‘We hebben het nog nooit zo royaal gehad’

Mirjam Kappert (50) werkt als kraamverzorger in het oosten van het land. „Ook al heb ik al meer dan duizend baby’s langs zien komen, het mooiste van mijn vak is natuurlijk de bevalling.”

Mirjam Kappert
Mirjam Kappert Foto: Bob van der Vlist

in

‘Ik zeg altijd dat mijn werk mijn hobby is. Als klein meisje wilde ik al verpleegkundige worden en volgde ik de opleiding ervoor, maar vooral de kraamzorg trok me. Het is zo bijzonder en intiem om bij mensen thuis te zijn en ze te helpen om een goede basis te leggen voor de verzorging van hun kind. Het mooiste moment is natuurlijk de bevalling. Dat is elke keer weer een moment voor een traan, al heb ik meer dan duizend baby’s langs zien komen.

„Ik heb lange tijd in dienst van een kraamzorgbureau gewerkt, maar de werkdruk begon me tegen te staan. Het werd tijd voor iets nieuws. Acht jaar geleden ben ik daarom als zzp’er verder gegaan; nu deel ik zelf m’n tijd in. Soms ben ik al veel eerder dan gebruikelijk bij de bevalling aanwezig, maar ik blijf ook gerust een nacht slapen als iemand dat nodig heeft. Zeker nu het, in coronatijd, toch minder vaak voorkomt dat de opa’s en oma’s veel in en uit lopen, is het fijn dat ik meer tijd voor de moeder kan uittrekken.

„Toen ik net voor mezelf was begonnen, was ik huiverig: straks had ik niet genoeg werk. Maar dat is nooit voorgekomen, ik zit nu al vol tot augustus. Ik keer mezelf 2.000 euro netto uit per maand. Verdien ik meer, dan blijft dat op mijn rekening tot het eind van het jaar. Wat daarna over is, stort ik op mijn spaarrekening.”

uit

‘Mijn man is zes jaar geleden afgekeurd, dus ik ben al langer degene die thuis het geld verdient. Mijn oudste zoon Rob (28) woont bij ons in de buurt in Brummen, onze jongste zoon Tom (26) is marinier en steeds vaker op reis. Als hij in Nederland is, is hij vaak met zijn vriendin bij ons. De deur staat altijd open, dus regelmatig eten we hier met de hele familie. Mijn moeder woont vlakbij; zij komt dan ook even langs. Voor corona gingen we regelmatig naar een sushirestaurant in de buurt, we hadden er zelfs een vaste tafel met z’n allen. Nu halen we er elke maand wel een keer af, de ene keer voor de hele familie, de andere keer voor ons tweeën.    „Maandelijks storten we 50 euro voor verschillende goede doelen. We hebben in het verleden door de hernia’s van mijn man flink moeten bezuinigen. Soms hadden we het best zwaar en dan was ik heel blij als mijn vader ons 50 euro toeschoof. Nu ben ik die mevrouw die anderen 50 euro toe kan schuiven: zo royaal als nu hebben we het nog nooit gehad.

„Onze kinderen kosten ons nu in principe niks meer, maar ik ben wel van de onverwachte cadeautjes. Dan koop ik een fles wijn of betaal ik voor een van hen de boodschappen.

„En als mijn zoon en zijn vriendin hier zijn, kosten die boodschappen de helft meer, hij is namelijk een héle grote eter.”