Opinie

Uit de pan springen

Column Waar hebben we meer aan, vraagt Robbert Dijkgraaf zich af. Aan generalisten of specialisten?

Robbert Dijkgraaf

Is onze samenleving als de spreekwoordelijke kikker in de pan met water op het vuur, die zich langzaam laat koken zonder eruit te springen? Houdt de afrekencultuur ons zo in de houdgreep dat we niet op grote veranderingen kunnen reageren?

In de bestsellerlijsten woedt de laatste jaren een debat over het nut van specialisten versus generalisten. Moeten we ons verdiepen of juist verbreden? U kent allemaal de vuistregel van tienduizend uur, afkomstig uit het boek Outliers (2008) van Malcolm Gladwell. Om een succesvolle sporter, musicus of geleerde te worden, moet je minstens die tijd in je vak investeren – het equivalent van vijf jaar voltijdstudie. Alleen zo kun je een van de ‘grootmeesters’ worden die de grenzen van hun vakgebied verleggen, van The Beatles tot Bill Gates.

Een tegengeluid komt van een andere bestseller, Range (2019), van de journalist David Epstein. De ondertitel zegt het al: „Waarom generalisten triomferen in een gespecialiseerde wereld.” Epstein beweert dat meer ervaring niet altijd tot meer expertise leidt. Soms kun je beter iets anders gaan leren. De keuze tussen diep of breed hangt af van waarin je succesvol wilt zijn. Hij maakt een onderscheid tussen zogeheten kind problems en wicked problems.

Bij ‘aardige’ problemen liggen het speelveld en de regels vast. De taak kan uiterst complex zijn, maar je weet precies waaraan je begint. Denk aan schaken of vioolspelen. Voor iedereen is duidelijk wat succes en wat falen is. Een verkeerde zet of valse noot wordt je direct aangerekend. Hier loont het om vroeg te specialiseren en zoveel mogelijk te oefenen.

Bij ‘akelige’ problemen daarentegen is het speelveld slecht omlijnd en zijn de regels onvolledig, veranderlijk of zelfs tegenstrijdig. In zulke ongestructureerde situaties is juist de generalist in het voordeel. Opgebouwde expertise heeft weinig meerwaarde. Men moet eerder een beroep doen op improvisatievermogen en out of the box denken – of, toepasselijker, uit de pan springen. Een generalist lost een probleem op door kennis te lenen uit andere domeinen. De wetenschap kent vele voorbeelden van hoe, na een intellectuele aardverschuiving, onderzoekers met een breed profiel en andere interesses plotseling in het voordeel verkeerden.

Perfecte testscores

Bij de twee profielen horen ook twee opvoedingsstijlen en leeromgevingen. Om een kind tot specialist te maken moet vroeg worden ingegrepen. We kennen allemaal de ouders die hun kroost met harde hand naar perfecte testscores of atletische topprestaties leiden. De tegenhanger, opvoeding tot generalist, vraagt juist een variëteit aan leeromgevingen. Geen laserstraal maar een schot hagel. Dit is ook een les voor de ouders zelf, die moeten leren om te gaan met teleurstelling. Niet alles zal immers blijven hangen of een succes worden.

Kunnen we in navolging van deze analyse van individueel gedrag, ook over landen spreken als specialisten en generalisten? Hoe gaan wij als samenleving om met wicked problems en plotselinge, ingrijpende veranderingen?

De moderne maatschappij vertoont meer en meer de kenmerken van een specialist. Expertise wordt hoog gewaardeerd. Jonge mensen leren precieze details in vast omschreven kaders. Veel aandacht is gericht op het voorkomen van fouten. De marges worden steeds smaller, vooral voor politici en ambtenaren. En als er iets misgaat, dan is de oplossing het verder aanscherpen van de regels en de controle. De burger speelt hier de rol van de drammerige helikopterouder die z’n kind aanspoort voor ieder examen een tien te halen.

Deze steeds fijnere afstelling van de samenleving is een groot goed zolang de doelen duidelijk vastliggen. Wie wil niet een vlekkeloos functionerende overheid? Maar wat gebeurt er als de omgeving plotseling verandert? Alle westerse landen, gevangen in de bestaande kaders, zien we worstelen met de coronapandemie. Ook Nederland, met zijn zelfbeeld dat alles goed geregeld is, blijkt maar moeilijk in te kunnen spelen op het verschoven speelveld. Politici zijn bang voor de boze burgers, die bij iedere stap buiten de lijnen met hun vuist op de talkshowtafel slaan. Deze bureaucratische verlamming geldt voor de Europese Unie in de overtreffende trap.

Falen in scherpe bochten

In een wereld vol veranderingen, in de toekomst waarschijnlijk nog ingrijpender dan nu, is het maar helemaal de vraag of een hooggespecialiseerde samenleving wel de beste aanpak is. De strategie werkt prima voor lange stukken rechtuit, maar faalt in scherpe bochten, waar snel en krachtig moet worden bijgestuurd. Naast alle nadruk op expertise, zouden we meer aandacht moeten besteden aan ons collectieve improvisatievermogen – in het onderwijs, het bestuur en het publieke debat.

Maar als we de creativiteit willen vergroten – en wie kan daar nu tegen zijn? – dan moeten we daarvoor ook de prijs durven te betalen en meer fouten accepteren, onze tolerantie voor andersdenkenden vergroten en minder kritisch op elkaar zijn. Alleen zó scheppen we de bewegingsruimte voor de overgang naar een betere wereld.

Want, zoals iedere bioloog u kan vertellen, echte kikkers springen wél uit de opwarmende pan.

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.