Nuttige tv voor formerende politici

Zap Droogte in de polder, scheefgroei in de economie. De zondagavond bracht twee zorgwekkende programma’s over een „waanzinnig gaaf land”.

Jeroen Pauw in gesprek met oud-Philipsmedewerkers in ‘Scheefgroei in de polder’.
Jeroen Pauw in gesprek met oud-Philipsmedewerkers in ‘Scheefgroei in de polder’. Beeld BNNVARA

Daar was-ie weer, de man die Nederland een „waanzinnig gaaf land” noemde. Het fragment werd getoond in een compilatie van citaten over de mooie, rijke en gelukkige staat in de rivierdelta aan de Noordzee. In Scheefgroei in de polder diende de verhullende vreugdespraak zondagavond als contrast met de werkelijke boodschap. Die werd gevangen door zangeres Froukje die zong: „De tijd tikt maar door en je sluit je ogen ervoor.” Dat bleek zeer waar – en het ging niet eens over het klimaat.

Scheefgroei in de polder (BNNVARA) is een tweeluik van Jeroen Pauw, die sinds hij gestopt is met zijn dagelijkse talkshow alle flauwekul uit zijn programma’s heeft gesneden. Daardoor zijn ze misschien Pauwser dan Pauw ooit is geweest. Zondag werd door journalist Sander Heijne een estafette van zorgwekkende statistieken aangedragen over de economische tweedeling in de Nederlandse samenleving, waarna die uitgebreid werd besproken in een oude Philips-fabriekshal. Een gewone programmamaker met zo’n idee zou met zachte hand naar de randen van de nacht zijn geleid, maar Pauw mag het maken op prime time.

Bestuurders op de tweede rij

De gevolgen van veertig jaar flexibilisering en modernisering passeerden de revue: van de vastgelopen woningmarkt en groeistoornissen van het minimumloon tot de uitgeholde rechtspositie van werknemers en het feit dat bedrijven relatief steeds minder belasting betalen en burgers steeds meer. Het leverde een kraakhelder overzicht op vol verhalen van ervaringsdeskundigen. Bestuurders waren op de tweede rij gezet, zoals Philipsbaas Hans de Jong. Hij zat achter twee ex-werknemers en kreeg, toen hij dreigde te relativeren, een reeks scherpe vragen van Pauw voor de kiezen.

Journalist Jeroen Smit stelde dat de maatschappelijke kosten van het economisch profijtelijke lean and mean te hoog zijn gebleken. Zo was Scheefgroei in de polder een nuttige uitzending voor formerende politici; zoals het ook niet had misstaan in de verkiezingscampagne.

Dat gold minstens zo sterk voor de eerste aflevering van Waterman (ook BNNVARA), een vierdelige reeks waarin Menno Bentveld zich afwisselend blootzwemmend, plassenstappend en peddelend langs de verschillende facetten van het Nederlandse watermagagement beweegt.

Het water staat ons qua droogte aan de lippen, zo bleek uit de schitterend gefilmde eerste aflevering over het stroomgebied van de Maas. Regen- en rivierwater wordt razendsnel naar zee afgevoerd, maar aan de oevers heerst droogte. Bentveld hoorde dat in Limburg vrijwel al het water door het Julianakanaal gaat, waardoor er voor de Maas amper een druppel overschiet. Noordelijker worden sloten in de zomer afgesloten om het elders vochtig te houden. Bedroefd pulkt Bentveld verdroogde vissen uit de modder.

Jongere generatie

Het grondwater zakt, constateert de presentator, gewapend met een demonteerbare grondboor. Boeren pompen krankzinnige hoeveelheden water uit de bodem om hun mais te laten groeien, waarmee het vee moet worden gevoerd. Nederland is immers grootexporteur van vlees. „Eigenlijk exporteren we water”, zegt natuurbeschermer Hans van Berlo somber. Van wie is dat water, wil Bentveld weten. „Het water is van de aarde”, stelt Van Berlo. „We zouden een advocaat van het water moeten hebben.”

Even later spreekt hij een oude boer, die zegt dat hij „niet voor Jan Lul gaat staan spuiten. Dat kost allemaal geld. Alle boeren staan te kijken dat ’t van boven komt. Maar het komt niet en daar leg ik me bij neer. Dat moet de jongere generatie maar op zien te lossen.” Afgaande op zowel Waterman als Scheefgroei in de polder is dat aan de late kant.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.