Reportage

Maandenlang hunkeren naar een kwartiertje Arjen Robben

Eredivisie FC Groningen verloor in de Derby van het Noorden van Heerenveen (0-2) maar de eerste speelminuten van Arjen Robben dit jaar vergoedden veel.

Arjen Robben keerde na 23 wedstrijden afwezigheid terug op het veld bij FC Groningen, in het duel met sc Heerenveen.
Arjen Robben keerde na 23 wedstrijden afwezigheid terug op het veld bij FC Groningen, in het duel met sc Heerenveen. Foto Olaf Kraak/ ANP

‘Wie binn Grunnegers’, staat er op de muur in Proeflokaal Hooghoudt, een bruin café in een pijpenla in het centrum van Groningen. Aan het plafond hangen spinnenwebben. Aan de tafels zit een klein gezelschap mannen, verkerend in licht opgewonden stemming. Het is de dag van de Derby van het Noorden: FC Groningen-sc Heerenveen.

Het is niet de enige reden voor hun opgetogenheid; zojuist hebben ze vernomen dat Arjen Robben in de wedstrijdselectie is opgenomen. En met dat nieuws weten Groningen-supporters Thijs Faber, Maarten Siepel en Wouter Holsappel wel raad in hun podcast Kon veel Minder, waarvan ze na de wedstrijd aflevering 116 zullen opnemen.

In hun wekelijkse uurtje achter de microfoons hebben ze het al vaak over Robben gehad. De routinier (37) is hun jeugdheld. „Dat hij is teruggekeerd is ongelooflijk’’, zegt Faber. „Hij woont in een huis dat ongeveer 18 keer groter is dan deze kroeg. Geld doet er voor hem niet toe. Hij doet het puur voor de club en de regio.”

Ze vertellen dat Groningers soms een minderwaardigheidscomplex hebben als het om hun stad gaat, dat inwoners niet snel hun trots met buitenstaanders zullen delen, maar dat die schroom wegviel op de dag van Robbens terugkeer. Faber: „Iedereen keek naar ons, we hadden het gevoel alsof we de Champions League hadden gewonnen.”

Siepel: „Ik was als de dood dat hij naar PSV zou gaan.”

Supporter Klaas-Jan ter Veen schoof die week met drie andere aanhangers aan bij praatprogramma M om over Robben te praten. „Vier Groningse voetbalsupporters aan een talkshowtafel. Wie had dat gedacht?”

Maar de Groningers hebben hun aanwinst nog amper kunnen bewonderen. Zo uitvoerig als over Robben is bericht, zo weinig kwam hij in actie. Sinds het nieuws van zijn rentree, vorig jaar juni, speelde Robben een halfuur in de eerste en dertien minuten in de vijfde wedstrijd. Ertussenin zat een lieskwetsuur hem dwars, daarna hield een kuitblessure hem 23 speelrondes aan de kant. Maar zondag zat hij dus weer bij de selectie. „We wisten allemaal dat het risico [op blessures] bestond”, zegt Stefan Bleeker, clubwatcher bij RTV Noord. „En inmiddels kunnen we concluderen dat het scenario is uitgekomen.”

Buffelen in het krachthonk

Op sociale media leidt dat tot spottende berichten. Op Twitter deelden Photoshop-hobbyisten plaatjes waarop het energiepeil van Robben wordt vergeleken met een diep in het rood staande Iphone. Beetje makkelijk, vinden ze in Groningen. „De bijnaam ‘Man van Glas’ zul je hier nooit horen”, zegt Thijs de Jong, presentator van Radio Milko, weer een andere podcast over FC Groningen. „We hebben veel te veel respect voor hem om cynisch te doen.”

„Ik was laatst op het trainingscomplex”, vertelt John Schokker, als huizenmakelaar al ruim twintig jaar clubsponsor. „Zag ik Robben buffelen in het krachthonk, in zijn eentje. Hoeveel spelers zouden in zijn situatie niet zijn gestopt?”

De bijnaam ‘Man van Glas’ zul je hier nooit horen

Thijs de Jong podcastpresentator

Schokker stond op Black Friday nog in de rij voor een gesigneerd shirt van Robben, waarvan FC Groningen zo’n vijftienhonderd exemplaren verkocht voor 81 euro per stuk. Schokker: „Ook zonder te spelen is hij van grote waarde voor de club. Je hebt het gewoon over een ton extra omzet, terwijl Groningen die wedstrijdshirts normaal niet kwijtraakt.”

In Proeflokaal Hooghoudt weerklinkt ergernis over het matige spel van FC Groningen. Klaas-Jan ter Veen vertelt over het debuut van Robben, december 2000 bij RKC. Hij was erbij in Waalwijk en weet nog hoe op de tribune werd gefluisterd dat er iets stond te gebeuren dat de Groningse aanhang misschien wel nooit meer zou beleven. „Terwijl hij eigenlijk helemaal geen speler was die bij ons paste. Wij zijn toch altijd een club van ‘modder aan de benen’ geweest, met spitsen als Mariano Bombarda. Die gooide zijn kont erin.”

De anekdotes maken de hunkering des te groter. Zo groot dat bijna alles wat Robben de voorbije maanden deed tot analyses en speculaties leidde. Thijs de Jong van Radio Milko: „Als hij drie keer heen en weer rent op een bijveld, doe je daar toch wat mee.” Stefan Bleeker van RTV Noord: „Ook trainingsbeelden worden gevroten. Al is het maar omdat fans tegen elkaar kunnen zeggen: ‘Het ziet er goed uit’.”

Boek uitgesteld

Eind dit seizoen zou een boek over Robbens rentree verschijnen, maar auteur Jeroen Bijma heeft de publicatiedatum uitgesteld, omdat het de vraag was of Robben nog wel in actie zou komen. Aanvankelijk was er genoeg opwinding om de pagina’s mee te vullen, maar op den duur werd de oogst van zijn bezoekjes aan wedstrijden steeds schraler. Reisde hij mee naar Fortuna Sittard, hoorde hij ter plekke dat Robben niet in de spelersbus was gestapt.

„FC Groningen heeft de communicatie aangepast”, zegt Stefan Bleeker. In plaats van Robben in de wedstrijdselectie op te nemen en een dag later te melden dat hij toch is afgehaakt, doet de club het nu andersom. Bleeker: „Het is leuker te worden verrast.”

Zondag was dat het geval. Terwijl trainer Danny Buijs vrijdag liet doorschemeren dat de derby tegen Heerenveen te vroeg kwam, bleek Robben fit genoeg om op de reservebank te beginnen. Voor het eerst sinds oktober.

Tot een kwartier voor tijd blijft Robben daar ook zitten. „Daar is-ie”, klinkt het aan de houten tafels in Proeflokaal Hooghoudt. FC Groningen staat met 1-0 achter, zou Robben dan de ommekeer teweegbrengen?

„Als hij maar niet geblesseerd raakt”, zegt een podcastmaker.

Veel effect sorteert Robbens invalbeurt niet. Heerenveen maakt 2-0 en Robben komt tot één doelpoging. Maar de supporters knikken bemoedigend naar elkaar als ze lezen dat Robben zijn invalbeurt een „onverwachte beloning” noemt. „Dit doet me heel veel”, zegt hij. En hem niet alleen.