Opinie

Het Westen moet China tot de orde blijven roepen

Mensenrechten Sinds ‘Xinjiang’ knaagt ons geweten aan onze relatie met China. Maar Beijing meent dat China het Westen veel minder nodig heeft dan andersom, waarschuwt .
China’s president Xi Jinping in de Grote Volkszaal in Beijing.
China’s president Xi Jinping in de Grote Volkszaal in Beijing. Foto Noel Celis/AFP

Soms kun je je verbazen over wat de wereld dan ‘een brug te ver’ vindt. De verontwaardiging over ‘Xinjiang’, dat wil zeggen over de aanpak van de Oeigoerse minderheid aldaar door de Han-Chinese overheid, is terecht. Maar waarom gebeurt dat nu pas? Hoe zit het dan met al die andere excessen die al aanhouden sinds het begin van de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949?

Dat Xinjiang nu de belangstelling van de wereld heeft, is opmerkelijk, want de Oeigoeren beschikken niet over een knuffelleider zoals de Dalai Lama, of over een dissident met een naam die je tenminste kunt onthouden zoals Ai Weiwei. Nee, we kunnen de details over Xinjiang niet precies navertellen, maar er lijkt (eindelijk) weer een seizoen aangebroken waarin we hier in Nederland een beetje bereid zijn om een paar klappen op te vangen voor een kritisch geluid.

Het werd tijd, zou je denken. Want wat is er allemaal voor nodig voordat er in onze relatie met China iets aan ons geweten knaagt? We lieten China rustig over de vrijheid van zeven miljoen Hongkongers walsen, konden er niet mee zitten toen kritische Chinese stemmen in Wuhan monddood werden gemaakt, hadden geen aandacht voor de systemische onderdrukking in Tibet en Binnen-Mongolië, haalde onze schouders op over de dreigingen jegens Taiwan – een oase van democratie in de wijde omtrek.

Maar Xinjiang bleek de grens.

Het heeft China ook verrast. Ondanks zijn hardnekkige leugens, controle en repressie zit het land stevig in de lift. De greep van president Xi Jinping – de man die hier in het Westen, in Nederland, in deze krant, eens werd bejubeld als ‘een belofte’ – is steviger dan die van al zijn voorgangers bij elkaar. De nationale technologische opmars heeft haar vruchten afgeworpen en de totale controle is vanuit het perspectief van de autoritaire machthebbers een groot succes.

Chinees zit klem

À propos, over machthebbers: het is echt een misvatting om te geloven dat de Chinezen blij zijn met hun leiders. Ja, niemand wil naar het pijpen dansen van het Westen, maar nee, ook niet naar dat van ongekozen apparatsjiks die vooral goed zijn voor zichzelf. Bijna elke Volksrepubliek-Chinees zit klem in een systeem dat feitelijk al een paar eeuwen bestaat, het leiderschap incluis. En de effectieve propaganda heeft het volkomen onmogelijk gemaakt om anders te beweren.

Terug naar Xinjiang. De hele ‘oorlog tegen de terreur’ was de Chinese leiders geweldig uitgekomen. De islam lag nog slechter dan die al lag in het Westen en China greep zijn kans. De complete infrastructuur van de Chinese goelag had er een revamp zonder weerga aan te danken.

En toen brak corona uit. China gooide het land op slot, ontdekte dat het best wel rustig was zo zonder die ziekteverspreidende, bemoeizuchtige buitenlanders, en begon na te denken over een toekomst zónder invloed van buitenaf. Dat smaakte zijn leiders niet slecht. Op dit punt in de geschiedenis groeide het besef in Beijing dat China de wereld veel minder nodig had dan andersom. Hoeveel er in die paar decennia was veranderd!

Lees ook deze column: China laat zich door EU en VS niet langer de les lezen

Maar waar het geen rekening mee had gehouden was dat dat oude Chinese verlangen naar autarkie – of het nu ging over het produceren van rijst of over zoiets onbenulligs als mensenrechtenpolitiek – ook averechts kon werken. Want een land dat zich afsluit van de wereld, blijkt ook een land waar die wereld onbekommerd op durft te schieten.

Al die Westerse bedrijven die de afgelopen dertig jaar in de rij hebben gestaan om in China te mogen ondernemen, ongeremd en kritiekloos, voelen zich nu opeens onaangenaam buitengesloten. En dat beseffen de politici die hen vertegenwoordigen ook.

Zichtbaar drama

Geen beter moment om de dictatuur weer eens de les te lezen.

Terugkijkend wakkert alleen zichtbaar drama het Westerse gevoel voor verantwoordelijkheid aan – tanks in de straten van Beijing en niets minder. De ‘kwestie-Xinjiang’ is dat volgens die maatstaf zeker niet. Maar het coronavacuüm – de ruimte voor kritiek in een wereld zonder gedeelde belangen – doet wonderen.

China reageert inmiddels Amerikaans: door uit te sluiten en te boycotten. En de kans is groot dat dat op den duur wel werkt. Het Westerse dilemma, dat blijven engageren ergens gewoon moet, ook al hebben we te maken met een politiestaat, blijft. Maar de hoop voor Xinjiang is dat het Westen zijn rug voor nu even recht durft te houden. Opdat we niet vergeten dat onderdrukken en uitbuiten toch echt niet de weg vooruit is. In het belang van Xinjiang moet corona nog even blijven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.