Gezondheidsraad: effect van uitstel tweede prik is beperkt

Vaccinatiestrategie De Gezondheidsraad concludeert dat het langer uitstellen van de tweede prik ziekenhuisopnames kan voorkomen, maar noemt het effect „gering”. Voorzitter Bart-Jan Kullberg begrijpt alle frustratie rond AstraZeneca, maar blijft zijn omstreden advies verdedigen.

Een vaccinatielocatie van de GGD in Almere. Het is relatief rustig op de priklocaties, hoewel er op sommige plekken voldoende coronavaccins beschikbaar zijn.
Een vaccinatielocatie van de GGD in Almere. Het is relatief rustig op de priklocaties, hoewel er op sommige plekken voldoende coronavaccins beschikbaar zijn. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP.

Het klinkt zo logisch: stel het zetten van de tweede prik langer uit, vaccineer zo sneller meer mensen en kom zo eerder uit de lockdown. De Gezondheidsraad keek op verzoek van demissionair minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) naar dit idee en blijft sceptisch. Het kabinet kan het overwegen, maar als Nederland hier nu toe besluit is pas begin juni een effect op de epidemie te verwachten, zegt de Gezondheidsraad maandag in een nieuw advies. „De effecten zijn gering en het is zeker geen middel om nog iets aan de derde golf te doen”, zegt de voorzitter van de raad, Bart-Jan Kullberg. Met het uitstellen van de tweede prik zouden de komende maanden in totaal een paar honderd tot duizend extra ziekenhuisopnames kunnen worden voorkomen, dat zijn gemiddeld zo’n vijf opnames per dag.

Het pleidooi om zo veel mogelijk mensen voorlopig alleen een eerste prik te geven, kwam de laatste weken vooral vanuit de ziekenhuizen, waar veel frustratie is over de trage vaccinatie en het aantal opnames blijft stijgen. Het gaat dan met name om het uitstellen van de tweede Pfizer-prik van zes naar twaalf weken, bij AstraZeneca staat het interval ook in Nederland al op twaalf weken.

Voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg Ernst Kuipers riep De Jonge op over te stappen op een éénprikstrategie zoals die ook in het Verenigd Koninkrijk vanaf begin dit jaar is gehanteerd. Daar kelderden door een combinatie van een strenge lockdown en snel vaccineren de ziekenhuisopnames. IC-arts Diederik Gommers had in NRC ook kritiek op de Gezondheidsraad, die vorige maand nog tegen uitstel van de tweede prik adviseerde. „Ze staan toch een beetje buiten de crisis en voelen niet de noodzaak van alledag waar wij mee te maken hebben.”

De afgelopen dagen lag de Gezondheidsraad opnieuw onder vuur vanwege het advies van donderdag om het AstraZeneca-vaccin alleen nog aan mensen boven de 60 jaar te geven. De Jonge nam dat advies over, waardoor huisartsen patiënten moesten afbellen en nieuwe vertraging voor het vaccinatieprogramma dreigt. Een actiecomité van huisartsen spijkerde zondag een ‘motie van afkeuring’ op de deur van de Gezondheidsraad.

Voorzitter Bart-Jan Kullberg snapt de boosheid van huisartsen. „Zij zitten middenin het vaccinatieproces en vangen de klappen van een gewijzigd schema op.” De voorzitter van de Gezondheidsraad vindt de kritiek dat zijn adviezen het vaccinatieprogramma vertragen alleen niet terecht. „Ons advies heeft als doel om in dezelfde volle snelheid door te vaccineren, maar de vaccins net even anders in te zetten, zodat de risico’s op bijwerkingen zo laag mogelijk zijn.”

Huisartsen zagen de laatste dagen een afnemende vaccinatiebereidheid, ook bij 60-plussers. Houden jullie daar rekening mee in de adviezen?

„Jazeker. Wij denken alleen dat het vertrouwen in dit vaccin en het vaccineren in het algemeen gediend is met zoveel mogelijk openheid en transparantie, ook als er vervelende bijwerkingen zijn. Het optreden van bijwerkingen heeft ook invloed op het vertrouwen. Ik heb veel begrip voor teleurgestelde patiënten van wie de afspraak is afgezegd, maar ik denk dat dit toch verreweg de meest verstandige beslissing is als je naar de huidige gegevens kijkt.”

Dan jullie nieuwste advies. Het verder uitstellen van de tweede prik kan, maar heeft niet snel effect, schrijven jullie. Waarom niet?

„Het effect is inderdaad zeer gering. Als de minister het half april acuut zou willen en kunnen invoeren duurt het zo’n twee tot drie weken voordat de mensen die sneller een eerste prik krijgen beschermd zijn. Mensen die besmet raken komen vaak pas na twee weken in het ziekenhuis, dus op z'n vroegst eind mei of begin juni ga je een effect van uitstel van de tweede prik op de epidemie en de ziekenhuisopnames zien. En dat is relatief klein.”

Dus we zijn al te laat om met een éénprikstrategie de druk op de ziekenhuizen te verlichten?

„Het is geen middel om nog iets aan de derde golf te doen. In het meest gunstige scenario, we hebben met het RIVM gerekend aan de periode april tot september, kun je in totaal enkele honderden tot duizend ziekenhuisopnames voorkomen met verder uitstel van de tweede prik. Dat moet je dan afzetten tegen de vele duizenden ziekenhuisopnames die de komende maanden nog verwacht worden. Reken je niet rijk met wat er tussen nu en juni kan gebeuren. Doorvaccineren en lockdownmaatregelen blijven daarin bepalend, uitstel van de tweede prik draagt maar zeer beperkt bij.”

Lees ook: Zo gaat het nu met het vaccineren

Geeft een enkele prik voorlopig voldoende bescherming? Britse studies leken bemoedigend.

„Die zijn heel positief ja en lieten na de eerste zes weken een bescherming tegen infectie zien van tussen de 60 en 70 procent, tot wel 80 procent tegen ziekenhuisopname. Dat is individueel heel mooi, maar betekent op populatieniveau nog steeds dat een deel van de gevaccineerden na de eerste prik in het ziekenhuis komt. De tweede prik voorkomt ziekenhuisopname bijna 100 procent.”

Ziet u meer risico’s van uitstel?

„Mensen die nog maar gedeeltelijk beschermd zijn na een eerste prik kunnen mogelijk ook een broedplaats worden van resistente virusstammen, bijvoorbeeld van de Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse variant. Dat is een onzekerheid, het is nog te vroeg om te zeggen hoe groot dat risico echt is.”

Wat adviseert u de politiek nu? U klinkt sceptisch, maar zegt ook: uitstel van de tweede prik is te overwegen.

„Ja, het kabinet kan het doen, maar de effecten zijn dus relatief klein en zullen ook pas laat optreden. Wat wij ons wel kunnen voorstellen is dat je met uitstel van de tweede prik ook tegenvallers in het vaccinatieprogramma, zoals nu met AstraZeneca, kunt opvangen. Zodat je komende maand bijvoorbeeld meer Pfizer-vaccins beschikbaar hebt voor andere groepen. Dan is het goed te verdedigen om voor verder uitstel van de tweede prik te kiezen. Maar een beslissing is echt aan de politiek.”