Opinie

Racistische politieagent: functie elders

Racisme Zonder normstelling blijven discriminatie en racisme binnen de politie welig tieren, schrijven en .
Protest bij bureau Marconiplein tegen racisme bij de politie.
Protest bij bureau Marconiplein tegen racisme bij de politie. Foto Marco de Swart / ANP

Er is terecht veel aandacht voor de racistische uitspraken in een WhatsApp-groep waar agenten spraken over „kankervolk, kutafrikanen en pauperallochtonen” op wie ze willen „schieten”. Over Hümeyra, het meisje uit Rotterdam dat op 16-jarige leeftijd werd doodgeschoten door haar stalker, appten dezelfde agenten „weer een Turk minder”. Wat niet iedereen weet: deze uitspraken passen in een patroon. In Almere wordt een pleintje door agenten „de Apenheul” genoemd.

Racisme bij de politie is niet nieuw. In 1993 was er al de klachtenbrief ‘Een schreeuw om hulp’ door studenten van de Nederlandse Politieacademie waarbij heftige ervaringen werden gedeeld over de cultuur op de opleiding en de werkvloer. In 2017 klaagden politiemedewerkers van kleur opnieuw de intolerante cultuur bij de politie aan. In het zogenaamde zwartboek staan uitspraken zoals: „Rot op met je zwarte kankersmoel!” en „Wie is die zwarte, die hoort in het arrestantenhok”.

Naast racisme op de werkvloer zijn er ook zorgen om discriminatie door de politie richting burgers. Twee recente voorbeelden: een agent in Gouda schold een gesluierde vrouw, die verkeerd geparkeerd had, uit voor terrorist en in Dordrecht schreeuwde een Rotterdamse agent „kutn*g*r” tegen een arrestant. Ook in dit opzicht is er niets nieuws onder de zon: deze strijd wordt in Nederland al bijna een halve eeuw lang gevoerd. Kijk maar eens in het boek Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig van het Centrum Anton de Kom, waarin krantenartikelen over etnisch profileren gebundeld zijn uit de jaren 70. De voorzitter van het Glenn Gillis Comité, actief tegen racisme jegens Surinaamse Nederlanders, zei in 1975 in dagblad De Gooi- en Eemlander: „We willen een gelijkwaardige behandeling hebben, net als iedere Nederlander.”

De reflex van de politie is al vijftig jaar hetzelfde: ‘wat vervelend om te horen’ en ‘dit past niet bij onze politie’. Maar onze favoriet is toch wel: „Veel van de problemen waren ons al bekend. Die oplossen kost tijd. Het is een illusie te denken dat je een organisatie van 65.000 man in één klap verandert.” Zijn vijf decennia voor de politie nog niet genoeg tijd?

Diversiteit: meer dan afvinken

Om de problemen op te lossen ligt de focus van de politieorganisatie én de meeste politieke partijen op meer diversiteit bij de politie. Vorige week nog zeiden twee politiechefs tegen NRC dat binnen vijf jaar 35 procent van de nieuwe agenten een migratie-achtergrond moet hebben. Dat klinkt als een stap vooruit, maar het is oude wijn in nieuwe zakken. Al in 1989 ging het landelijke project Positief Actie Plan Politie en Allochtonen van start met als doel om meer „allochtone agenten” te werven. Bovendien, diversiteitbeleid gaat verder dan het afvinken van hokjes en een bepaald percentage medewerkers. De instroom bij de academie (in de onderste rangen) zegt nog niets over het behoud van, in dit geval, cultureel divers talent, de doorstroom naar hogere rangen en cultureel diverse zij-instromers voor leiderschap.

Gezien de weerstand binnen de organisatie, de mate waarin er sprake is van discriminatie op de werkvloer (meer dan 50 procent van de agenten met een migratie-achtergrond zegt weleens gediscrimineerd te zijn geweest door collega’s) en etnisch profileren moet er een fundamenteel cultuurveranderingstraject gaan plaatsvinden. De politie moet een nieuwe sociale norm stellen die in alle lagen van de organisatie geldt, met duidelijke consequenties wanneer die norm wordt overschreden. Laat de politie dit na, dan is het onverantwoord om cultureel divers talent aan te trekken gezien het onveilige klimaat op de werkvloer. De politie kan niet verwachten dat nieuwe agenten in bijvoorbeeld Rotterdam zij aan zij gaan werken met de racistische agenten van bureau Marconiplein, die recent nog een Marokkaans-Nederlandse agent, bijna dertig jaar in dienst, hebben weggepest.

Al jaren roepen wij op tot normstellend gedrag vanuit de politietop. Tot op heden is echter geen enkele agent ontslagen vanwege racistische uitspraken, ook de Rotterdamse (jeugd!)agenten niet. Zij kregen een berisping en werden overgeplaatst naar een ander bureau. Volgens de politie bleek uit het onderzoek dat de agenten, afgezien van hun racistische, kwetsende en discriminerende apps, hun werk „professioneel en vanuit gelijkwaardigheid doen”. Dat is onbegrijpelijke logica. Als agenten dit soort opvattingen hebben, zijn ze niet in staat om op een goede manier hun werk te doen, al helemaal niet in een wijk die overwegend bestaat uit inwoners met een migratieachtergrond.

Lees ook dit commentaar: Afdekcultuur bestaat nog altijd bij politie en bestuur Rotterdam

Hoeder van de veiligheid

Als hoeder van de veiligheid, als drager van het geweldsmonopolie en als politieagent voor iedere Nederlander zijn ze volstrekt ongeschikt. Sterker nog, wij willen niet eens onze fiets laten repareren bij mensen met dit soort ideeën. Deze mensen binnenboord houden betekent ruimte blijven bieden aan racisme bij de politie.

Natuurlijk moet er gewerkt worden aan meer diversiteit en cultuurveranderingstrajecten, maar na ruim vijftig jaar etnisch profileren en racisme op de werkvloer moet de politie allereerst een duidelijke norm stellen. Er mag geen ruimte zijn voor discriminatie en racisme bij de politie. Doet de politie dit niet, dan zet zij de integriteit en de geloofwaardigheid van de politie op het spel.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.