een tatoeage. Die rug werd in 2008 voor 150.000 euro verkocht aan een Duitse kunstverzamelaar. Steiner is verplicht nu en dan topless te exposeren, bij zijn overlijden wordt de huid van zijn rug gestroopt en permanent tentoongesteld.

Ben Hania: „Ik zag Tim in Brussel en dacht: wie is die man die zich hiervoor leent? In die tijd worstelde ik met dat krankzinnige proces om een Schengenvisum te krijgen. Als Tunesiër die film studeerde in Parijs kon ik niet even een weekeind naar Londen toen ze daar een korte film van me selecteerden. Mijn Franse vrienden wel, ik zat vol zelfmedelijden en wrok over dat ik op de verkeerde plek was geboren. Nu ben ik een Frans staatsburger, burger eerste klas! Maar indertijd was dat visum een obsessie, een heel grafisch, visueel beeld voor vrijheid. Ik maakte een klik met Tim. De rest – de plot en emoties – volgden veel later.”

De kunstenaar die het Schengenvisum op Sams rug tatoeëert, is een artiest à la Jeff Koons of Damien Hirst. Ben Hania: „Jeffrey Godefroi is een internationaal opererende, continu provocerende, steenrijke kunstenaar. Een charismatisch verkoper van concepten die zijn studio dan uitvoert.” Godefroi orakelt over de perverse neoliberale wereldorde waarin vluchtelingen persona non grata zijn maar handelswaar vrij circuleert. Door zijn rug tot canvas te maken, reduceert hij Sam tot handelswaar, een soort slaaf. Maar paradoxaal genoeg krijgt Sam zo zijn menselijkheid en vrijheid terug.

Priesterlijk zwart

Ben Hania veroordeelt kunstenaars van het type Godefroi niet, bedrijft ook geen satire. „Godefroi begrijpt wat er van kunst wordt verwacht: zingeving. Veel mensen zijn atheïst, maar we gaan nog steeds allemaal dood en zoeken naar betekenis in het leven. Vroeger vond je zingeving in de moskee of kerk, nu in het museum. Dat maakt de kunstenaar tot een soort pastoor of imam. Valt het u ook niet op dat men zich in de kunstwereld graag in priesterlijk zwart kleedt? Musea worden sacraal belicht, het zijn kathedralen waar bezoekers de schaduwen van een transcendente orde hopen te vinden.”

Is Godefroi dan een profeet of een charlatan? Ben Hania; „Eerder een profeet. Zijn kunstwerk ontregelt iedereen: de hoofdpersoon, het publiek, de politiek, de critici. En de kunstenaar, en de kunstwereld. Een museumdirecteur zegt als Sam in opstand komt: ‘Ik ben niet gewend in debat te moeten met een kunstwerk over barbarij en uitbuiting.’ Al met al een geslaagd, ontregelend project.”

The Man Who Sold His Skin kent een heerlijke zigzagfinale waarin het kunstwerk zich emancipeert en toch ook weer niet. De film lijkt het morele compromis te vieren: om te overleven moet je het systeem naar je hand zetten. Ben Hania ziet het niet zo scherp. „Zo’n statement wil ik niet maken. Het is ook gewoon plot, kunstenaar en kunstwerk moet er samen uitkomen. Maar wil je niet naar de regels van het systeem leven, dan moet je sterven of verdwijnen.”

The Man Who Sold His Skin is (online) te zien tijdens het Movies that Matter-festival.