Opinie

Ook de NCTV moet zich aan regels en wetten houden

Opsporing De rechter krijgt nauwelijks grip op de NCTV. Het toezicht moet net zo geregeld zijn als bij de inlichtingendiensten, meent .
Illustratie Martien ter Veen

Het onderzoek van NRC naar de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (Onmin en uitglijders bij de club die het land moet beschermen, 10/4) bevestigt waar ik als advocaat in terrorismezaken al jaren tegenaan loop: de NCTV is een rechtsstatelijke black box die zich door zijn ongedefinieerde positie boven de wet verheven voelt. Maar net hoe het uitkomt profileert de NCTV zich als ‘slechts’ een groepje ambtenaren, een doorgeefluik of juist een deskundig analyse-orgaan.

Wordt er een zaak aangespannen over onjuiste informatie in het dreigingsbeeld? Dan is het slechts een ambtenarenstuk voor de minister om de Kamer te informeren, en dus immuun voor rechterlijke toetsing.

Wordt er informatie opgevraagd op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), zoals gebruikelijk bij ministeries? Dan is de NCTV slechts een informatie-ontvanger en hoeven stukken dus niet openbaar te worden gemaakt.

Maar neemt een gemeente een nadelige beslissing op grond van informatie van de NCTV? Dan is het opeens een zwaarwegend advies waar een gemeente moeilijk omheen kan.

Lees ook dit onderzoeksverhaal over de NCTV: Onmin en uitglijders bij de club die het land moet beschermen

En is er echt geen ontkomen meer aan? Dan is er altijd nog het argument van staatsveiligheid om informatie geheim te houden en effectieve tegenspraak van de burger of diens advocaat te beletten.

Gebrek aan zelfinzicht

De rechter krijgt dan ook nauwelijks grip op deze organisatie. En dat betreft dan nog alleen maar de zaken waarin het in ieder geval duidelijk is dát de NCTV een rol speelde. In verreweg de meeste gevallen heeft de burger niet eens door dat de NCTV betrokken is; nadelige besluiten komen van eerstelijnsorganisaties als de gemeente, die door een gebrek aan kennis en ervaring de informatie van de NCTV op het gebied van veiligheid vrijwel heilig verklaren. Vervolgens valt de coördinerende, analyserende en informerende rol van de NCTV buiten het kader van het besluit en dus buiten het rechterlijk toezicht.

Het is dan ook te makkelijk van de NCTV om te zeggen dat in rechtszaken zou zijn gebleken dat de werkwijze niet in strijd met de wet is: een effectieve rechterlijke toetsing – met effectieve tegenspraak – wordt immers vakkundig omzeild. De reacties getuigen bovendien van grote zelfgenoegzaamheid: niet het optreden van de NCTV, maar de wet zelf moet worden aangepast. Dit gebrek aan zelfinzicht onderstreept maar weer de noodzaak van effectief extern toezicht.

Geheimzinnig, in het belang van de staatsveiligheid, met grote impact op burgers: het werk van de NCTV heeft veel weg van dat van de inlichtingendiensten. Ik roep de Kamer en het nieuwe kabinet daarom op de NCTV mee te nemen in de lopende wetgevingsplannen voor wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV), en het toezicht op de NCTV bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) te leggen. Dat is een onafhankelijke commissie die precies weet hoe analisten horen te werken en zowel op eigen initiatief als na een klacht het noodzakelijke onderzoek kan doen naar het optreden van de NCTV.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.