Op de eerste dag in jongerenhuis De Dreef kreeg hij al een klap

Schadevergoeding voor geweld Slachtoffers van geweld in de jeugdzorg kunnen sinds dit jaar 5.000 euro krijgen. Léon en Romano, die jarenlang in een instelling woonden, zoeken meer erkenning. „Ik heb een weg vol obstakels moeten overwinnen.”

Op 2 januari ging Léon Unverzagt (52) achter zijn laptop zitten om de aanvraag in te dienen. De benodigde documenten stonden al wekenlang klaar in een mapje op zijn bureaublad. De kopieën van zijn pinpas en identiteitsbewijs, drie aangiftes en misschien wel het belangrijkste: de kaart met zijn woonverleden, opgehaald uit het gemeentearchief.

Het geld was er sneller dan verwacht. Ondanks de behandeltermijn van 26 weken stond er op 7 maart 5.000 euro op zijn rekening, vertelt Unverzagt in een rijtjeshuis in Arnhem. Hij heeft zijn getatoeëerde armen over elkaar geslagen. Zijn ex-vrouw Claudia zit tegenover hem op de bank en vult hem af en toe aan. Ze gingen in 2019 uit elkaar, maar zien elkaar nog veel. „We zijn nog steeds maatjes.”

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven keerde sinds begin dit jaar zo’n 1.750.000 euro uit aan slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. Tot eind 2022 kunnen ze zich melden. Ruim 2.900 mensen deden dit inmiddels, al 350 keer werd de financiële tegemoetkoming van 5.000 euro toegewezen. De regeling werd door het kabinet in het leven geroepen als onderdeel van een breder pakket aan ‘erkenningsmaatregelen’ nadat commissie-De Winter in juni 2019 naar buiten bracht dat tienduizenden kinderen na de Tweede Wereldoorlog in tehuizen en pleeggezinnen stelselmatig werden mishandeld en vernederd, terwijl zij onder verantwoordelijkheid vielen van de staat. De ministers Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) en Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) boden namens het kabinet excuses aan.

Lees ook: ‘In jeugdzorg is een systeem ontstaan waarin iedereen continu stress ervaart’

Als hij niet op een dag was ingegaan op een uitnodiging via Facebook had Unverzagt misschien wel nooit geweten van commissie-De Winter. Pas toen hij in de zomer van 2020 lid werd van de besloten groep ‘De Dreef in Wapenveld’, kreeg hij het rapport onder ogen. Aan de instelling waar hij verbleef, van zijn veertiende tot zijn negentiende, bleek een aparte casestudie gewijd. Er heerste daar volgens de onderzoekers „een repressief en straffend behandelklimaat”. Jongeren werden regelmatig door medewerkers geschopt en geslagen. Er zou sprake zijn van „seksueel misbruik”, „langdurig zware fysieke arbeid” en „fraude”. De pupillen moesten garnalen vissen, bomen kappen en meehelpen met het bouwen van een huis voor de directeur.

Unverzagt keek niet raar op van de verhalen. Hij draagt ze al 37 jaar met zich mee. En hoewel hij „die rotzooi” het liefst wegduwt, wil hij er nu toch over praten. Samen met Romano van der Dussen (48), die begin jaren negentig op De Dreef woonde en later bekend werd omdat hij ruim twaalf jaar ten onrechte vastzat voor een zedenmisdrijf in Spanje, benaderde hij NRC. De twee mannen hebben het idee dat de erkenning voor wat hen en duizenden anderen is overkomen, lang niet iedereen bereikt. Slachtoffers worden niet actief benaderd. Veel mensen om wie het gaat, zeggen ze, zitten in het afvoerputje van de maatschappij. Unverzagt: „Die zijn zwaar in de war of aan de drugs. Die hebben geen Digi-D.”

Er is nog een reden dat ze zich uitspreken: de excuses en financiële tegemoetkoming van het Rijk doen in hun ogen geen recht aan de veroorzaakte schade. „Elke dag klappen kunnen krijgen”, zegt Van der Dussen op Mallorca, waar hij na zijn vrijlating in februari 2016 is blijven wonen. „Daar word je door gevormd.” Via de rechter willen ze bij de staat een aanvullende schadevergoeding afdwingen. Van der Dussens advocaat Geert-Jan Knoops bevestigt dat hij de mogelijkheden voor een zaak onderzoekt.

Paradepaardje

De Dreef in het Gelderse Wapenveld was ooit het paradepaardje van de Nederlandse kinderbescherming. Het was de plek waar kinderrechters hun moeilijkste gevallen naar toe stuurden, jongens die nergens anders meer welkom waren kregen er nog een kans. Vanaf de jaren zeventig werden er veroordeelde jeugdcriminelen geplaatst en jongeren met ernstige gedragsproblemen. In het bos, verspreid over vier paviljoens met de namen Buitenzorg, Bongerd, Schothorst en Beukhorst, woonden zo’n vijftig jongens tussen de dertien en eenentwintig jaar.

Voor Van der Dussen voelde De Dreef als een ‘eindstation’. Toen hij er op zijn vijftiende kwam, woonde hij al zijn halve leven in internaten en instellingen. In die tehuizen, vertelt hij, was het allesbehalve veilig. Oudere jongens dwongen de jongere jongens tot seks. „Je kon dat tegen niemand vertellen. Niemand zou je geloven”, zegt hij. De geboren Noord-Hollander werd op zijn achtste uit huis geplaatst, omdat jeugdzorg hem zou hebben willen beschermen voor de invloed van een drinkende moeder en een halfzus die zichzelf prostitueerde. „Mijn vader stemde ermee in dat ik weg moest. Ik begreep er niets van. En nog niet eigenlijk. Ik was op zoek naar liefde, maar voelde me verstoten. Op mijn dertiende ben ik begonnen met blowen, daarna met stelen en inbreken. Na een kraak op een kermis moest ik voorkomen bij de kinderrechter. Die stuurde me naar De Dreef.”

Waarom Léon Unverzagt naar De Dreef moest, weet hij tot op de dag van vandaag niet. Hij stond niet onder toezicht en was nooit met justitie in aanraking geweest. Wel had hij een heftige jeugd. „Toen ik drie jaar was, gingen mijn ouders uit elkaar en ben ik deels bij mijn grootouders gaan wonen. Mijn vader dronk nogal veel en die sloeg me. Bij mijn moeder werd ik, zonder dat iemand het in de gaten had, misbruikt door haar nieuwe man.” Rond zijn twaalfde, zegt Unverzagt, kreeg hij op zijn eigen verzoek een voogd van de Raad voor de Kinderbescherming. „Ik had nergens een veilige plek.”

Op zijn allereerste dag op De Dreef, niet lang nadat zijn voogd hem had afgeleverd, had hij al een klap te pakken. Het gebeurde in de groepsleiderskamer. Terwijl het ene afdelingshoofd toekeek, sloeg de ander hem vol in zijn gezicht. „Hij vroeg mij iets. Ik weet niet meer wat precies, maar ik gaf blijkbaar het verkeerde antwoord.”

Dat De Dreef een „confronterende en volhardende behandelmethodiek” hanteerde, was algemeen bekend. Voor hoe het zo uit de hand kon lopen, geeft het rapport van commissie-De Winter verschillende verklaringen. Mogelijk waren er „onvoldoende middelen” om te werken met de doelgroep („zeer problematische kinderen”). Er waren bijvoorbeeld geen isoleercellen, waardoor een harde aanpak als enige oplossing kon worden gezien.

In 1991 kwam de situatie op De Dreef dankzij tv-programma Avro’s Televizier aan het licht. Op 2 september zond de omroep een reportage uit, waarin zes medewerkers en enkele pupillen uit de doeken doen hoe het er in de instelling aan toe ging. Wie niet sloeg, was een doetje. „Dat werd nooit uitgesproken, maar dat voelde je”, zegt een groepsleider voor de camera. Een ander: „Je moet eigenlijk als een beest tekeergaan, wil je de jongens überhaupt bereiken. Wil je iets van de grond krijgen. Afbreken tot op de bodem, en dan gaan bouwen. Dat is de methodiek.”

Facebook

Als de Rijksrecherche niet lang na de uitzending een strafrechtelijk onderzoek begint naar de misstanden op De Dreef, doen Unverzagt en Van der Dussen aangifte. Afgelopen zomer, bijna dertig jaar na dato, lazen de twee mannen hun verklaringen terug nadat ze via de Facebookgroep het dossier in handen kregen. Tussen de 128 aanklachten die de Rijksrecherche verzamelde, zitten er 5 van hen. Van der Dussen beschrijft onder meer hoe een groepsleider „voortdurend allerlei dingen” doet om hem te kleineren, en hem schopt en slaat nadat hij bij het avondeten zijn karbonade wil ruilen voor een stukje kip, omdat hij allergisch is voor varkensvlees.

Ik zag al dat hij zoals gewoonlijk zijn vuisten balde en liep naar de keuken. [Hij] heeft mij in de keuken onderuit gehaald door mijn benen onder mij vandaan te schoppen. Ik viel toen met mijn gezicht tegen de scherpe granolmuur. Ik viel op de grond en [de groepsleider] ging op mij zitten. Toen heeft hij mij nog enkele malen met gebalde vuisten tegen mijn gezicht geslagen. Ik bleef liggen en riep: „Sorry. Sorry, Peter. Ik doe het niet meer.”

Het is dezelfde man die Unverzagt een klap gaf op de dag dat hij aankwam. En die hem in de zomer van 1989, als hij begeleid op kamers woont in Heerde, midden in de nacht opzoekt en mishandelt – waarschijnlijk omdat Unverzagt in die tijd gokt en aan de drank is geraakt.

Proces-verbaal 71, een document van vijftien kantjes, gaat over hoe Unverzagt in de zitkamer van paviljoen De Bongerd in elkaar is geslagen. Dit keer door de adjunct-directeur van De Dreef. Niet lang na het incident in Heerde nodigt hij Unverzagt uit op De Dreef onder het mom van een gesprek.

Ik dacht aanvankelijk dat hij op mij af kwam lopen omdat hij mij een hand wilde geven. [...] Toen ik op de grond lag pakte hij mij weer beet en kneep mijn keel opnieuw dicht waardoor ik helemaal geen adem meer kon halen. Met zijn andere hand begon hij mij met zijn tot vuist gebalde hand in mijn gelaat te stompen. Als gevolg van die stompen in mijn gelaat bloedde dat. Ik voelde veel pijn. Ik voelde het bloed langs mijn gezicht lopen.

Unverzagt verklaart geen idee te hebben waarom de adjunct-directeur hem heeft toegetakeld. Getuigen die de recherche hoorde, weten het wel. De reden, zeggen vijf van de acht, was dat Unverzagt zichzelf niet lang daarvoor twee keer van het leven wilde beroven. „[De adjunct-directeur] nam hem die pogingen tot zelfmoord zeer kwalijk”, aldus de chef van de houtwerkplaats van De Dreef. Hij mishandelde hem „uit pure rancune en teleurstelling”.

Op 16 december 2020 zitten Unverzagt en Van der Dussen allebei achter hun computer. De een in Arnhem, de ander op Mallorca. Via een livestream volgen ze het debat in de Tweede Kamer over het rapport van de commissie-De Winter. Ze hebben er lang op moeten wachten: door de coronacrisis is het maandenlang uitgesteld.

Lees ook: ‘Overheid doet te weinig voor veiliger jeugdzorg’

De Kamer is kritisch over de opvolging van de aanbevelingen. Een deel vindt de financiële tegemoetkoming voor de slachtoffers veel te laag. Waarom, willen Kamerleden van oppositiepartijen weten, is niet gekozen voor eenzelfde soort regeling als bij het onderzoek van de commissie-Samson naar seksueel misbruik? Daar kregen slachtoffers verschillende bedragen en werd er gemiddeld rond de 18.000 euro uitgekeerd.

Unverzagt en Van der Dussen vragen zich dat ook af. „Schandelijk”, appen ze elkaar. „Die 5.000 euro is een schijntje. Fooiengeld.”

Sinds ze vorig jaar in gesprek raakten op Facebook hebben de twee bijna elke dag contact. Via voicememo’s („We zijn allebei niet zo van het typen”) praten ze over wat hen bezighoudt en soms over het verleden. Maar ook over de liefde voor de scheepvaart die ze opdeden op de vissersboten van De Dreef. Op WhatsApp hebben ze allebei een profielfoto van zichzelf op een schip. Van der Dussen haalde zijn Yachtmaster waarmee hij toeristen in luxe jachten rond Mallorca vaart.

„Het hadden broers kunnen zijn”, zegt Léons ex-vrouw Claudia. „Ze hebben geen woorden nodig om elkaar te begrijpen. Ik ken Léon al 25 jaar, maar het is toch anders wanneer je iemand ontmoet die precies hetzelfde heeft meegemaakt.”

Ze vertelt hoe hij vroeger steevast zijn jas aanhield als ze ergens naar binnen gingen. En kijk, zegt ze, nog steeds zit hij het liefst met zijn gezicht naar deur. „Hij wil altijd een uitweg hebben.” Toen Unverzagt in 2016 met een transitievergoeding thuis kwam te zitten, stortte hij in een diep zwart gat. Er werd in die tijd een posttraumatische stressstoornis bij hem geconstateerd, maar toen zijn baan ophield werd de psychische hulp die hij kreeg niet langer vergoed. In 2019 deed hij een zelfmoordpoging. Later dat jaar gingen Claudia en hij uit elkaar. „Uiteindelijk heeft het ons toch opgebroken.”

Unverzagt: „We hadden in een veilige omgeving moeten komen. Maar het was gewoon de hel.”

Kameleon

Waar het op neerkomt, is dat hij niet de persoon is geworden die hij had willen zijn, zegt Unverzagt. „Ik ben een soort kameleon die zich altijd beter voordoet.” In zijn donkerste dagen stapte hij een paar keer in zijn auto en reed hij naar het terrein van De Dreef. „Waarom weet ik niet, het trok gewoon.” Van sommige personeelsleden weet hij dat ze na De Dreef belangrijke publieke functies zijn gaan bekleden. Of elders in de zorg of het onderwijs aan de slag zijn gegaan.

Van de 128 aanklachten die de Rijksrecherche begin jaren negentig verzamelde werden er slechts 37 behandeld – een deel bleek verjaard. Drie medewerkers van De Dreef kregen voorwaardelijke straffen, drie andere werden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Alleen de adjunct-directeur kreeg vier weken cel, omdat hij volgens de rechter jarenlang verantwoordelijk was voor een klimaat „waarin fysiek en soms extreem geweld tegen de pupillen een gewoonte werd”.

Wie langdurig, permanent blootstaat aan spanningen kan daar levenslang last van hebben, schreef de commissie. De honderden slachtoffers vertelden over faalangst en minderwaardigheidsgevoelens, moeite met relaties en het aangeven van grenzen. Unverzagt en Van der Dussen ervaren precies dat. Van Der Dussen noemt het „onherstelbare krassen op zijn ziel”. Op een gegeven moment zag hij het leven niet meer zitten. Maar dat was toen, zegt hij. „Ik heb me er doorheen geslagen en blijf vechten. Ik ben na dertig jaar clean. Ik slik alleen af en toe valium om rustig te blijven.”

Elke dag vragen Unverzagt en Van der Dussen zich af hoe hun leven zou zijn als ze een normalere jeugd hadden gehad. Van der Dussen: „Iedereen komt naakt en onschuldig ter wereld. Ik heb een weg vol obstakels moeten overwinnen. Ben uit huis geplaatst. Mishandeld. Ik heb een posttraumatische stressstoornis opgelopen. Het heeft tot een leven vol ellende geleid.”