Een slimme meter leidt amper tot lager energieverbruik

Consumentengedrag Informatie over energieverbruik zou consumenten moeten overhalen om hun gedrag te veranderen. Dat valt tegen.

Moderne thermostaat kan ook informatie bieden over energieverbruik
Moderne thermostaat kan ook informatie bieden over energieverbruik Richard Brocken/ANP/Hollandse Hoogte

Slimme meters om het energieverbruik bij te houden, kunnen consumenten helpen om greep te krijgen op hun energieverbruik. En dat is van belang want in Nederland wordt bijna een vijfde van alle CO2-emissies veroorzaakt door huishoudens. Consumenten kunnen met de data van hun slimme meters hun energieverbruik aanpassen.

Een deze dinsdag gepubliceerd onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) laat echter zien dat voor zo’n gedragsverandering veel meer nodig is dan consumenten bestoken met een tweemaandelijkse e-mail over verbruik en kosten. In 2016 bleek al dat de besparing op het gasverbruik beperkt bleef tot ongeveer 0,9 procent, veel minder dan waar de overheid op rekende. Nieuwe afspraken in 2017, die de besparing moesten opschroeven tot 2,7 procent (10 petajoule per jaar), hadden nauwelijks effect, zo bleek vorig jaar uit onderzoek van TNO.

Het PBL betrekt nu in zijn onderzoek ook nieuwere methodes, zoals het real time bijhouden van verbruik en kosten via apps op de smartphone of op een glanzende display van een moderne thermostaat. Vooral die laatste blijken enig resultaat te bieden. Maar deze zogeheten ‘in-home displays’ vereisen extra hardware om de gegevens van de slimme meter om te zetten in klantvriendelijke cijfers. Dat brengt extra kosten met zich mee, die volgens het PBL in een jaar kunnen worden terugverdiend.

Lees ook: Transparantie kan vertrouwen in de overheid ook doen afnemen

App minder effectief

Dat zo’n moderne display het gedrag sterker beïnvloedt, komt doordat de consument voortdurend met de cijfers geconfronteerd wordt. Apps op een telefoon of tablet, die in principe hetzelfde doen, zijn minder effectief omdat gebruikers zelf actief gegevens moeten opvragen. In de praktijk blijkt dat zelden te gebeuren.

Het PBL vindt dat er niet zomaar vertrouwd kan worden op onderzoeken naar het succes van deze technologische vormen van beïnvloeding van consumenten. Als een van de voorbeelden noemen ze een onderzoek waarin de effectiviteit van TOON, een in-home display van Eneco, werd onderzocht. Probleem was dat de TOON-bezitters werden vergeleken met alle klanten van Eneco. Maar de groep die voor TOON heeft gekozen, is niet willekeurig. Het gaat om klanten met grote belangstelling voor zo’n apparaat, die dus waarschijnlijk gemotiveerd zijn om hun energieverbruik aan te pakken. Alleen als het apparaat aan een willekeurige groep wordt gegeven is het mogelijk om te achterhalen of het daadwerkelijk tot resultaat leidt.

Uiteindelijk, schat het PBL, kunnen al deze innovatieve mogelijkheden bij elkaar een besparing opleveren van ongeveer 4 petajoule per jaar, veel minder dus dan de 10 petajoule die de overheid voor ogen had.