Roger Deakins bij de opnames van ‘Jarhead’ (2005).

Foto ANP

Interview

Filmkoppel Roger en James Ellis Deakins tovert met licht

Interview | James Ellis en Roger Deakins Cameraman en Oscarwinnaar Roger Deakins en partner James Ellis Deakins werkten aan films van ‘Fargo’ tot James Bondfilm ‘Skyfall’. Via een podcast, website en dit interview, delen ze hun Hollywoodnetwerk en -ervaring.

Team Deakins heeft een balboekje om je vingers bij af te likken. Team Deakins, dat zijn ‘director of photography’ en tweevoudig Oscarwinnaar Roger Deakins (71) en ‘digital workflow consultant’ James Ellis Deakins (67), sinds de jaren negentig partners in crime, life en werk. Ze werkten mee aan vijftien films van de Coen-broers (van Fargo tot No Country for Old Men). Maakten samen met Sam Mendes de James Bondfilm Skyfall en het adembenemende cameraballet in de loopgraven 1917. En hoewel Deakins geroemd wordt om zijn licht dat er altijd ‘natuurlijk ’ uitziet, was hij ook degene die de hemel in de dystopische scifithriller Blade Runner 2049 oranje liet opgloeien alsof de laatste zonsondergang was aangebroken.

„Roger werkt graag met regisseurs die net als hij in licht geïnteresseerd zijn”, benoemde regisseur Joel Coen dat ooit in een interview. Maar er is meer wat hem zo geliefd maakt: zijn nauwkeurige voorbereiding, en tegelijkertijd zijn vermogen om op de set het moment te pakken. Via eigenzinnige beeldkeuzes het verhaal inhoudelijk uitdiepen zonder dat ze nadrukkelijk de aandacht op zichzelf vestigen. Waardoor zelfs de grote mainstreamfilms waaraan hij werkt een herkenbare artistieke stijl behouden.

Roger en James Ellis Deakins

Foto ANP

Uit dat balboekje putten ze het afgelopen jaar voor hun Team Deakins podcast. Die gaat over „alles wat je altijd al over filmmaken wilde weten, maar nooit de tijd had om te vragen”, zoals James Ellis Deakins het omschrijft. Ze spraken met de drie regisseurs met wie ze het meeste werken: Joel Coen, Sam Mendes en Denis Villeneuve. Met acteurs die ze voor de camera kregen zoals Frances McDormand en Josh Brolin. Ze ondervroegen mensen op de set die zelden aan het woord komen, zoals locatiescouts en kostuumontwerpers. James: „Zeker tijdens de pandemie verving dat de keukentafelgesprekken die we graag over film voeren. Plus: je staat dag in dag uit naast mensen op de set met wie je intiem samenwerkt, maar van wie je vaak de voorgeschiedenis niet kent. Dit was een gelegenheid om echt in gesprek te gaan.”

Binnen de kortste keren groeide de podcast uit van een geheimtip voor jonge filmmakers die de kneepjes van het vak wilden leren, tot dé Must Hear van Hollywood waar zelfs de vakbladen over schrijven. De openhartige toon van de gesprekken draagt daaraan bij. Net als de genereuze manier waarop Team Deakins hun eigen setervaringen deelt. Tijd om het duo zelf eens een paar vragen te stellen.

Honderd verschillende verhalen

Elke podcast begint met dezelfde vraag hoe hun gast in film is terechtgekomen. Dat alleen al levert honderd verschillende verhalen op. Roger: „Het viel me op dat iedereen die je op een set ontmoet via een andere weg in film is terechtgekomen. Wel filmschool, geen filmschool. Als je bijvoorbeeld naar mijn favoriete regisseurs kijkt van het Italiaanse neorealisme, die begonnen als journalist of docent of via de architectuur. Zoveel jonge mensen denken dat er een formule is om een succesvol filmmaker te worden, ik wilde dat iemand mij toen ik jong was had verteld dat het erom gaat om je persoonlijkheid te ontwikkelen.”

Hoe Roger (via de toen net opgerichte National Film en Television School in Londen) en James Deakins (via een studie klassieke talen en een baantje in een filmlaboratorium) zelf in het business zijn terechtgekomen vertellen ze uitgebreid in de eerste afleveringen. James: „Wij doen veel Q&A’s en kregen dan vaak dezelfde vragen. Dus toen kwam ik met het idee van de podcast, als uitvloeisel van onze website waarop we vragen van jonge filmmakers en enthousiastelingen beantwoorden.”

Roger: „We praten ook met mensen die we nog nooit hebben ontmoet, maar die ik zeer bewonder, zoals Thomas Vinterberg (die zeer aandoenlijk spreekt over hoe de dood van zijn dochter zijn dit jaar voor een Oscar genomineerde dronkemansfilm Another Round beïnvloedde). Of mijn idool, de Russische regisseur wiens naam ik nooit kan uitspreken.” En inderdaad, de twee delen van het gesprek met Andrej Zvyagintsev en zijn vaste cameraman Mikhail Krichman (Leviathan, Loveless) vormen een hoogtepunt. Vooral omdat hun voorbereidingstijd, met veel repeteren en improvisatie, door Deakins jaloers wordt aangehoord.

Ik stel ze een andere eerste vraag. Wat was de eerste film die zo’n diepe indruk naliet dat ze er de kracht van cinema door leerden kennen? Roger: „Voor mij, als kind van de Koude Oorlog en vol van angst voor nucleaire vernietiging, was dat The War Game (1966) van Peter Watkins. Die film was in Engeland verboden, maar werd via een aantal filmclubs vertoond.”

Zijn eerste films waren cartoons op de 16mm-projector die zijn vader op zolder had staan. „Felix the Cat en Mickey Mouse, die kon je bij het postkantoor huren. Ik herinner me nog hoe het stof in het licht danste. Ik was vijf of zes jaar oud. Heel magisch.” James moet lachen, sowieso lacht het stel veel, valt elkaar in de rede, vult elkaar aan. De film die op haar het meeste indruk maakte was de scifi-horror Invaders from Mars (1986). „Niet omdat hij goed was, maar omdat hij zo eng was en me voor het eerst duidelijk maakte welke sterke emoties cinema kan oproepen.”

Op de set van ‘1917’.

Foto WW Entertainment

Onbevangen kijken

Ze kijken veel terug, ook hun eigen werk. Roger: „Laatst keken we Sicario weer, voor de podcast met regisseur Denis Villeneuve, met wie ik nu drie films maakte. Dat is eigenlijk best een aardige film.” Het understatement is nooit ver weg. Kunnen ze nog onbevangen naar films kijken? Roger: „Ja. Oh ja.” James: „Alleen als films niet zo goed zijn, ga je kijken hoe ze technisch in elkaar zitten, omdat je verveeld bent.”

Roger: „Iemand vroeg me op de website of ik na 1917 meer technisch ingewikkelde films wilde maken. Ik antwoordde dat ik wel eens een film in de stijl van Robert Bresson wilde maken. Daardoor ben ik zijn A Man Escaped terug gaan kijken, om erachter te komen hoe hij het deed: zijn films zijn zo eenvoudig en hebben toch zoveel zeggingskracht. Maar ik kon me er niet op concentreren, omdat ik me te veel in het verhaal verloor.”

Het verhaal vormt ook altijd de hoofdreden om voor een project te kiezen. Misschien dat James iets meer naar de structuur van het scenario kijkt: „Je moet het gevoel hebben samen met de personages iets door te maken.”

Lees ook: Roger Deakins over belichting via 3 favoriete films: ‘No Country for Old Men’, ‘Blade Runner 2049’ en ‘1917’

Het is nooit voorgekomen dat de één de film liever wilde doen dan de ander. Wel zijn er accentverschillen. Zo vertellen ze dat James sneller overtuigd was door het script van The Shawshank Redemption. Roger let ook op wat hij de ‘relevantie’ noemt. „Ik ben niet geïnteresseerd in films die alleen grappig of romantisch zijn. Als een film niet relevant is om het leven te begrijpen dan kan ik er weinig mee. Soms als ik me down voel kijk ik naar films als Once Upon a Time in the West, of Solaris, of het werk van Jean-Pierre Melville. En dan weet ik weer waarom ik leef en films maak.”

Roger: „Je moet het verhaal heel goed begrijpen om op de set intuïtief te weten wat je moet doen. Elke keer dat je een camera oppakt is het een compromis. Elke film is een compromis. Ik zou graag veel van de films die ik gedraaid heb opnieuw maken, omdat je altijd nieuwe ideeën hebt, of iets anders zou willen proberen. Ik weet zeker dat de regisseurs en de acteurs daar anders over denken, maar er is altijd iets te verbeteren.” Voorbereiding is daarom volgens hem alles: „En zelfs als iets helemaal gestoryboard is, kunnen er nog dingen veranderen op het moment dat de acteurs op de set komen, want dan merk je pas of het werkt. Daarom hou ik van het voorwerk, van de prep. Dat is het moment waarop je kunt dromen en je je nog geen zorgen hoeft te maken over de praktische uitvoerbaarheid ervan.”