Ons Atlantis: een paradijs dat in de Noordzee verdween

Doggerland Ooit lag de bodem van de Noordzee droog en leefden mensen er een rijk leven tussen herten, bevers, waterrallen en snoeken. Archeologen raken er steeds meer door gefascineerd.

Een fossielenzoeker op de Zandmotor, in de buurt van Kijkduin. Rijkswaterstaat laat veel zand opspuiten langs de kust. Dit komt uit de Noordzee en bevat veel archeologische objecten uit Doggerland.
Een fossielenzoeker op de Zandmotor, in de buurt van Kijkduin. Rijkswaterstaat laat veel zand opspuiten langs de kust. Dit komt uit de Noordzee en bevat veel archeologische objecten uit Doggerland. Foto Olivier Middendorp

Ga naar het strand van Callantsoog of Westkapelle, en kijk naar het westen: je ziet slechts het eindeloze water van de Noordzee. Maar ooit lag daar vruchtbaar land en duizenden jaren lang leefden er mensen. Ze vierden feest, jaagden, treurden en lachten. Hun stemmen zijn verdwenen, de herinnering aan hun leven en cultuur werd 8.000 jaar geleden uitgewist door zeewater, omhooggestuwd door smeltende gletsjers van een vergane ijstijd. In 4.000 jaar steeg het zeeniveau 50 meter, genoeg om de Noordzeevlakte volledig onder water te zetten.

Lees ook over het einde van Doggerland: Mythische tsunami op de Noordzee

Maar verandering is op komst. Dit land onder zee, dat archeoloog Luc Amkreutz, „toch een beetje ons eigen Atlantis” noemt, wordt de laatste jaren steeds beter bestudeerd. Héél in de verte klinken weer zachte stemmen. Al in 1913 werd uit verdronken bossen voor de Britse kust geconcludeerd dat de Noordzee een droog verleden moest hebben gehad. In 1931 viel zelfs een veenkluit met een harpoen van gewei erin op het dek van het Britse visserschip Colinda. Geologen gingen berekenen hoe lang de zeebodem droog had gelegen. Na het einde van de IJstijd, vanaf 12.000 jaar geleden, werd de vlakte, net als heel Noord-Europa, weer bewoond door jagers-verzamelaars. Maar al 4.000 jaar later moeten de laatste heuveltoppen van de Doggersbank, nu een ondiepte in de Noordzee, zijn ondergelopen. De zuidelijke Noordzee heeft een diepte van 20 tot 80 meter, met de geringste diepte, 15 à 35 meter, bij die Doggersbank – ooit genoemd naar ‘dog’, een oud woord voor kabeljauw.

Benen vishaak, gevonden op het strand van Hoek van Holland (5,1 cm; 9000-6000 v.Chr.). Foto uit Doggerland – Verdwenen wereld in de Noordzee

Naar dat uitgestrekte ‘heuvelgebied’ (260 bij 100 km) werd zo’n twintig jaar geleden het héle verdronken land Doggerland genoemd, in zijn grootste omvang 200.000 km2. Vervolgens groeide sterk het besef dat er echt iets bijzonders onder al dat Noordzeeslib lag. Uitgebreid geologisch onderzoek, mede ten behoeve van olie- en gaswinning, leidde tot betere kennis van de bodem. En hier te lande was vooral het opspuiten van de Nederlandse kust belangrijk, bij de Maasvlaktes en de Zandmotor. Dat gebeurde met zand dat werd opgezogen op goed gedefinieerde plekken voor de kust. Dat zand bleek boordevol archeologische vondsten te zitten. Enthousiaste ‘strandstruiners’ raapten aan de kust al meer dan duizend spitsen en pijl- en speerpunten van been en gewei op – objecten die op land snel waren vergaan.

Wat moet je ermee?

„Je kunt Groot-Brittannië gewoon omklappen en dan heb je dat landschap. Zó groot!”, zegt Amkreutz vol ontzag. Hij legt de laatste hand aan een grote tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO), waar hij conservator prehistorie is: Doggerland. Verdwenen wereld in de Noordzee. Tegelijk verschijnt een schitterend overzichtswerk, dat als catalogus functioneert. Zegt Amkreutz via een videoverbinding: „Vroeger zagen archeologen het gebied als een landbrug naar Engeland, ze stonden er onverschillig tegenover, want wat moet je ermee? Je kan toch geen opgravingen doen. Nu breekt het besef door dat het een van de rijkste gebieden van Europa is geweest.”

Er zijn al veel bijzondere vondsten gedaan. Onlangs werden benen pijlpunten uit de laatste millennia van Doggerland onderzocht met moderne eiwitanalyses. Zeven bleken er van hertenbot, maar twee van mensenbot! „Dat moet een rituele functie hebben gehad”, zegt Amkreutz. Bij deze mensenbotten werd – net als al eerder bij tientallen andere – vastgesteld dat de mensen van wie ooit het bot was, bij leven veel zoetwatervis en klein wild aten: typisch het voedingspatroon in een uitgestrekte rivierdelta.

Welke rituele functie die pijlen van mensenbot ooit hebben gehad is nauwelijks nog te achterhalen. Archeoloog en kinderboekenschrijfster Linda Dielemans beschrijft een mogelijkheid in haar boek Onder de golven, dat verschijnt bij de komende RMO-tentoonstelling. Om zijn volwassenheid te bewijzen moet een jonge Doggerlandjager op ‘voorouderdag’ een hert schieten met zo’n pijl – door zijn moeder gemaakt van het bot van háár vader. Dat mislukt omdat het bos ineens onder water staat. In Dielemans verhaal weerklinkt een stem uit Doggerland: „Nu ik beter kijk, zie ik pas dat de bomen tot ver boven hun wortels in het water staan. Het rimpelt om hun stammen. [...] Hoe kan dit? Dit is mijn land! Het land van mijn voorouders! Zijn ze boos? Zijn ze zo boos dat ze het van ons afpakken?” Wéér is de zee verder landinwaarts gekomen.

Rolsteenhamer, opgevist bij de Bruine Bank (11,6 cm; 9000-6000 v.Chr.). Foto uit Doggerland – Verdwenen wereld in de Noordzee

Er zijn op het land al aanwijzingen gevonden dat na grote overstromingen nieuwe groepen ex-Doggerlanders verschenen in Engeland of Frankrijk. Dat tenminste vermoedde een paar jaar geleden de Belgische archeoloog Philippe Crombé (Universiteit Gent) op basis van patronen en precieze dateringen van verschillende pijlpuntvormen op het vasteland en in Engeland. Soms duiken in een gebied te midden van gevestigde vormen ineens nieuwe vormen op, mogelijk meegenomen door naar hoger streken gevluchte Doggerlanders, denkt Crombé.

De aantrekkelijkheid voor jagers-verzamelaars van dat langzaam verdrinkende land zat hem paradoxaal genoeg in de waterrijkdom. Amkreutz: „Kijk naar Europa in die tijd, Centraal-Europa, Frankrijk, Limburg: een groot deel van de laatste 10.000 jaar was dat gewoon oerbos. Onder dat dichte bladerdak groeit weinig, daar valt niet veel te schieten of te vangen. Alles en iedereen zoekt dus de rivieren en meren op.” En juist Doggerland bestaat uit één grote delta waarin grote rivieren als Maas, Rijn, en Theems samenstromen, met een uitgebreide kustzone.

„Er was een enorme diversiteit in landschappen, die door dat stijgende zeewater ook constant in beweging zijn geweest. Het was een vlak dal, in feite een voortzetting van wat nu Nederland is. Als je aan de huidige kust staat en je draait je om, dan is het naar de Vaalserberg veel hóger dan naar het diepste punt in de Noordzee tussen Nederland en Engeland.” En juist door al dat water zijn de resten van Doggerland goed bewaard gebleven: eerst weggezakt in het veen waar het zuurstofloos werd afgesloten van de buitenwereld, na de grote terugkeer van de Noordzee nog eens afgedekt door meters slib. En nu spuit Rijkswaterstaat alles netjes op het strand.

Nog preciezer

Diverse archeologische samenwerkingsprojecten zijn opgestart, zoals een Brits-Belgisch verband dat nader onderzoek doet van de Bruine Bank, een dertig kilometer lange zandbank halverwege Nederland en Engeland, waarin bijvoorbeeld nog oude rivierlopen zijn te onderscheiden. In dat ondiepe gebied, je kan het ook een heuvelrug noemen, hebben vissers al veel menselijke botten en archeologische objecten opgevist, waaronder een 13.000 jaar oud bison- of oerosbot met een ingekrast lijnpatroon, inmiddels beroemd als de ‘oudste kunst van Nederland’. In Nederland bestond al langer de informele Werkgroep Steentijd Noordzee, maar vorig jaar werd die samenwerking formeler omdat toen Resurfacing Doggerland, een project onder leiding van Hans Peeters (Rijksuniversiteit Groningen) waar ook Amkreutz bij betrokken is, ruim een half miljoen kreeg van NWO.

Spitshak, gemaakt van oerosbot. Opgevist bij de Bruine Bank (30,4 cm; 9.000 tot 6.000 v.Chr.). Foto uit Doggerland – Verdwenen wereld in de Noordzee

Het plan is onder meer om nog preciezer te achterhalen waar het opgespoten Noordzeezand met al die objecten en botten vandaan komt, en misschien zelfs ooit ter plaatse onderzoek te doen. Tot nu toe werden alleen in het Kanaal, bij het Isle of Wight, opgravingen gedaan, op relatief geringe diepte: 11 meter, bij Bouldnor Cliff. Daar werden resten van houten kano’s gevonden, maar ook verrassend grote houten vlonderconstructies, en zelfs sporen van landbouwgraan-dna – terwijl er toen in Engeland nog geen landbouw was. Waar haalden die jagers-verzamelaars dat graan vandaan?

Amkreutz: „En wat we vinden is ook niet allemaal van moderne mensen, na de IJstijd. Die Noordzee van ons lag de afgelopen miljoen jaar voornamelijk droog. Er trokken daar ooit mammoeten en wolharige neushoorns langs de oevers van Maas!” Op een schelpenbranderij in Yerseke werd tussen schelpen ook al eens een neanderthalerbot gevonden, zo’n 50.000 jaar oud.

Menselijk botmateriaal

Bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte werd in 2011 in de Yangtzehaven, met een speciale grijper op een ponton, een kampje op een rivierduin opgegraven. Een rijk wetland uit de laatste droge periode, rond 9.500 jaar geleden, kwam aan het licht, met edelherten, reeën, wilde zwijnen, otters, bevers, wilde eenden, roerdompen, meerkoeten, waterrallen, houtsnippen, houtduiven en natuurlijk vissen: baars, snoek, brasem, paling, zalm en steur.

En uit die rijke periode van het mesolithicum komt dus heel veel menselijk botmateriaal, veel meer dan van het vasteland, en ook heel veel werktuigen van dierenbotten en gewei, vooral pijl- en speerpunten. Amkreutz: „Sommige stukken lijken wel gisteren gesneden, zo gaaf zien ze eruit. Je ziet ook hoe andere punten helemaal versleten zijn en weer bijgewerkt, met de indrukken van de bindingen er nog in. We vinden bijlen van gewei met de stelen er nog in, dat is echt uniek! Disseltjes met de slagtand van een wild zwijn als beiteltje. En geweldig: een stuk onderkaak van een edelhert met een pijlpunt er nog in. Dat is bevroren jacht! Zo dichtbij kom je. Die organische rijkdom is zo groot.” In het 7.000 jaar oude veen van Hardinxveld is in 1997 ook wel zulk gaaf materiaal gevonden, vertelt Amkreutz, „maar op land heb je maar eens in de twintig jaar een kans op zo’n opgraving, terwijl je het uit Doggerland elke dag op stranden of in vissersnetten vindt”.

Grote betrokkenheid

En in deze tak van wetenschap is de betrokkenheid van het publiek bijzonder groot. Amkreutz: „Ik zit in zo’n appgroepje, met liefhebbers en verzamelaars, mensen die de uren maken op de stranden. Kijk, dit is afgelopen week gevonden: paleolithische kern, mesolithisch vuursteen, en hier: een kernbijltje van de Zandmotor, gisteren gevonden. Door de grote hoeveelheid kunnen we er patronen uit halen en verbanden leggen met stukken zeebodem, de regio’s van Doggerland waar het zand is opgezogen, en het huidige vasteland. Vooral dankzij al dat goed bewaarde organisch materiaal biedt Doggerland een heel nieuw perspectief. Dan heb ik het over de bijlstelen en de grote benen pijlpunten. En de sieraden! We hebben twee enorme hangers van barnsteen, maar ook een doorboorde hertenkies en doorboorde wildezwijnentanden. En die pijlspitsen van menselijk bot! Je denkt snel dat die mensen alleen maar bezig waren met jagen en overleven, maar hier zie je dat ze ook bezig zijn met voorouderverering. Zo zijn er ook bewerkte menselijke schedelbotten gevonden. In de Noordzee vinden we de rijkdom van hun bestaan terug.”

Benen spits, vervaardigd uit een middenvoetsbeen (Eerste Maasvlakte; 13,5 cm; 9.000-6.000 v.Chr.). Foto uit Doggerland – Verdwenen wereld in de Noordzee

En er is zelfs nog een les voor het heden. Want het waren bewogen jaren, op de huidige bodem van de Noordzee. In de begintijd van de bewoning van Doggerland was er een enorme vulkaanuitbarsting in de Eifel, 12.000 jaar geleden, „met een rookpluim van 40 kilometer hoogte!” vertelt Amkreuz. En dan die langzame en soms snelle overstroming door de zee, met aan het eind die snelle stijging door het doorbreken van een enorm ijsmeer in Noord-Amerika en zelfs een tsunami door een zeebodemverschuiving bij Noorwegen.

Amkreutz: „Met de huidige klimaatverandering zijn wij mensen nu ook zelf een grote speler. We eindigen daarom de tentoonstelling met een voorpagina van NRC dat het ijs op Groenland sneller smelt dan ooit. Over een jaar of zevenhonderd staat die zeespiegel negen meter hoger geloof ik. Ook dát is een spiegel die de vergeten wereld van Doggerland ons voorhoudt.”

Lees ook: De herontdekking van het verzwolgen Noordzee-land (2017)